Leven vanuit de goede intentie

Auteur: Jelte Alma, n.a.v zijn praktijkonderzoek “Leven vanuit de goede intentie”. Een kwalitatief onderzoek naar de geloofsbeleving bij Marokkaans-Nederlandse jongeren in de bovenbouw aan de CSG Calvijn Vreewijk.jelte alma

Aanleiding
Voor de afronding van de master GL heb ik onderzoek gedaan naar de rol van de religieuze ervaring onder praktiserende Marokkaans-Nederlandse jongeren. Op de open christelijke school CSG Calvijn Vreewijk (Rotterdam) lijken leerlingen met een moslimachtergrond moeite te hebben om inhoudelijk over hun geloof te kunnen spreken. Vanuit mijn visie van goed onderwijs dient de school de oefenplaats te zijn om elkaar vanuit de zeer verschillende levensovertuigingen te ondervragen. De waarde van mijn onderzoek is om de leemte te dichten die er is om geloofservaringen onder woorden te brengen. De docent ontvangt taal om deze leerlingen tijdens een klassengesprek te helpen om geloofservaring ter sprake te brengen. Hierdoor zal een klassengesprek inhoudelijk op een hoger peil komen.

Waarom Marokkaanse lieverdjes?
Marokkanen staan in onze huidige Nederlandse samenleving niet zo bijster hoog aangeschreven. Het onderzoek van het CBS (Moslim in Nederland) uit 2012 geeft een verrassend ander beeld van de groep van Marokkanen. Zij wijzen op het feit dat juist deze groep een verhoogde religieuze participatie vertoont als wij hen afzetten tegen andere allochtonen. Vanuit bovenstaande redenen is er bij Marokkanen een verhoogde kans om de religieuze ervaring op het spoor te komen.

Plan van aanpak
Om de rol van de religieuze ervaring in kaart te brengen heb ik een aantal Marokkaans- Nederlandse leerlingen geïnterviewd. De relatie tussen onderzoeker en respondent is van belang om de validiteit van onderzoek te kunnen waarborgen. Bij een goede relatie is de kans minder groot dat zij vanuit hun culturele trots sociaal wenselijke antwoorden te geven. Voorafgaand aan de interviews heb ik me, door middel van secundaire literatuur grondig verdiept, in de verschillende geloofspraktijken. Naast de geloofspraktijken is er de rol van de volksislam. Hierin is een grote rol weggelegd voor de religieuze verdienste (hasanat) en de geestelijke strijd tegen de djinns.

Openhartige respondenten
Menige respondent gaf aan, door persoonlijk het ritueel van het gebed te praktiseren hierin rust en vrede te ervaren. De tegenwoordigheid van Allah wordt existentieel ervaren. Amal was de leerlinge die in de week van het interview bewust op 18-jarige leeftijd een hoofddoek is gaan dragen. Mijn persoonlijke uitnodiging was voor haar een bevestiging dat Allah haar geloofskeuze beloont. Bij de strijd tegen de djinns gaf één respondent aan de kracht van de koran bij een uitdrijving gezien te hebben. Volgens deze respondent zijn vele Marokkanen bezeten vanwege jaloezie en wrok tegen anderen. Tijdens het zeer openhartige interview over dit onderwerp kon ik mij niet ontrekken aan soortgelijke ervaringen binnen het evangelische bevrijdingspastoraat. Het was alsof ik tijdens het interview Wilkin van der Kamp tijdens een bevrijdingssessie hoorde spreken. Bevrijding van machten is een fenomeen die in het volksgeloof van vele religies een rol speelt. Een andere respondent heeft de tegenwoordigheid van Allah ervaren tijdens de ramadan in 2015. Hij was zo geraakt dat zijn vader hem heeft moeten tegengehouden om in de zomer niet naar Mekka te willen afreizen.

Geloofsverdieping is voor hen dat de uiterlijke geloofspraktijken meer vanuit het hart worden beoefend.

Leven vanuit de goede intentie
Een opvallende conclusie is dat bezoek aan de moskee, koranlezing en het contact met een imam niet de geloofspraktijken zijn die bijdragen tot meer geloofsverdieping. Uit het onderzoek is gebleken dat de connotatie geloofsverdieping een andere lading heeft dan vanuit het christelijke jargon. Is geloofsverdieping binnen het christendom te omschrijven als een persoonlijk dieper leren kennen van God, voor de respondenten is dit een taalwereld ver buiten hun geloofswerkelijkheid. Geloofsverdieping is voor hen dat de uiterlijke geloofspraktijken meer vanuit het hart worden beoefend. De respondenten spreken in dit verband over het handelen vanuit de goede intentie. Vanuit deze conceptie ontstaat er tevens ruimte voor ontspannenheid om een actieve participatie van geloofspraktijken te laten wachten totdat de juiste tijd er voor is aangebroken. Dit verklaart waarom vele moslima’s op latere leeftijd een hoofddoek gaan dragen. Volgens één van de respondenten (Nora) is vanuit dit concept de hoofddoek geen teken van onderdrukking maar een uiting van voortdurende aanbidding aan Allah. De hoofddoek is voor Nora haar trots omdat zij zo zichtbaar kan maken dat zij leeft vanuit de goede intentie.

Geef een reactie