Slavernij in de klas

bjornjohanAuteurs: Johan van der Klooster en Björn van Veelen n.a.v. hun afstudeeronderzoek in opdracht van ternational Justice Mission.

‘Ik ben je slaaf niet!’, klinkt het in de klas als een leerling een ander een commando geeft. ‘Hey,’ klinkt het vanuit de deuropening, ‘daar wil ik het nu precies met jullie over hebben!’. De gastdocent sluit de deur en begint haar les. Ze vertelt dat ze voor IJM werkt. Een organisatie die zich bezig houdt met de strijd tegen onrecht, bijvoorbeeld tegen moderne slavernij. Ze laat foto’s en filmpjes zien en zet de leerlingen aan het werk. Na afloop van de les krijgt ze feedback van de docent die haar in de klas heeft uitgenodigd: ‘Wow, dat heb je knap gedaan! Ik zag dat de leerlingen geraakt waren door deze les. Het thema is voor hen gaan leven!’.

Bovenstaande situatie is verzonnen op basis van onderzoek dat gedaan is naar de gastles die IJM middelbare scholen aanbiedt. In dit artikel wordt uitgelegd wat de aanleiding van het onderzoek is, hoe het onderzoek is uitgevoerd en wat de resultaten van het onderzoek zijn.

IJM Nederland geeft gastlessen op basis- en middelbare scholen. Het aantal gastlessen dat gegeven wordt, neemt toe. Dit was voor IJM de aanleiding om het bestaande lesmateriaal eens onder de loep te nemen. In hoeverre kunnen de gastdocenten, vrijwilligers, er nog mee uit de voeten? En hoe kan het materiaal geprofessionaliseerd worden? Deze vragen deden IJM Nederland denken aan het lesmateriaal dat IJM Global, de moederorganisatie, gebruikt.

IJM Global werkt al langer op scholen en heeft een stuk meer onderwijservaring en lesmateriaal dan IJM Nederland. Dit leidde er toe dat IJM Nederland een afstudeeraanvraag heeft ingediend bij de Christelijke Hogeschool Ede. Kern van de aanvraag was of er studenten bereidt waren om lesmateriaal voor IJM te ontwikkelen, voornamelijk gebaseerd op het Amerikaanse materiaal.

Met deze aanvraag zijn wij aan de slag gegaan. Al snel bleek dat afbakening van de onderzoeksvraag noodzakelijk was. Een afstudeeronderzoek is te beperkt om zowel onderzoek te doen als lesmateriaal te ontwikkelen. Daarnaast moest de aanvraag specifieker gemaakt worden. IJM gaf aan om allereerst materiaal te willen ontwikkelen dat gericht is op havo- en vwo-leerlingen uit de derde en vierde klas.

Vervolgens is er gekeken naar wat IJM nodig heeft. Het gaat in de afstudeeraanvraag van IJM namelijk om het ontwerpen van onderwijs. Wanneer je dat wilt doen, is het allereerst belangrijk om te analyseren wat er nodig is. Met dit onderzoek hebben we daar een start mee gemaakt. De hoofdvraag die we hebben opgesteld is:
“Aan welke eisen moet een gastles van IJM, aan leerlingen in leerjaar 3 en 4 van het Voortgezet Onderwijs, voldoen?”

Een antwoord op deze vraag bestaat uit het antwoord op een aantal deelvragen.

  • Deelvraag 1: Wat is Passie voor Recht en wat is haar visie op de gastlessen die zij verzorgen?
  • Deelvraag 2: Hoe waardeert de middelbare school de gastles van IJM?
  • Deelvraag 3: Welke verschillen zijn er tussen havo en vwo-leerlingen?
  • Deelvraag 4: Door wie worden deze gastlessen gegeven?
  • Deelvraag 5: Wat willen Havo en vwo-leerlingen uit jaar 3 en 4 van het VO bereiken met een gastles van IJM en welke leerdoelen horen daarbij?
  • Deelvraag 6: Op welk moment leert een leerling met behulp van het leerdoel in een gastles van IJM?

Vraagstelling en methode

Een antwoord op de hoofd- en deelvragen hebben we gegeven door verschillende onderzoeksmethodes te hanteren. IJM heeft een vraag met betrekking tot het onderwijs dat ze geeft. De organisatie wil bepaalde thema’s overdragen, maar vraagt zich af hoe dat het beste te doen. Hoobroeckx en Haak hebben hier één en ander over geschreven in hun boekje ‘Onderwijskundig ontwerpen’ (Hoobroeckx & Haak, 2002). Zij geven aan welke stappen er doorlopen kunnen worden om tot een goed onderwijskundig product komen. Wij maken in dit onderzoek gebruik van een vereenvoudigd ontwerpmodel:

gastles

De eerste fase in deze ontwerpcyclus is die van ‘analyse’. In deze fase hebben we de organisatie geanalyseerd en bekeken we welke doelen zij stelt bij het geven van een gast les. Daarnaast werd de doelgroep van IJM onder de loep genomen. In de analyse werd tenslotte onderzocht op welke wijze IJM een gastles wil vormgeven.

Hierna brak de ‘ontwerpfase’ aan. Samen met de vrijwilligers en hun coördinator is een ‘plan van eisen’ opgesteld. We hebben gekozen voor een plan van eisen, omdat bleek dat dit het beste past bij wat de organisatie op dit moment nodig heeft om haar onderwijs vorm te geven.

Na fase twee zijn er nog twee stappen in de ontwerpcyclus: het ontwikkelen en implementeren van het ontwerp. In de ontwikkelfase wordt het materiaal gemaakt. Dit gebeurt in ons geval aan de hand van het programma van eisen. In de implementatiefase wordt het materiaal toegepast.

Deze twee fases komen in ons onderzoek niet aan bod, omdat we de tijd niet hebben om bij deze fases nog betrokken te zijn.

De resultaten van het onderzoek

De resultaten van het onderzoek behandelen we aan de hand van de opgestelde deelvragen. De eerste deelvraag is gericht op het onderwijsproject zelf. Wat is de taak en de visie van het scholenteam van IJM?

De taak van het scholenteam is om gastlessen te geven op basis- en middelbare scholen. De focus ligt daarbij op middelbare scholen, met name op leerjaar 3 t/m 6 van de havo of het vwo. Naast het lesgeven wordt er van het scholenteam ook een stukje werving en pr verwacht.

Het doel van het scholenteam is om leerlingen bewust te maken van hedendaagse vormen van slavernij. Daarnaast worden leerlingen geïnformeerd over de manier waarop IJM tegen deze vormen van slavernij optreedt. Het scholenteam heeft het verlangen dat jongeren door deze bewustwording intrinsiek gemotiveerd worden om zich in te zetten tegen deze vorm van onrecht. Het scholenteam doet dit alles vanuit een christelijke levensovertuiging.

In hoofdstuk twee hebben we antwoord gegeven op deelvraag 2, hoe een middelbare school een gastles waardeert. Duidelijk is geworden dat de scholen waar een gastles is gegeven, positief zijn over de inhoud en vorm. Leerlingen worden zich daadwerkelijk bewust van het onrecht van hedendaagse vormen van slavernij. Het huidige lesmateriaal wordt dus door de gastdocenten zo gebruikt, dat dit de doelstelling van het scholenteam ten goede komt.

Hoofdstuk 3 geeft antwoord op deelvraag 4. Duidelijk wordt dat de vrijwilligers kwaliteiten hebben in het onderwijs. Dat blijkt in ieder geval uit de reacties van de contactpersonen van de middelbare scholen. De vrijwilligers die een gastles geven, bereiden hun les voor en gebruiken daarbij het materiaal van IJM. Dit is voor hen het uitgangspunt. Ze passen dit materiaal zo aan dat het, naar hun idee, het best aansluit op de doelgroep. De vrijwilligers zijn sterk intrinsiek gemotiveerd voor hun taak. Ze zijn innerlijk gedreven om op hun manier bij te dragen aan de strijd tegen moderne slavernij.

In hoofdstuk 4 is gekeken naar de manier waarop havo- en vwo-leerlingen leren. Een leerling leert op verschillende manieren. We bespraken vier verschillende leertheoriën en twee populaire leerstijlen. Daarnaast schreven we de kenmerken van een krachtige leeromgeving op en sloten we af met het belang van differentiatie in het onderwijs. Wij zijn het met Ebbens en Ettekhoven eens om in het onderwijs gebruik te maken van verschillende leertheorieën (Ebbens & Ettekhoven, 2013). De leermethode die zij hebben ontwikkeld, Effectief Leren, achten wij goed bruikbaar voor IJM bij het (door)ontwikkelen van hun gastles. Differentiatie is noodzakelijk in het onderwijs, omdat er altijd verschillen tussen leerlingen zijn. Ze leren elk op hun eigen manier. Er zijn verschillende vormen van differentiatie. Voor een gastles van IJM zal het zaak zijn om de meest passende vorm te kiezen.

Hoofdstuk 5 gaat in op het gebruik van leerdoelen en op de verschillende fases in een les. Deze zijn geanalyseerd om inzichtelijk te maken waar verbetering mogelijk is. In dit hoofdstuk bespreken we de leerdoelen die bij de gastles horen. Hiermee geven we voor een deel antwoord op deelvraag 5. Leerdoelen worden gebruikt om aan te duiden wat een leerling moet kunnen of weten als de les eindigt. Dit hoofdstuk beschreef drie principes om een leerdoel op te stellen. We concluderen dat het positief is dat IJM leerdoelen heeft vastgesteld voor de gastles. Vanuit de 3 besproken principes zien we dat er aandacht nodig is voor de formulering en variatie van de leerdoelen. De analyse van de leerdoelen verklaart waarom docenten in hoofdstuk 2 aangeven dat de gastles vooral gericht is op bewustwording en het informeren van de leerlingen over moderne slavernij. En dat zij niet ervaren dat leerlingen financieel en/of praktisch betrokken raken bij IJM. De leerdoelen zijn hier simpelweg niet op gericht.

In dit hoofdstuk bespreken we tevens de verschillende fases in een les. Hiermee geven we antwoord op deelvraag 6. Leerlingen leren in elke lesfase. We zien dat er in de gastles van IJM verschillende lesactiviteiten aan de orde komen. IJM kan nog meer uit de lesactiviteiten halen door ze op te stellen volgens de lesfases van de directe instructie. De leerdoelen komen dan (nog) beter uit de verf.

Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 6, geeft antwoord op deelvraag 3. We hebben in dit hoofdstuk gekeken naar de overeenkomsten en verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen. We zagen verschillen en overeenkomsten in cognitieve vaardigheden, leerstijl en persoonlijkheid. Al deze overeenkomsten en verschillen hebben gevolgen voor de manier waarop IJM haar gastles vormgeeft. Als we de informatie koppelen aan de indicatoren voor een krachtige leeromgeving, is te concluderen dat aan de basisbehoeften autonomie, relatie en competentie voor een havo-leerling anders voldaan wordt dan aan een vwo-leerling. Een havo-leerling is eerder bezig met het vormgeven van zijn eigen leerproces dan een vwo-leerling (hoewel deze er wel beter toe in staat zou moeten zijn, als we kijken naar het verschil in procedurele kennis). Als het gaat om relatie zien we dat een havo-leerling meer sociaal ingesteld is dan een vwo-leerling. Tenslotte zien we dat het noodzakelijk is om de leerling op zijn eigen competenties aan te spreken. Voor een havo-leerling betekent dit dat er vooral aangesloten moet 64 worden op de eigen belevingswereld. Voor een vwo-leerling moet worden gezocht naar aansluiting vanuit een theoretisch denkkader.

De eindconclusie

IJM zoekt naar professionalisering van haar gastles voor middelbare scholen. Ze richt zich op derde- en vierdejaars havo- en vwo-leerlingen. In het algemeen kunnen we zeggen dat de gastles, zoals deze tot nu toe gegeven wordt, door docenten en leerlingen als positief wordt beoordeeld. Dit komt met name door de vrijwilligers die als (zeer) bekwaam gekwalificeerd worden. Deze vrijwilligers geven aan dat zij gebruik maken van materiaal dat IJM beschikbaar stelt. Dit materiaal passen zij aan, zodat het past bij de doelgroep.

Het doel dat IJM met de gastles heeft, het creëren van bewustwording en het geven van informatie over moderne slavernij, wordt behaald. Er wordt daarnaast door het scholenteam nog een ander doel genoemd, waarvan het de vraag is of dat wordt behaald. Dat doel is er op gericht om de leerlingen financieel en/of praktisch te betrekken bij IJM. Wij komen tot de conclusie dat het onvoldoende duidelijk is voor de vrijwilligers van het scholenteam wat precies het leerdoel moet zijn. Hiermee komen we tot de eerste eis waaraan een gastles moet voldoen:

Een gastles moet een helder leerdoel hebben.

Als we verder inzoomen op de hoofdvraag, komen we terecht bij de doelgroep. Wanneer het leerdoel helder omschreven is, moet er gezocht worden naar de manier om deze over te brengen op de leerlingen. De ene leerling blijkt de andere niet te zijn. De vrijwilligers van IJM weten dat ook, zo blijkt uit de manier waarop ze het lesmateriaal gebruiken. Ze passen het doel aan op hun doelgroep. We concluderen dat de subleerdoelen van het huidige lesmateriaal onvoldoende zijn toegespitst op de doelgroep. Als er al subleerdoelen zijn beschreven bij de lesactiviteiten, zijn deze niet specifiek gericht op een havo- of een vwo-leerling. Gevaar hiervan is dat de lesactiviteit niet (voldoende) aansluit en het hoofdleerdoel dus niet (voldoende) behaald wordt. Onze tweede eis is:

Een gastles moet specifieke subleerdoelen hebben, gericht op de doelgroep.

Vervolgens kunnen we kijken naar de uitwerking van de subleerdoelen, dat zijn de lesactiviteiten in elke lesfase. Als uitgangspunt gebruiken we de drie indicatoren voor een krachtige leeromgeving. We zien dat een krachtige leeromgeving er voor een havo-leerling anders uit ziet dan voor een vwo-leerling. Daarom is onze derde eis aan een gastles:

Een gastles moet voldoen aan de indicatoren voor een krachtige leeromgeving, gericht op de doelgroep.

Deze drie speerpunten vormen de uitgangspunten voor het programma van eisen dat door ons is opgesteld. Het voert te ver om dat plan in dit artikel toe te lichten. IJM Nederland heeft met dit onderzoek een krachtig instrument in handen om haar onderwijs verder te professionaliseren. Maar niet alleen IJM, ook andere organisaties die gastlessen geven, kunnen er hun voordeel mee doen. De kernvraag die zij zich moeten stellen is: in hoeverre is het doel van ons onderwijs helder, en gericht op onze doelgroep? En: in hoeverre voldoet onze gastles aan de indicatoren voor krachtig onderwijs?

Het onderzoek van Johan en Björn is binnenkort te vinden op de HBO-kennisbank.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Leraar Godsdienst/Levensbesch. met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *