Auteur Janine Ekema

Binnen de reformatorische scholengemeenschap staat het woord van God centraal. Leerlingen groeien op met het christelijke gedachtegoed en ze leren hoe ze als christen in de maatschappij kunnen staan. Het verlangen is om jongeren te vormen tot Christen. Deze hartsverandering kan alleen de Heilige geest bewerkstelligen maar als docent kun je een gereedschap zijn in Gods handen. De vraag die ik mijzelf dan ook stel is: Hoe kunnen we de normen en de waarden die centraal staan in de Bijbel overbrengen in de harten van de jongeren?

Elsbeth Visser heeft mij laten inzien dat het belangrijk is dat jongeren leren om eigen keuzes te maken als het gaat om geloven. We kunnen leerlingen wel het christelijke gedachtegoed aanleren maar christelijk burgerschap gaat veel verder. Jongeren moeten de achterliggende waarden van het christelijk gedachtegoed eigen maken zodat hun harten worden gevormd en niet alleen hun gedrag wordt beïnvloed. Ze roept dan ook op om in gesprek te gaan met de leerling, ze opdrachten te geven waarin ze hun mening moeten vormen, discussies aan te gaan en kritische vragen te stimuleren. Leerlingen moeten niet leren om een mening van de school of de traditie te reproduceren maar hun harten moeten worden gevormd.

In mijn onderzoek naar Christelijk burgerschap op een reformatorische school[1] heb ik gekeken hoe het christelijke burgerschap binnen de vaklessen praktisch vorm krijgt. Om dit te meten heb ik eerst onderzocht wat de achterliggende waarden zijn van het christelijke gedachtegoed. Gezien de jongeren deze waarden moeten ‘eigen maken’ De waarden zijn als volgt: rechtvaardigheid, barmhartigheid, heiligheid, rentmeesterschap, ontzag voor God, het centraal stellen van Gods woord, het geloof in de schepping en de waardigheid van de mens.

Deze thema’s kunnen als richtkader functioneren waaraan leraren hun lesstof kunnen koppelen. Op de reformatorische school waar ik onderzoek heb gedaan weten de docenten van de mens en maatschappijgerichte vakken hun lesstof expliciet te verbinden met Christelijk burgerschap.

Als laatste wil ik dan ook een oproep plaatsen om als docent Christelijk burgerschap in je les op te nemen. Wees betrokken met je leerling, ga met hen in gesprek, sluit aan bij hun vragen en twijfels zodat ze christelijk burgerschap in hun leven leren vorm te geven. Christen zijn is een houding en een hartsgesteldheid. Als we de jongeren willen vormen tot Christelijke burgers moeten we leren hoe we hun harten kunnen raken met de achterliggende waarden die te vinden zijn in Gods woord en zijn geboden.  Ook als het vak dat je doceert geen expliciete verbindingen toont met Christelijk burgerschap ben je als docent een voorbeeldfiguur waaraan leerlingen zich kunnen spiegelen. Stel jezelf dan ook de volgende vraag: Hoe zien leerlingen aan mij wat het betekent om als christen in de huidige maatschappij te leven?”


[1] De school wordt niet benoemd i.v.m. de privacy. Ik heb toestemming gekregen voor het onderzoek op voorwaarde dat de resultaten binnen de school en mijn beoordelaars en begeleiders zou blijven.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *