Geen psychiaters meer nodig? Door de kerk? Niet te geloven!

Auteur: Willem Hagen  Willem Hagen
N.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Inzet van herstel”, praktijkonderzoek naar de betekenis van de inzet van de kerk bij ggz-cliënten.

Wist je dat…

Mensen met een psychiatrische beperking graag mee willen doen met de samenleving? Dat ze nog veel hobbels hebben te nemen hebben om deze participatie te bereiken.
Dat ze te maken hebben met:
Genoeg vooroordelen
Financiële problemen
Eenzaamheid
– Gezondheidsproblemen
Vragen over zingeving; wat kan ik nog met deze ziekte?
Moeite met een dagelijks ritme van zinvolle activiteiten
Overbelaste mantelzorgers; de partner en kinderen die de zorg en samenleven niet meer aankunnen

Dat de kerk
Het lastig vindt om met mensen met psychische aandoeningen om te gaan….,  ze het zwaar & complex vinden, zich onvoldoende toegerust voelen en er hierdoor niet aan beginnen of snel afhaken.

En toch is er hoop
Uit interviews met ggz-cliënten, ggz-behandelaren en kerkelijke betrokkenen blijkt dat de kerk veel kan betekenen voor deze groep mensen. En niet alleen op:
Pastoraat zoals geloofsgesprek en bevrijdingsgebed,
maar ook bij
Praktische ondersteuning, zoals boodschappen doen en bewegen
Sociale activiteit zoals koffiedrinken na de dienst
Persoonlijke activering zoals het schilderen van de kerk
– Wat levert dat dan op voor een gemeentelid met een psychische aandoening?

Tja, eigenlijk best wel veel:
Bij herstelbenadering richt men zich niet primair op genezing, maar eveneens op het omgaan met de aandoening en wie men is ondanks zijn ziekte. Het herstel richt zich dan niet alleen op zichzelf, maar ook op de relatie met (1) God, op de relatie met de (2) ander en met de (3) omgeving. De kerkelijk betrokkene blijkt dan toch een interessante bijdrage te leveren aan dat relationele herstel van zo’n persoon. Dit was zo bijzonder dat mijn conclusie bijna was: we hebben geen behandelaren meer nodig, maar dat was natuurlijk te kort door de bocht…

Maar toch, wat is de betekenis dan van die kerkelijke betrokkene?
Uit het onderzoek blijkt dat de persoon
meer verbondenheid ervaart met God en minder binding met demonen.
een positief effect heeft op zijn eigenwaarde en een vermindering van
zijn lichamelijke en psychische klachten.
meer verbondenheid krijgt met de ander en
een groei ontwikkelt met zijn omgeving in zowel van betekenis zijn als in wederkerigheid. Dat laatste betekent dat de persoon niet alleen hulp en zorg ontvangt, maar ook zijn eigen talenten inzet voor die ander.

Dus welke aanbevelingen heeft de ggz-instelling, die mijn opdrachtgever was, gekregen? Heel simpel: betrek de kerkelijk betrokkene bij het behandelplan, door de kerk te betrekken bij het sociale steunsysteem van de ggz-cliënt. Dit is ondersteunend aan het werk van de de ggz-behandelaar.

Dit samenspel geeft een positieve impuls aan de ggz-cliënt om te participeren, kan de behandelaar doelmatiger werken, wordt de zorg ook nog goedkoper èn de kerk brengt haar Boodschap in praktijk!

Nieuwsgierig naar de andere aanbevelingen? Vanwege het vertrouwelijk karakter van het rapport, kun je voor informatie of vragen bij mij terecht: willemhagen@hetnet.nl.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Word een kerk, deel je leven

Auteur Ewout van Oosten n.a.v. zijn afstudeeronderzoek  Ewout van Oosten

Word een kerk, deel je leven
“Hoe lang doet God erover om te antwoorden?”, vraagt Zihar in een gesprekgroepje tijdens een samenkomst van onze lokale leefgemeenschap en kerkplant Taste!. Ik vraag waar ze op doelt. “Ik ben alleen, ik heb niemand die me opzoekt, ik vraag God om iemand in mijn leven.” Er wordt instemmend geknikt. “Als Taste! er niet was geweest, had ik niemand anders ontmoet,” geeft een gespreksgenoot aan. Ik word er stil van. Een antwoord heb ik niet, maar ik zie hoe onze lokale, missionaire leefgemeenschap hun leven meer waarde geeft.  

Ik voel me thuis
Het gesprek doet me denken aan wat Jezus zei: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Joh. 13: 35). Iets van die liefde heeft Zihar geproefd toen ze op een ochtend de tuin van onze leefgemeenschap in kwam lopen. Iets van die liefde kwam ze tegen in ons buurtcafé, en iets van die liefde voelt ze tijdens onze geloofsbijeenkomsten. “Veel van wat jullie over God zeggen snap ik niet,” zegt ze, “Maar ik voel me hier welkom en gehoord.” 

Kracht
Dat is de kracht van een lokale leefgemeenschap: een plek waar een kerk een groep mensen is die samen het leven deelt. Waar het lichaam van Christus meer is dan het bezoeken van bijeenkomsten. Want de kerk in de Nederlandse steden kent dat amper meer; die is heel regionaal. Mensen komen van heinde en ver naar een kerk die past bij hun smaak, en vertrekken ook weer naar heinde en ver om individueel christen te zijn in hun eigen omgeving. Dat kan prima zijn; God gebruikt die kerken ook. Maar er kleeft een groot nadeel aan. 

Parkeerproblemen en klokgelui
Wat zien mensen in de buurt van zo’n kerk van Jezus – als de kerk al niet op een industrieterrein staat? Naast parkeerproblemen, klokgelui en toestromende mensen, kunnen op z’n best een individuele christen tegen het lijf lopen. Of naar een hippe, doelgroepgerichte activiteit gaan. Maar waar zien ze de onderlinge liefde van christenen in actie? Waar zien ze hoe het lichaam van Jezus functioneert? Juist aan die eenheid en onderlinge liefde zullen anderen zien dat Jezus de Zoon van God is, zegt Jezus. Daarin wordt hij zichtbaar. 

Voor het gros van de Nederlanders is de kerk een gebouw. Dat kan een heel aantrekkelijk gebouw zijn, maar het is geen levend gebouw met Jezus als hoeksteen. Voor een groot aantal is het een instituut. Dat kan een prettig instituut zijn met een positieve inbreng in de samenleving, maar het is geen lichaam met Jezus als hoofd. Voor een klein groepje Nederlanders is de kerk een activiteit. Dat kan een hele aantrekkelijke, hippe activiteit zijn die best aanspreekt, maar het is geen familie van broers en zussen met God als vader.  

Lokaal centraal
Ik geloof dat lokale missionaire leefgemeenschappen het antwoord zijn om Jezus terug te brengen in de verstedelijkte gebieden. Dat hoeven zeker geen woongemeenschappen te zijn, maar wel christenen die binnen dezelfde wijk gaan wonen, samen een gemeenschap vormen en hun leven en geloof delen met de mensen om hun heen.  

Daar zijn nog maar weinig voorbeelden van in Nederland, ook al is het al wel wat meer in opkomst. Iemand als Zihar kan makkelijk aansluiten bij zo’n gemeenschap, want het is op loopafstand in de wijk, en de mensen die ze leert kennen in de geloofsgemeenschap zijn ook de mensen die ze bij de supermarkt of slager tegenkomt.  

Hoe dan?
In mijn afstudeeronderzoek zijn vijf van dit soort lokale missionaire gemeenschappen geïnterviewd om van hun te leren hoe zo’n leefgemeenschap succesvol kan zijn en blijven.  Mijn hoop is dat de uitkomst van het onderzoek Christenen inspireert om in gemeenschap de mensen in hun directe omgeving bekend te maken met Jezus.  

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | 2 reacties

Op zoek naar samenwerking in het proces van gemeentewording

Auteur: Marcel van der Bolt n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Op zoek naar samenwerking: Marcel van der BoltEen casestudy naar het nut van aansluiting bij een kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme”

Een nieuwe plek van christelijke gemeenschapsvorming. Wat mooi als dat ontstaat. Maar wat nu als deze gemeenschap op een gegeven moment op een volwaardige gemeente begint te lijken?

Uitdagingen
Door mijn eigen ervaring met gemeentestichting, de inzichten die ik heb opgedaan door middel van de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede en verschillende literatuur, heb ik een beeld gekregen van de uitdagingen in het proces van gemeentewording. Vragen rondom kerkorde zijn daarbij onvermijdelijk. Kan een plaatselijke gemeente zelf voorzien in een gezonde orde in de kerk? Of is daar samenwerking met andere gemeenten voor nodig?

Samenwerking
Lokale kerken hebben in de gehele kerkgeschiedenis gezocht naar wegen en structuren om samen te werken. Maar hoe ver moet die samenwerking gaan? Moeten gemeenten onderling verantwoording aan elkaar afleggen? Of is die samenwerking vrijblijvend? Op welke manier zou een bovenlokale organisatie zoals een kerkverband bij kunnen dragen aan de bevordering van het gemeentezijn op lokaal niveau?

Aansluiting bij een kerkverband
Christelijke Gemeente Bunde/Meerssen is in 2014 als zendingsgemeente geïnstitueerd binnen het kerkverband van de landelijke Christelijk Gereformeerde Kerken (CGK). Aan deze aansluiting is een langdurig proces voorafgegaan waarin de gemeente zorgvuldig heeft gezocht naar een kerkverband. Binnen deze gemeente deed ik onderzoek naar het nut van aansluiting bij een landelijk kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme.

Wat levert het op?
Kun je dat meten dan? Er moest een toetsmiddel gevonden worden. De gemeente in Zuid Limburg stelde in hun zoektocht naar kerkelijk onderdak belangrijke doelen en randvoorwaarden op. Ik heb onderzocht in hoeverre deze na vier jaar gerealiseerd zijn en wat de bijdrage van de aansluiting bij de CGK daarin geweest is.

Een voorproefje
“Aansluiting bij de CGK heeft niets afgedaan aan de missionaire toewijding van de gemeente”

Het onderzoeksrapport: ‘Op zoek naar samenwerking: Een casestudy naar het nut van aansluiting bij een kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme’, vindt je online op HBO kennisbank.

Voor meer informatie mail naar: mvdbolt77@gmail.com
Marcel van der Bolt

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Kleurrijk KenHem

Auteur: Adaja Kraal n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Kleurrijk KenHem”, de KenHem Community.

KenHem Community is een gemeenschap in de wijk Kernhem, Ede. Deze wijk laat zich het best omschrijven als een ‘yuppenwijk’. KenHem Community gelooft in ‘het nieuwe kerk zijn’, een nieuwe manier om het zijn van een kerk vorm te geven. KenHem ziet hoe de brug tussen samenleving en kerk soms moeilijk te maken is, en besluit dus om zelf in dit gat te springen: een community die zeer actief is op sociaal en maatschappelijk vlak, vanuit haar verlangen om God te volgen. KenHem gelooft in een integrale levensstijl: het betrekken van God op alle vlakken van het leven. Dit uit zich op een zeer innovatieve, pakkende en relevante manier voor de mens anno 2019: van zonnepanelen tot deelauto, van deelauto tot Lectio Divina, en van Lectio Divina tot het uitlaten van de hond van de buurvrouw.

Etnische diversiteit
In de wijk Kernhem (de woordspeling al gespot?) wonen mensen met een diverse etnische afkomst. KenHem heeft het verlangen om voor deze mensen ook de community te kunnen zijn die zij zijn voor de westerlingen die in Kernhem wonen. Dit is tot op heden nog niet succesvol gelukt; door verschillende factoren. De werkelijkheid wijst uit dat er blijkbaar een gat is tussen etnische diversiteit en KenHem Community.

Door dit onderzoek te doen, sprong ik in dit gat.

Vondsten
Tijdens mijn tijd in dit gat heb ik veel vondsten gedaan. Deze vondsten zijn verwoord in dit onderzoeksverslag. Enkele van deze vondsten op een rijtje:

  • KenHem community is product van haar tijd: innovatief, progressief en verfrissend. Daarmee is zij een uitdaging voor christenen; KenHem vergt de capaciteit om te kunnen omdenken en vastgezette kaders los te kunnen laten.
  • In het onderzoeksverslag is een woordstudie gedaan naar het begrip ‘cultuur’, en op deze wijze zijn er kaders gesteld voor dit o zo brede begrip.
  • Vanuit deze basis zijn er vele interviews gehouden vanuit verschillende perspectieven: deze verschillende perspectieven hebben concrete, vernieuwende en praktische adviezen opgeleverd die KenHem op weg helpen.

Enkele adviezen die uit dit onderzoek gekomen zijn:

  • Onderschat het belang van tweezijdige integratie niet;
  • Stimuleer dat integratie een natuurlijk proces is, en geen projectmatig proces;
  • Creëer een gemeenschappelijke grond;
  • Zoek sleutelfiguren
  • Wanneer KenHem binnen het perspectief van verschillende etniciteiten zichzelf presenteert als ‘community, roept dit een culturele paradox op. Een georganiseerde, gestructureerde gemeenschap is voor veel culturen namelijk een onbekend iets.
  • De wijze hoe KenHem zich profileert heeft veel invloed op het succesvol kunnen bouwen van een brug naar diverse etniciteiten binnen Kernhem.
  • Een etnisch diverse weerspiegeling binnen het kernteam van KenHem zal een positieve uitwerking hebben op het bouwen van een brug naar diverse etniciteiten binnen KenHem.

Het gat is niet gedicht, maar het begin van de brug is gebouwd. Op een succesvol bouwproject!

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Hoe nu verder?!

Auteur: Ad Berkhout n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Hoe nu verder?! Een zoektocht om foto Ad Berkhout de Godslamp brandende te houden zodat Zijn Licht, door ons, kan blijven schijnen.”

Wat is er aan de hand?
Onze kerkelijke gemeente wordt ouder en vergrijsd. Jongeren zijn weggetrokken uit de wijk. De gemeente wordt kleiner en is steeds moeilijker ter been. Taken kunnen steeds minder goed worden uitgevoerd omdat de bemensing af neemt.

Wij willen gemeente zijn en blijven!
Het is geen zondag als we niet naar de kerk zijn geweest. Gelukkig is de kerk wel op loopafstand en kunnen we die nog ( met onze rollator) bereiken. De kerk is niet alleen de plaats op zondag waar we als gemeente bijeenkomen maar door de week is het ook onze ontmoetingsplaats. Veranderingen in de kerk zijn voor ons als ouderen steeds moelijker te volgen.

We moeten toch verder in de toekomst?
Zou de kerk moeten sluiten omdat het niet meer gaat hoe gaan we dan verder?
Kiezen we voor:

  • naar de kerk gaan in een andere wijk……lastig want dat is niet op loop afstand.
  • naar de pioniersgemeente in de wijk…….lastig want die zijn zo anders.
  • sluiten we aan bij een tehuis in de wijk…lastig want past niet goed in de structuur.
  • stichten van een huisgemeente…………….lastig, dat is kerkordelijk niet te doen.

Hoe dan echt verder??
We moeten als gemeente en als kerkenraad beseffen dat kerk zijn niet afhangt van de grootte van de gemeente, maar dat gemeente-zijn afhangt van verbondenheid in Christus met elkaar. Dat we als gemeente die plek in de wijk moeten zijn waar Zijn Licht schijnt.

We moeten als gemeente en als kerkenraad een beslissing nemen en het er niet op aan laten komen dat het Licht niet meer te zien is voor anderen.
Kies……en is die keuze voor aansluiting in de andere wijk zorg er dan voor dat, door jouw aanwezigheid, daar Zijn Licht ook daar mag schijnen.
Is die keuze om aan te sluiten bij de pioniersgemeente probeer dan samen te groeien en te zorgen voor elkaar en voor de gemeenschap in de wijk, zodat Zijn Licht ook daar mag schijnen.

Nadere info: apberkhout@live.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De godsdienstles heeft, anno 2019, nog steeds bestaansrecht

Ateur: Matthias van der Meer schreef n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “De godsdienstles foto Matthiasheeft, anno 2019, nog steeds bestaansrecht”.

Vanuit verschillende hoeken van de samenleving komen opmerkingen en kritiekpunten richting het traditionele godsdienstonderwijs. Godsdienstonderwijs wat gericht is op, en uitgaat van de identiteit van de school. Heeft deze exclusivistische vorm van levensbeschouwelijk onderwijs nog wel bestaansrecht? Wordt op deze scholen en in deze lessen wel een eerlijk beeld van de pluriforme samenleving weerspiegeld? De kritiek op deze scholen en de godsdienstlessen komt vanuit de seculiere hoek, vanuit de overheid, maar ook ik deelde deze mening. En dat terwijl ik zelf op zo’n school heb gezeten.

Met name de laatste vraag heeft mij in de zoektocht naar een afstudeeronderwerp flink bezig gehouden. Hoe kan een school waarop alleen maar christenen zitten, en waarbij de godsdienstles met name over diezelfde religie gaat, haar leerlingen voorbereiden op een multiculturele, multireligieuze en pluriforme samenleving?

Het afstudeeronderzoek
In mijn afstudeeronderzoek heb ik onderzocht of het godsdienstpedagogische leermodel interreligieus leren verenigbaar is met godsdienstonderwijs zoals hierboven staat beschreven. Interreligieus leren is een leermodel waarvan het doel als volgt is samen te vatten: De (mening van) de ander leren waarderen en het ontwikkelen van een eigen levensbeschouwelijke identiteit. Een doel wat in mijn ogen precies laat zien waar de godsdienstles om zou moeten draaien. Omdat het interreligieuze leermodel uitgaat van een dialoog tussen leerlingen met verschillende religieuze achtergronden, past dit model niet vanzelf in de context van reformatorische of gereformeerde scholen. Dit wilde ik niet zondermeer accepteren en dat vormde het belangrijkste uitgangspunt van mijn onderzoek.

De belangrijkste ontdekking
Perspectief verandering. Dat is de belangrijkste ontdekking die ik heb gedaan. Niet bij leerlingen of docenten, maar bij mezelf. Alle docenten die ik heb geïnterviewd waren zich ontzettend bewust van de uitdaging die een christelijke school in een pluriforme samenleving met zich meebrengt. ‘De godsdienstles kun je niet geven zonder de krant erbij te pakken’, zei een van de respondenten. Het geeft het belang van kennis van je omgeving aan. Ook al is de godsdienstles gericht op een eigen identiteit en religie, leerlingen moeten leren hoe ze zich moeten verhouden ten opzichte van hun omgeving.

Het beeld wat ik had van het christelijke godsdienstonderwijs was verouderd. Ik kreeg respect voor de docenten die ik interviewde. Omgaan met de pluriforme samenleving is voor iedereen een uitdaging. Ook op een school in Friesland zijn genoeg homogene klassen, alleen zijn deze leerlingen misschien wel allemaal atheïst. Niet religie is de oorzaak van homogene groepen, maar algemene segregatie veroorzaakt dit. Er zijn weinig scholen die de daadwerkelijke diversiteit in de samenleving kunnen weerspiegelen. De docenten op christelijke scholen zijn hier in elk geval heel bewust van en gaan de uitdaging aan. Ze gaan de uitdaging aan om diversiteit te ontdekken, te onderstrepen en te gebruiken.

De uitkomst van het afstudeeronderzoek is dat interreligieus leren in theorie kan plaatsvinden op deze christelijke scholen. Sterker nog, docenten passen dit leermodel onbewust al met regelmaat toe. Waar leerlingen kunnen oefenen met de interreligieuze dialoog, worden ze voorbereid op de multiculturele samenleving. Ze ontwikkelen namelijk een houding waar bij ze open staan voor (de mening van) de ander en leren hier mee om te gaan.

Godsdienstonderwijs waar deze interreligieuze dialoog plaats kan krijgen heeft in mijn ogen absoluut bestaansrecht, minstens zoveel als een les levensbeschouwing in een klas met alleen maar atheïsten.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Ik ben lastig; ik ben evangelicaal

Auteur: Menno Hanse schreef een blog n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘Het verlangen van  Foto mennomijn hart…’ – Evangelicale verlangens in de Hervormde Gemeente Veenendaal

Ik ben zo’n lastig gemeentelid: enthousiast, gelovig, vriendelijk en overtuigd van mijn eigen visie die afwijkt van de gevestigde Hervormde gemeente waar ik lid van ben. Ik ben een evangelicaal. Wat moet mijn Hervormde gemeente nu met mij aan? Wat moeten ze aan met evangelicalen in de kerk?

De evangelicaal en de gemeente
Evangelicalisering is inmiddels zeer wijd verbreid. Steeds meer gemeenteleden van orthodoxe gevestigde kerken ondergaan een proces van religieuze verandering waarbij de evangelische geloofsbeleving steeds meer wordt overgenomen. Het beleven en ervaren van God wordt steeds belangrijker, net als het in connectie staan met huidige samenleving, een missionaire praktijk en de rol van de Heilige Geest in het geloofsleven van alle dag. Juist deze ‘evangelicale’ dingen behoren niet direct tot de identiteit van een gemiddelde Hervormde gemeente.

De kloof
Je kunt stellen dat evangelicale verlangens – wellicht vooral qua uitingsvormen – afwijken van de praktijk binnen een Hervormde gemeente. Het onderzoek dat ik heb mogen doen – ‘Het verlangen van mijn hart…’ – laat dat duidelijk zien: kerk en geloofsverlangens van evangelicalen komen niet overeen. Dat maakt evangelicale gemeenteleden ingewikkeld voor menig kerkenraad en predikant. Zij dienen tenslotte niet alleen evangelicalen, maar de gehele gemeente. Aan deze predikanten en kerkenraden de ondankbare(?) taak om te zoeken naar wegen die de kloof tussen evangelicalen en de eigen gemeente al dan niet overbruggen.

De cruciale vraag
Naar mijn idee is de cruciale vraag die elk persoon in een leidinggevende positie binnen een orthodoxe gevestigde kerk allereerst zou moeten beantwoorden de volgende: willen we als gemeente gehoor geven aan de evangelicale verlangens van gemeenteleden? Er is een heel pakket aan praktische en theologische vragen te bedenken die verband houden met het beantwoorden van deze kernvraag. En ja, als je daar uit bent begint het pas: op een pastorale manier de gekozen weg handen en voeten geven binnen de gemeente.

Pasklaar antwoord…?
Wat moet mijn Hervormde gemeente nu met mij – een evangelicaal – aan? Moeten ze me liefdevol de deur wijzen, op een zijspoor zetten in de gemeente of de gemeente zo inrichten dat er ruimte komt voor mijn geloofsverlangens? Ik. Weet. Het. Niet. Ik weet het niet voor mijzelf en voor al die andere evangelicalen. Ik heb daarin zeker idealen en gedachten, maar met de snelheid dat ik ze bedenk komen ook de vragen of ze realistisch zijn. Mijn onderzoek geeft inzicht en wijst wegen rondom deze vragen, maar eindigt zonder pasklaar antwoord. Toch blijft niemand met lege handen staan, alleen al door het laatste citaat in het persoonlijk nawoord van mijn onderzoek:

Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;
Ik geef raad, mijn oog is op u.’ (Psalm 32:8, HSV)

Menno Hanse
HBO-Theologie (GPW) Christelijke Hogeschool Ede (CHE)
mennohanse@hotmail.com

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | 5 reacties

Heilzaam nabij

Auteurs: Irene van Binsbergen en Wim Wiersma n.a.v. hun afstudeeronderzoek “Heilzaam irene en wim nabij”

Spierballen
De deur staat uitnodigend open. Jaren 70 muziek schalt door de open ramen naar buiten. Blijkbaar draait hij ook voor zijn buren. ‘Kom verder. Ga lekker in de tuin zitten. Koffie?’ Ramon*), een breedgeschouderde en rijk getatoeëerde Rotterdammer leidt ons door zijn huis naar de achtertuin . Met een brede grijns laat hij vol trots zijn nostalgische verzameling zien aan lp’s, foto’s en beeldjes. In de tuin staat een fitnessapparaat met gewichten. ‘Kom op, even spierballen testen he’, lacht Ramon. Met grote moeite beweeg ik al trillend de stang een paar keer op en neer. ‘Zal ik even laten zien hoe het moet?’ Ramon showt zijn spierkracht door de gewichten moeiteloos te trotseren.

De toon is gezet. Ook verbaal showt Ramon ons zijn spierballen. In stevige Rotterdamse taal uit hij zijn frustratie over de maatschappij. ‘Neem nou die lui van de gemeente, allemaal bureaucratie en hypocrisie. Voel me gewoon genaaid! Zo simpel is dat.’ Over het geloof heeft Ramon ook niet veel positiefs te melden. ‘Dan wordt er gezegd ‘je moet ervoor bidden’, maar er gebeurt gewoon geen ene reet. Als je nu ook gewoon even om je heen kijkt. Scheid nu toch eens uit man, het is allemaal een groot fabeltje dat hele geloof.’

Hoe is het met je hart?
Ramon krijgt al enige jaren begeleiding vanuit Stichting Ontmoeting. Een behoorlijke uitdaging om een zelfstandig bestaan op te bouwen. Knap lastig om te voldoen aan alle eisen van de maatschappij, vindt hij. Prima dat Ramon zich fel uitspreekt tegen de politiek, de kerk en de maatschappij, wij zijn echter niet voor zijn (verbale) spierballen gekomen. Als onderzoekers naar pastoraat onder cliënten van Ontmoeting zijn we geïnteresseerd naar zijn hart. Welke vragen en behoeften leven er nu op de bodem van zijn ziel? Wat maakt zijn leven de moeite waard? Het is nog niet zo makkelijk om door de ruwe bolster heen te breken, op zoek naar de diepste kern van zijn mens-zijn. Hoe is het met je hart? Dat is wat we graag willen weten. Maar wanneer stel je die vraag? En hoe?

Heilzaam nabij

 

 

 

 

Onderzoek Pastoraat
Hoe bereik je nu het hart van de ander? Met deze vragen worstelt ook het thuishaventeam van Charlois. Hoe moeten cliënten worden benaderd als er sprake is van een pastorale behoefte. Hoe onderken je deze behoefte? En hoe ga je er vervolgens op in? Hoe ga je in gesprek over zingeving? In ons onderzoek geven we antwoord op deze vragen en bieden we een handreiking voor het pastoraat binnen de thuishaven.

Being with
Praten over zingeving is belangrijk. Maar misschien gaat er eerst nog iets aan vooraf. Een houding met het oog op de ander. In het gelaat van de ander worden we met de ander geconfronteerd. Je kunt niet meer om de ander heen. Onze verantwoordelijkheid is de ander te eerbiedigen en te respecteren in zijn anders-zijn. We moeten daarbij de ander boven onszelf stellen. In de ontmoeting met de ander ontmoeten we ook God Zelf. De manier waarop we met de ander omgaan, laat zien hoe we met God omgaan. Het diepste probleem van de mens is het niet-verbonden zijn. Niet verbonden zijn met God, niet verbonden zijn met elkaar, niet verbonden zijn met de schepping. Herstel kan plaatsvinden door presentie: being with. Het gaat dus niet primair om het oplossen van de problemen van de ander (‘working for’), maar om het ‘being with’. Er zijn in het leven van de ander en in diens onmacht.

*) Naam is gefingeerd

Irene van Binsbergen
Wim Wiersma

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Profetie in de Lichtboog

Auteur: Jaap Bonte n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Profetie in de Lichtboog”. Jaap Bonte

Lees je Bijbel bidt elke dag
Voor mijn afstudeerproject in De Lichtboog Houten heb ik een onderzoek gedaan naar het horen van Gods stem door gemeenteleden van De Lichtboog. Het blijkt uit dit onderzoek dat heel veel gemeenteleden van De Lichtboog nog steeds Gods stem horen. Gods stem wordt door veel gemeenteleden van De Lichtboog voornamelijk door de Bijbel wordt gehoord. Ondanks dat de canon van de Bijbel is afgesloten en hier dus niets meer aan toegevoegd kan worden, spreekt God nog steeds in deze tijd buiten de Bijbel om. Met Gods stem wordt in mijn onderzoek niet alleen de Bijbel of een Bijbeltekst bedoelt. Gods stem kan op vele andere manieren gehoord worden. De ervaring leert dat Gods stem vaak door een gedachte of een innerlijke stem wordt gehoord.

Gods stem horen voor andere mensen
Als mensen Gods stem kunnen horen voor zichzelf dan moet het toch ook mogelijk zijn om voor de mensen (mogelijk andere gemeenteleden) om je heen te luisteren naar Gods stem? Dit blijken mensen in De Lichtboog ook te doen.

Profetie
Gods stem horen voor andere mensen lijkt op de gave van profetie. Profetie zou je kort gezegd geopenbaarde kennis kunnen noemen. De toegangspoort tot de gave van profetie is liefde voor God. Vanuit deze liefde van God en ook voor de ander kun je geopenbaarde woorden delen. Profetie is tot opbouw, troostend en bemoedigend, blijkt uit 1 Kor.14:3. Paulus noemt profetie de hoogste gave omdat gemeente de hierdoor opgebouwd wordt.

“Gods plan voor mijn leven is toch veel belangrijker dan het belang van de gemeente?”
Deze individualistische houding, waarbij Gods plan voor je leven zo belangrijk is, was er in Korinthe ook. Paulus geeft het collectieve belang de voorkeur boven het individuele belang. Dit blijkt uit 1 Kor.14 waarin de functie van klanktaal en de functie van profetie tegenover elkaar wordt gezet. Klanktaal is voornamelijk tot persoonlijke opbouw en profetie tot opbouw van de gemeente.

Maar hoe dan?
Ondanks dat Gods stem iets alledaags kan zijn blijkt dat het in de praktijk lastig is om te onderscheiden wat God zegt. Wanneer zijn het mijn eigen gedachten en wanneer spreekt God? Dit is een kwestie van oefenen en leren onderscheiden wat van God komt en wat niet. Naast de moeite van het kunnen onderscheiden is het tijd nemen om te luisteren wat God wil zeggen ook nog lastig. Hierdoor laten we als christenen iets moois liggen. Vanuit persoonlijke ervaring weet ik dat het ook nu nog steeds mogelijk is om woorden van God door te krijgen. Mijn ervaring is dat bij het delen van deze “geopenbaarde kennis” zowel de ontvanger als ik verrast bleken te zijn door wat ik deelde. Ik was positief verrast doordat God mij gebruikte om iets aan een ander te delen. De ander voelde zich door God gezien omdat die persoon een heel specifiek en persoonlijke woord doorkreeg. Zoals Paulus in de Korinthebrief schrijft mogen we (nog steeds) streven naar de gave van profetie.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De drie R’s van een interculturele bediening

Auteur: Judit Visky n.a.v. haar afstudeeronderzoek “De drie R’s van een interculturele Juditbediening”.

Nederlanders zijn er goed in: systemen bedenken, stappenplannen maken, takenlijsten afvinken. Gewoon doen wat er van je verwacht wordt en zeggen waar het op staat, veel gekker hoefde het in de Lage Landen nooit te zijn. Dit is misschien ook de reden waarom de drie R’s van het klassieke opvoedideaal ontdaan zijn van de spruitjeslucht. Rust, reinheid en regelmaat zijn weer in, de ‘Dutch way’ van leven is een begrip geworden. Niet voor niets is dit een van de rijkste en gelukkigste landen ter wereld.

Globalisering, klimaatverandering en oorlog gooien helaas steeds meer roet in de stamppot. Onze overzichtelijke samenleving is niet meer wat het geweest is. Dierbare tradities worden ter discussie gesteld, wijken ‘verkleuren’, onze normen en waarden vervagen. De wereld staat letterlijk op de stoep en daar weten we, ook als christenen, weinig raad mee.

De afgelopen twee decennia is er echter een beweging vanuit de kerken ontstaan die deze chaos niet als een dreiging, maar als een missionaire kans opvat. Gelovigen van verschillende kerkelijke pluimage voelen zich aangesproken door de grote opdracht van Jezus om alle volkeren tot discipelen te maken. Goed nieuws voor de honkvaste broeders en zusters onder ons: we hoeven niet meer naar verre oorden, onze eigen straat is tot zendingsgebied geworden.

Interculturele christelijke bedieningen zijn er in alle soorten en maten. Wel of geen zondagse kerkdienst, inloop met koffie of een warme maaltijd, een handwerkclub, kinderprogramma’s of een woongemeenschap, het kan allemaal. Vaste kaders – hoe on – Hollands ook – ontbreken meestal. Om toch in een mogelijke behoefte te voorzien en wat structuur aan te brengen, geef ik hier drie R’s van een interculturele bediening:

Roeping
Meewarige blikken vallen pioniers vaak ten deel als ze getuigen over een Bijbels mandaat tot het stichten van interculturele geloofsgemeenschappen. Omgaan met ‘buitenlanders’ doe je misschien als hobby of uit hang naar het exotische, maar grote woorden als roeping nemen we in deze context niet graag in de mond. Toch blijkt uit de praktijk dat affiniteit met andere culturen op zichzelf bar weinig is om te kunnen ploegen op dit akker. Ook kom je er met eigengereidheid en vastberadenheid – nodige eigenschappen voor kerkplanters – niet verder dan ‘iets doen voor God en de naaste’. In het boek Openbaringen lezen we (7:9-10) dat er in de hemel een ontelbare menigte uit alle landen, volken en stammen in alle mogelijke talen God aanbidt. Om daar hier op aarde al een beginnetje mee te maken roept God gelovigen met een hart voor de vreemdeling om deze speciale en moeilijke bediening op te pakken.

Radicaal
Nog zo’n begrip dat de nuchtere Westerling om meerdere redenen doet huiveren. We associëren radicaal zijn met onverdraagzaamheid, geweld en fanatisme. Het woordenboek geeft echter een kort en krachtig betekenis aan dit woord: ‘geheel en al’. Is dit niet wat Jezus van zijn leerlingen vraagt? In navolging van Hem geeft de gelovige zich helemaal: hart en verstand, financiële middelen, tijd en talenten. In een interculturele setting kan dit ook het opgeven van sommige tradities inhouden. Blijft er dan nog wat over van de eigenheid van de verschillende culturen? We zien in het boek Openbaring dat de veelkleurigheid en meertaligheid van de volken niet wordt uitgewist. Ze zullen zonder concurrentie, in volledige eenheid en harmonie voor Gods aangezicht staan.

We zijn nog niet in de hemel, maar de Bijbel roept ons op om te streven naar eenheid in de gemeente van Christus, omdat daar een krachtige getuigenis van uitgaat richting een verdeelde wereld. We zullen ons in de omgang met elkaar als gelovigen uit verschillende volken geheel en al moeten geven, hoe pijnlijk dit soms ook kan zijn.

Relatie
Veel Nederlanders zijn goed in organiseren en werken taakgericht, dat is absoluut een gave. Gelovigen die in een interculturele context dienstbaar zijn weten dat deze benadering met mensen uit niet – Westerse culturen niet of averechts werkt.

In de omgang met nieuwkomers gaan het meeleven met elkaar, het geven van tijd en aandacht, het lange termijn – bouwen aan de relatie aan alle efficiëntie vooraf. Het persoonlijke zal als het ware altijd voor het professionele uitlopen, want bruggen sla je van hart tot hart en niet van agenda tot agenda.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen