Het mag weer, doe het dan ook!

Auteur van deze blog Leo Voorthuijzen bij afstudeeronderwerp “Inspiratiebronnen voor herstelondersteuning”. 

Er waait een frisse wind door de GGZ, de herstelbenadering. Die term is misschien niet heel vernieuwend, maar de gedachte erachter wel. Wat er dan verandert? Onder andere dit: de aandacht voor levensvragen is terug. Existentiële vragen. Hulpvragers wilden daar eigenlijk altijd al over praten, zelfs over hun geloof, maar de hulpverleners hielden dat een beetje af. Het moest wel professioneel blijven, en met al dat vage gedoe waar iedereen een eigen mening over heeft, kom je nooit tot een wetenschappelijk bewezen benadering. Maar steeds weer wordt ontdekt dat hulpvragers gelijk hebben: het is gewoon nodig om over dat soort vragen te praten. Daar knap je echt van op. 

Hoog tijd om te onderzoeken hoe hulpverleners eigenlijk zelf met dat soort vragen omgaan. Laten ze als ze naar hun werk gaan hun geloof thuis? Beslist niet! Ze nemen het mee, het zit gewoon overal doorheen: 

  • hoe ze nadenken over ziekte en gezondheid, 
  • in de visie op wat zorg verlenen is, 
  • hoe ze met de cliënt willen omgaan, 
  • hoe ze het volhouden als het even lastig is. 

Geloof zit namelijk in hun hart en daarom zijn ze hulpverleners geworden. Ze zeggen dat niet zo snel, maar toen ik er naar vroeg kwam het er duidelijk uit: hun werk is een soort roeping voor ze. En heel mooi om te ontdekken: ze nemen hun geloof ook weer mee naar huis. Om nog eens te bidden voor iemand. En te genieten van die momenten dat ze dachten: dit komt van God. Dat inspireert

Ik leg dus al die existentiële vragen op tafel bij mijn therapeut. Dat is wel spannend maar het mag tenslotte weer. Maar dan merk ik dat het voor mijn therapeut ook spannend is. Omdat het dan toch te persoonlijk wordt? Of omdat hij toch niet weet hoe hij daar professioneel mee om moet gaan? Ik ben hier niet voor opgeleid, zegt hij. Kunt je dat niet beter met een predikant, voorganger, of geestelijk verzorger bespreken? Die spreekt jouw geestelijke taal vast beter. 

Wacht even, zeg ik, leg eerst eens rustig uit wat mijn aandoening voor effect heeft op mijn geloofsleven. En help me om wat andere mensen te vinden die dat herkennen. Ervaringsdeskundigen. Dan voel ik me minder eenzaam en dat geeft weer moed. Misschien kan ik later zo ook anderen weer helpen. Maar zover is het nu nog niet. Nodig eerst die pastoraal werker maar eens uit. Die is vast ook ervaringsdeskundig. We maken tenslotte allemaal het nodige mee. Is dat een goed idee? Doe dat dan ook! 

Wilt u meer weten over dit onderzoek? Mail leo.voorthuijzen@solcon.nl 

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *