Zes manieren waarop levensbeschouwing een rol speelt in de wetenschap

Auteur: Dirk van Schepen MA, docent @ TheologieEde.

In deze blog bespreek ik een zestal manieren waarop levensbeschouwing (worldview) een rol speelt in de wetenschap. De soort levensbeschouwing (humanisme, naturalisme, godsdienstig, e.d.) maakt hierin geen verschil.

1. Levensbeschouwing als zingever
In de eerste plaats zal een wetenschapper op basis van zijn levensbeschouwing zin vinden in het werk dat hij doet. Een wetenschapper kan er belang aan hechten de medemens te dienen met zijn onderzoek, of met zijn werk de waarheid proberen te benaderen. Werken in de wetenschap is voor een wetenschapper waardevol, ‘de moeite waard’. Overigens zal iemand die een natuurreligie aanhangt, vanuit diens overtuigingen, de wereld mogelijk juist niet aan wetenschappelijk onderzoek willen blootstellen, ‘je gaat moeder aarde immers niet voor je eigen gewin open snijden’.

2. Levensbeschouwing als gever van mogelijkheidsvoorwaarden
Als wetenschapper heb je veronderstellingen die aan de wetenschap vooraf gaan. Zo veronderstel je dat processen in de natuur (natuurwetten) en in de samenleving zich met een bepaalde regelmaat en orde voltrekken. Een orde die te ontdekken is. Zou de wereld totale chaos zijn, dan heb je geen enkel aanknopingspunt voor de start van je onderzoek. Naast de veronderstelde orde, veronderstel je ook dat de menselijke vermogens zo functioneren, dat ze de werkelijkheid betrouwbaar waarnemen. Deze beide uitgangspunten zijn onderdeel van een levensbeschouwing.

3. Levensbeschouwing als ethisch criterium
De overtuigingen die je hebt kunnen fungeren om de grenzen aan te geven van wat je voor wenselijk onderzoek houdt. Welke doelen vind je nastrevenswaardig en welke methoden mag je daarbij inzetten? Hoe ver mag je bijvoorbeeld gaan bij het onderzoeken van het leven of welke experimenten mag je op dieren uitoefenen? Daarin spelen je voorwetenschappelijke overtuigingen een rol.

4. Levensbeschouwing als inhoudelijk criterium
Binnen de wetenschapsfilosofie kent men het fenomeen van de ‘onderbepaaldheid van de

feiten’. Dat betekent dat dezelfde feiten met meerdere theorieën verklaart kunnen worden. Anders gezegd: meerdere elkaar uitsluitende theorieën doen recht aan de waarneembare feiten (vgl. een gestalt, zie afbeelding. Is het een konijn of een eend?). In dat geval leiden de waarneembare feiten niet automatisch tot de ene mogelijke juiste theorie, maar zijn er verschillende theorieën mogelijk. In dat geval kan levensbeschouwing het criterium zijn op basis waarvan je kiest aan welke theorie je je onderzoeksprogramma’s, tijd en geld wilt besteden.

5. Levensbeschouwing als inspiratiebron
Levensbeschouwing kan je op het spoor zetten van onderzoek. Als je bijvoorbeeld gelooft dat er een zondvloed heeft bestaan, dan kan dat je tot onderzoek op dat terrein aanzetten. Of als je gelooft dat menselijk gedrag enkel voorkomt uit natuurlijke processen, dan kan die overtuiging je aanzetten tot onderzoek naar natuurlijke verklaringen voor gedrag. Vervolgens moet uit wetenschappelijk onderzoek natuurlijk nog wel blijken of je idee enige wetenschappelijke waarde heeft.

6. Levensbeschouwing als hermeneutische bril
Vaak heeft levensbeschouwing een werking ‘onder de radar’. Het is als een bril die je onbewust draagt en die je waarneming kleurt. Het is het framework of paradigma waarbinnen je je waarnemingen ordent en van waaruit je de gegevens interpreteert. Hadden bijvoorbeeld de wetenschapper de afgelopen eeuwen vooral het perspectief van blanke, westerse, mannen, daar wordt de wetenschap nu verrijkt met gezichtspunten en interpretaties van niet-westerlingen, van kleurlingen en van vrouwen. En deze verschillende perspectieven leiden tot verschillende theorieën en interpretaties.

Niet alles is even goed
Dat levensbeschouwing een rol speelt binnen de praktijk van de wetenschap, is natuurlijk geen vrijbrief tot het doen van ongefundeerde uitspraken. Natuurlijk telt niet elke theorie automatisch als geldig. Niet alles is (even) goed. Relativisme als levensovertuiging is lastig te combineren met het doen van serieus wetenschappelijk werk. Elke wetenschapper moet bij het ontwikkelen en beoordelen van theorieën recht doen aan de waarneembare gegevens, en komt niet weg met de opmerking dat zijn particuliere mening voldoende rechtvaardiging is voor de theorie die hij/zij aanhangt. Een wetenschapper moet meedoen aan de wetenschappelijke praktijk met de daarin geldende regels (regels die overigens in de loop van de tijd ook nog wel eens veranderen). Het is een verrijking als men daarbij open en eerlijk is over de eigen levensbeschouwing.

Lees andere blogs van deze auteur op www.dirkvanschepen.nl

 

 

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Apologetiek, Geloofsleer, Hbo-theoloog, Onderzoek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *