Maakt zingeving gezond?

Auteur: Tsjikke Bloem n.a.v. haar afstudeeronderzoek. Foto Tjikke

Vooraf: Voor de geestelijke verzorg(st)ers van Opella heb ik mijn afstudeeronderzoek gedaan, met als hoofdvraag:  Wat is de behoefte aan en het belang van zingevingsbegeleiding bij revaliderende ouderen van de revalidatiecentra van Opella en hoe kan de zingevingsbegeleiding in de revalidatiezorg geïmplementeerd worden?

Een onderdeel van mijn onderzoek gaat over de verbinding tussen zingeving en gezondheid. Graag neem ik jullie mee op een korte reis om erachter te komen of aandacht voor zingeving daadwerkelijk invloed heeft op de gezondheid van mensen.

 Zingeving in een concentratiekamp
Te beginnen bij Viktor Frankl hij was een Joodse psychiater uit Oostenrijk. Hij werd met zijn vrouw gedeporteerd naar een concentratiekamp en ontwikkelde hier de visie dat het geven van zin aan het eigen leven, de diepste behoefte van de mens en tegelijkertijd de sterkst gezond makende kracht is. In het concentratiekamp observeerde hij de mensen die nieuw aangekomen waren van het transport en merkte op dat hij dacht: “Die haalt het en die haalt het niet’. Dat bleek te kloppen. Frankl vroeg zich af wat het was dat hij zag aan de mensen, van wie hij dacht: “Die haalt het”. Het bleek om mensen te gaan die leefden vanuit een bepaald levensmotief of voor een bepaald persoonlijk doel, dat hun leven zin gaf. Die mensen bleken de vreselijke omstandigheden veel beter te overleven dan mensen die niet leefden vanuit een bepaalde persoonlijke zingeving, maar vanuit conventies en uiterlijkheden.

Zingeving is bevorderlijk voor de gezondheid
Later zijn ook nog vergelijkbare conclusies getrokken zoals de Amerikaanse-Israëlische sociologisch onderzoeker Aaron Antonovsky. Door middel van een soortgelijk onderzoek onder mensen die in een concentratiekamp hadden verbleven ontdekte hij drie belangrijke karaktereigenschappen namelijk:

  • Inzicht in de eigen situatie.
  • Het gevoel om tenminste ergens nog greep op te hebben.
  • Het beleven van zingeving.

Van deze drie eigenschappen was volgens hem de zingeving de belangrijkste. Antonovsky ontwikkelde hiermee in 1979 zijn visie op salutogenese, het gezondheid bevorderende in de mens.

Positieve gezondheid
Als laatste wil ik graag naar de visie op zingeving en gezondheid van ex-huisarts Machteld Huber kijken. Volgens Machteld Huber is de definitie van gezondheid het volgende: “Gezondheid als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.” Naast de fysieke aspecten van ziek-zijn, spelen ook sociale relaties en zingeving een rol. Dit zijn manieren waarop mensen met hun ziekte leren omgaan, ook als de patiënt niet helemaal genezen kan worden. Hieruit blijkt dat zingeving expliciet deel uitmaakt van de gezondheidszorg. Met deze definitie wordt erkend dat zingeving onlosmakelijk verbonden is met het ervaren van gezondheid.

Kortom wil ik stellen, dat zingeving verweven is in het gehele leven van de mens dus is het ook van belang dat er aandacht besteed wordt aan zingeving tijdens ziekte en gebrokenheid.

Bent u nieuwsgierig geworden naar het gehele onderzoek of heeft u vragen. Neem dan gerust contact op.
Tsjikke Bloem
E-mail: tsjikkemartsjebloem@msn.com

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Wat is de aantrekkingskracht van de Messiaanse beweging in Nederland?

Auteurs: Neeltje Bremmer en Hadassa Stehouwer n.a.v. hun afstudeeronderzoek: Wat is Foto Hadassa en Neeltje de aantrekkingskracht van de Messiaanse beweging in Nederland op niet-Joodse christenen?

Groei Messiaanse beweging

De Messiaanse beweging in Nederland groeit sterk; wat zijn redenen hiervoor? Met deze vraag van onze opdrachtgever Stichting Israël en de Bijbel begonnen wij aan ons afstudeeronderzoek. De Messiaanse beweging is een wereldwijde beweging, die teruggaat op de Joodse christenen in de vroege kerk. Ze wil terug naar de Joodse wortels van het christendom. De Messiaanse beweging in Nederland is in de afgelopen dertig jaar uitgegroeid tot een beweging die bestaat uit grofweg 60 (huis)gemeenten. Deze gemeenten worden voornamelijk bezocht door niet-Joodse christenen met een kerkelijke achtergrond.

Een diverse beweging

De Messiaanse beweging is een veelkleurige en veelzijdige beweging. Dit blijkt uit het verschil aan visies op theologische onderwerpen en het verschil aan invulling van het geloof. Vrijwel alle gemeenten vieren de sabbat en de Joodse feesten. Over anderen onderwerpen wordt verschillend gedacht. Voorbeelden hiervan zijn de besnijdenis, de drie-eenheid en de Godheid van Jezus.
De beweging is niet georganiseerd. Er zijn in het verleden wel initiatieven geweest om het onderlinge contact te bevorderen. Sommige van deze initiatieven bestaan nog steeds, andere zijn opgeheven. Een aantal Messiaanse gemeenten staan in contact met elkaar. Toch ontwikkelen ze zich voornamelijk zelfstandig.

De aantrekkingskracht van de Messiaanse beweging

Aan de hand van interviews met betrokkenen, hebben we onderzocht welke factoren belangrijk zijn voor de groei van de beweging. We hebben ontdekt dat de aantrekkingskracht van de Messiaanse beweging te maken heeft met de zoektocht van mensen naar de Joodse wortels van hun geloof. Er zijn verschillende factoren aan te wijzen die een zoektocht bij mensen op gang brengt. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met het lezen van de Bijbel of andere literatuur, het maken van een reis naar Israël of het stellen van vragen in de kerk waar geen antwoorden op zijn. De Messiaanse beweging sluit aan bij deze zoektocht. Ze is passend in deze tijd en geeft antwoord op de vragen die mensen hebben.

Daarnaast zijn er verschillende factoren die ervoor zorgen dat mensen vervreemden van hun kerkelijke achtergrond. Het kan zijn dat er geen ruimte is voor hun zoektocht binnen de kerk. Ook geven mensen aan een openbaring van God te krijgen die hen verder brengt in hun zoektocht. Ze vinden herkenning in hun zoektocht binnen de Messiaanse beweging en sluiten zich om deze reden bij een Messiaanse gemeente aan.

Meer weten? Mail naar: hadassastehouwer@gmail.com

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

“Vergrijst de veelkleurigheid?”

Auteur: Erik Tramper n.a.v. zijn afstudeeronderzoek     foto Erik Tramper

Heeft pluriformiteit geen toekomst meer? Willen de nog naar de kerk gaande jongeren een minder brede kerk? Zijn de twintigers en dertigers, die nog met de kerk verbonden zijn weer veel orthodoxer? Moet  het roer dan maar om naar rechts?

Het zijn geluiden die we van diverse theologen binnen de protestantse kerk horen. Ook diverse onderzoeksrapporten tonen dit min of meer aan.

En toch… mijn onderzoek toont aan dat dit allemaal net iets genuanceerder ligt. Mijn onderzoek  met de titel  “veelkleurigheid” toont aan dat de twintigers en dertigers die verbonden zijn met de Protestantse Gemeente te Goes juist trots zijn op hun veelkleurige gemeente. Velen hebben voor deze gemeente gekozen omdat deze gemeente zich onderscheid ten opzichte van de andere gemeentes in Goes, omdat je er welkom bent zoals je bent. Zelfs ongelovige twintigers en dertigers, de partners van gelovigen, voelen zich er thuis. Ze voelen zich er ook thuis omdat ze het gemeente-zijn, het omzien naar elkaar hebben leren waarderen.

En toch… is deze gemeente ook sterk aan het vergrijzen, maar dat komt niet doordat de gemeente pluriformiteit nastreeft. Nee er ligt een andere oorzaak onder een veel diepere oorzaak. De twintigers en dertigers hebben in dit onderzoek aangegeven wat er daadwerkelijk moet veranderen om een PKN-kerk voor twintigers en dertigers te kunnen zijn en blijven. Want dat er iets MOET veranderen dat is duidelijk, want anders zal de veelkleurigheid verbleken en vergrijzen en zal het licht … uiteindelijk uitgaan. Alles wat vast is zal vloeibaar moeten worden, alleen de kern van het evangelie zal in essentie bewaard moeten blijven. Zoals de graankorrel stierf in de aarde…, ja op die manier…

Iedere PKN gemeente die worstelt met vergrijzing, zou kennis moeten nemen van mijn afstudeerscriptie. Wie weet hoe de gemeente weer op kleur kan komen. In Goes zal het gaan gebeuren, de kerk zal weer op kleur komen… Soms is de oplossing heel eenvoudig … maar je moet wel LEF hebben. Wanneer je kost wat kost de oude zakken wil behouden, dan zullen ze scheuren… en de wijn zal er uit weg lopen. Het gaat ook en met name om vertrouwen, vertrouwen op God. Erik Tramper

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zo word je een relaxte kerkelijk werker

Auteur: Eelco Poelarends n.a.v. zijn afstudeeronderzoek.  foto eelco poelarends

Vooraf:  Beginnend hbo-theoloog of al langer aan het werk in de kerk? Het blijft een uitdaging om binnen de gemeente deze kwetsbare plek in te nemen. Het meeste van het werk wordt door gemeenteleden op vrijwillige basis gedaan. Hoe zorg je dat je relaxed blijft functioneren?
Eelco Poelarends deed in opdracht van het lectoraat ‘Geloven in context’, verbonden aan de academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) een casusstudie om inzicht te krijgen in de relaties tussen een kerkelijk werker en de vrijwilligers in die gemeente. Daarbij lag zijn focus op de ervaren spanningen in die relaties.

Na aanleiding van het onderzoek geeft hij vijf tips. Deze suggesties zijn niet alleen relevant voor jeugdwerkers, pastoraal werkers en andere hbo-theologen. Kerkraden en leidinggevenden kunnen er ook hun voordeel mee doen.

Tip 1: Ga kerkshoppen

Energie krijgen van je werk, dat is wat je wilt. Maar dit is niet vanzelfsprekend. Op een aantal basisvoorwaarden heeft de gemeente en kerkenraad invloed. Bij het solliciteren en de keuze voor een gemeente, is het goed om te letten op randvoorwaarden, als de identiteit van de kerk en de omstandigheden waarin je het werk moet doen. Als deze eisen bij je passen heb je een goede stap gezet. Maar wil je echt gemotiveerd blijven, dan is het belangrijk dat je successen boekt en daarin bevestiging ontvangt. Hier heb je als hbo-theoloog invloed op.

Tip 2: Voorkom een valse start

Gemeenten hebben niet altijd helder wat ze van een professional kunnen verwachten, waardoor een concreet takenpakket en functieprofiel kan ontbreken. Om op een ontspannen wijze te starten is het daarom goed om hier goed aandacht aan te besteden. Dit kan ook bij de leidinggevenden van de kerkelijk werker van pas komen. Ze weten waar ze op kunnen sturen en de kerkelijk werker weet wat hij mag verachten. Ben je al aan de slag? Dan is het aan te bevelen om hier nog eens met de kerkenraad over in gesprek te gaan.

Tip 3: Maak een bouwtekening

Als professional doe je maar een klein deel van het werk. Je wilt de gemeenteleden, die beperkt tijd hebben, zo goed mogelijk tot hun recht laten komen. Vrijwilligersbeleid, waarbij aandacht wordt gegeven aan de aspecten van werven, begeleiden en afscheid nemen, is geen overbodigheid, om henzelf, de gemeente en wereld op te bouwen.

Tip 4: Koop een spiegel

Storend gedrag van gemeenteleden, is een prima spiegel voor jezelf. Waarom stoor juist jij je aan dat gedrag? Het is belangrijk om hierbij na te denken in welke mate je de verandering van het gedrag zelf in de weg staat en hoe je effectiever gedrag stimuleert bij de ander.

Tip 5: Laat je ogen laseren

Secularisatie? Het kerkbezoek neemt af en gemeenteleden lijken minder belang te hechten in de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren. Ook de opkomst bij activiteiten is laag. Al snel valt het allemaal tegen en daalt de motivatie. Maar waar leggen we de focus? De-secularisatie begint bij onszelf, door ons grootste verlangen in God te zoeken. Hierdoor leer je anders kijken en gaat geloofsgroei – al is het zo klein – ons weer opvallen.

Benieuwd hoe Eelco bij deze tips komt vanuit de ervaren spanningen? Het rapport is hier te lezen. Meer informatie over het werken met vrijwilligers op de online toolkit van de opleiding GPW van de CHE: http://theolgietoolkit.nl
Wil je verdere informatie, dan mag je contact opnemen met hem via e-mail (eelcopoel@gmail.com) of LinkedIn (https://www.linkedin.com/in/eelcopoelarends).

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Religieus islamitisch terrorisme

Auteur: Rene Bosman n.a.v. zijn afstudeeropdracht Religieus islamitisch terrorisme.  foto Rene Bosman

Islam en geweld horen bij elkaar! Moslims en de islam zijn een bedreiging voor Nederland. Deze stellingen worden door veel Nederlanders onderschreven. Beelden van verschillende terroristische aanslagen in Europa staan nog scherp op ons netvlies. Misschien hoor jij wel bij de meerderheid van de Nederlandse bevolking die bang is voor de islam en voor de multiculturele samenleving.  

De islam in Nederland gelooft net als andere religies in een hoger wezen. De religieus islamitische terrorist rechtvaardigt zijn handelen vanuit deze hogere macht. Door een bepaalde interpretatie van de islam heeft de terrorist het recht om opzettelijk onschuldige burgers met geweld te doden. Dit islamisme is obscuur en in zichzelf gekeerd, fanatiek en oorlogszuchtig. Dit is niet de islam zoals Nederlandse moslims voorstaan. Zij geloven in een open, tolerante en vredelievende islam. Beiden zijn niet met elkaar te rijmen. Los van de vraag waarop wij deze uitspraken baseren wil ik de vraag stellen in hoeverre wij worden beïnvloed door het religieus islamitisch terrorisme in ons denken en in onze houding ten opzichte van moslims in Nederland. Tot nu toe zijn er gelukkig nog geen aanslagen geweest in Nederland maar de invloed van terroristische aanslagen in andere Europese landen stoppen niet bij de Nederlandse grens. Na elke aanslag zijn er vaak heftige uitlatingen en een toename van het wij-zij denken. 

De vraag die ik mijzelf als godsdienstonderwijzer hebt gesteld is ‘hoe zit dat nu met jongeren?’. Heeft het religieus islamitisch terrorisme invloed op het denken op de houding van jongeren ten aanzien van moslims en de islam in Nederland? Wat blijkt? Onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Melanchthon Schiebroek wijst uit dat tweederde van de onderzochte groep aangeeft geen negatieve gevoelens te hebben ten opzichte van religie, niet negatief denkt over de moslims en de islam en geen negatieve invloed ervaart in de persoonlijke beleving en houding ten opzichte van moslims in Nederland. Kanttekening hierbij is dat één derde dit wel vindt. Dat is een grote groep. Uit ervaring weten we dat een kleine groep grote invloed heeft in de klas. Deze groep die aangeeft wel negatief te worden beïnvloed door het religieus terrorisme moeten we dus zeer serieus nemen. De godsdienstonderwijzer heeft als opdracht om met beide groepen in gesprek te gaan om tegenstellingen die kunnen leiden tot segregatie binnen de school en dus onze samenleving tegen te gaan. De godsdienstdocent staat voor een geweldige uitdaging om dit vorm te geven.  

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Bezield – Bevindelijk

Auteur: Marieke Schouten n.a.v. haar afstudeeronderzoek: Bezield – Bevindelijk.  foto Marieke Schouten

Vooraf: In dit afstudeerproduct is een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar factoren in de hedendaagse maatschappij die oververmoeidheid onder jongvolwassenen veroorzaken. Daarna is gekeken wat de benedictijnse en reformatorische spiritualiteit typeert en welke rol zij mogelijk in deze vermoeidheidsproblematiek speelt en kan spelen. Daarna is door middel van diepte-interviews de levensstijl van 8 reformatorische jongvolwassenen uitgebreid onderzocht. Deze verkenning van levensstijl richtte zich met name op de onderwerpen levensritme (dus de verhouding rust/vrije tijd, hoeveelheid stilte en slaap), verhouding tot digitale media, gezondheid (met name rondom slaap, concentratie, druk, stress) en de verhouding tot reformatorische traditie. Uit deze leefstijlverkenning kwam naar voren dat ook reformatorische jongeren vermoeidheidklachten hadden. Deze jongeren gaven daarnaast aan dat er in hun kerkelijke traditie weinig gezegd/gepreekt wordt over een gezonde levensstijl.
De uiteindelijke conclusie van dit afstudeeronderzoek is dat, hoewel er in de christelijke spiritualiteit vanouds aandacht is voor rust, bijvoorbeeld in het oude kloosterleven en de invulling van de zondag, er toch meer concrete handvatten gegeven moeten worden om het rustbegrip te ontwikkelen. 

Bezield-Bevindelijk
Een reformatorische jongedame die een zeer vermoeiende zomervakantie had. Jongvolwassenen om haar heen die in bosjes burn-out raakte. En een bezield Benedictijns levens-regel-voor-beginners-boekje. Dé ingrediënten voor een interessant afstudeervraagstuk. Welke relatie is er tussen deze onderwerpen? Wat veroorzaakt nu eigenlijk die vermoeidheid onder jongvolwassenen? Hoe is de levensstijl van reformatorische jongvolwassenen te typeren? En in hoeverre kan het oude bezielde kloosterleven, verpakt in dat Benedictijnse boekje ‘Levensregel voor beginners’, een inspiratiebron zijn voor reformatorische, vermoeide jongvolwassenen?

Drukte in de kerk
Met deze vragen ging ik de afgelopen maanden aan de slag. Een persoonlijke zoektocht volgde. Persoonlijk omdat ik zelf ook immers een van die vermoeide jongvolwassenen was. En persoonlijk omdat het voor een doorgewinterde reformatorische jongedame niet vanzelfsprekend is om de benedictijnse spiritualiteit te onderzoeken én om de reformatorische spiritualiteit onder de kritisch loep te nemen. Toch kwamen er essentiële en verassende antwoorden. Uit mijn onderzoek bleek bijvoorbeeld dat er in de reformatorische spiritualiteit weinig oog is voor het praktische leven. Het leven met God wordt gezien als een serieuze geestelijke zaak. Oproepen om rust te nemen en goed zorg te dragen voor het lichaam worden nauwelijks gehoord. Een notitie als ‘stilte’ is vaak verbonden met het hebben van ‘stille tijd’. Zo werd stilte geestelijk ingekleurd. Het frappante was zelfs dat respondenten aangaven dat sommige kerken zelfs ‘druk zijn’ bevorderden. Te kust en te keur worden daar immers activiteiten georganiseerd. Zo wordt er in de kerk gewerkt vóór God. Maar wordt er ook gewerkt mét God?

God van rust
Geloof en drukte bleek al met al een interessante combinatie. Dat er weinig oog is voor stilte en rust in de reformatorische traditie is echter wel een essentieel gemis. Uit mijn literatuurstudie naar vijf belangrijke (cultuurfilosofische) schrijvers bleek namelijk dat vermoeidheid niet alleen in mijn eigen omgeving, zoals al benoemd in mijn inleiding, maar landelijk een groot probleem is. Ook mijn reformatorische respondenten waren vermoeid. Dat heeft allerlei oorzaken, teveel om hier uitgebreid te benoemen. Daarvoor verwijs ik u graag naar mijn afstudeerproduct. Ik kwam echter wel tot de conclusie dat de christelijke spiritualiteit een belangrijk rustpunt kan zijn in een vermoeide samenleving. God heeft immers Zelf een rustdag instelt. Ook in de evangeliën komt naar voren dat Jezus regelmatig rustte. En wat te denken van Elia die God ontmoette in het ‘suizen van een zachte stilte’? De bestudering van de Benedictijnse spiritualiteit liet me zien dat in het bezielde oude kloosterleven vanouds aandacht was voor een leven met rust, stilte en regelmaat. Dit is iets waar we in de bevindelijke traditie op mogen bezinnen. Met andere woorden: wat heeft het voor ons praktische leven (lees: agenda) te zeggen dat God rust een belangrijke plek gunt? Jongvolwassenen zijn, zoals vaak wordt beweerd, dé toekomst van de kerk. Oververmoeide jongeren zullen echter niet deze verantwoording kunnen dragen. Ook kunnen ze geen bezieling en rust overbrengen aan een volgende opgroeiende generatie. En laat staan dat ze een ‘lichtend licht’ kunnen zijn voor seculiere samenleving. Een bezield-bevindelijke doordenking is daarom nodig. Zodat het licht weer wordt ontstoken in levens van jongvolwassenen. En anderen zo tot hun licht zullen komen.

Meer weten? Mail naar: mariasch93@hotmail.com

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Samenwerking ouders & kerk in de geloofsopvoeding

Auteur: Niels Stolper n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “samenwerking ouders & kerk in de foto Niels Stolpergeloofsopvoeding”

Wat is jouw middenweg? 
God is niet ‘alleen’ een liefdevolle Vader.
Kinderen moeten niet ‘alleen’ maar ruimte en vrijheid krijgen.
Twijfelen aan God en aan je eigen kunnen is niet gek.
Maar, hoe en wat dan wel?

De opvoeding die jij en ik hebben ontvangen hebben gevolgen. Vanuit mijn eigen opvoeding maak ik bewust en onbewust keuzes. Ik, Niels, ben mede door mijn ouders gevormd tot wie ik nu ben. Mijn ouders hebben anti-keuzes en pro-keuzes gemaakt ten opzichte van hun eigen opvoeding. In de geloofsopvoeding gebeurt dit ook.

Anti-keuzes
Wat jij je kinderen graag wil meegeven zou goed een anti-keuze kunnen zijn. Anti-keuzes staan haaks op de keuzes die door je ouders of omgeving worden gemaakt. Het zijn keuzes die jij absoluut niet wilt maken. Je wilt je kinderen nergens toe dwingen of iets opleggen. Je wilt dat je eigen daden ook weerspiegelen wat je zegt.

Pro-keuzes
Tegelijk kan het ook zijn dat je van je ouders hebt geleerd en hun waarden en normen graag wilt doorgeven en zelf wilt uitleven. De gezellige sfeer die er altijd was op zondag, je moeder die altijd voor andere mensen zorgde, je vader die altijd nog even een rondje met je ging fietsen. Dit zijn gebeurtenissen die waardevol zijn en waaruit de opvoeder zelf dit graag wil doorgeven.

Samen sta je sterk? 
In een gezin ben je samen verantwoordelijk voor de geloofsopvoeding. Tegelijk heb je als ouders vaak een verschillende geloofsopvoeding gekregen. Hoe ga je met deze verschillen om? Wat communiceer je naar de kinderen en in hoeverre voer je waar de kinderen bij zijn de discussie met elkaar?

Ondersteuning
Hoe kan de kerk geloofsopvoeding ondersteunen? Kerk ben je samen…een voorganger, pastoraal werker of jeugdouderling heeft zelf ook een gezin. Ook zij maken pro en anti-keuzes. Kerk ben je met elkaar met Jezus Christus als HOOFD van het lichaam.

Het is belangrijk dat er aandacht is voor thema’s als religieuze erfenis. Dit om samen te zoeken naar een gezonde balans in de keuzes die we in het hier en nu maken.

Is er in uw leven, uw gezin, uw sociaal-netwerk, uw kerk aandacht voor deze thema’s?
Wat is de bron waarin jullie naar antwoorden zoeken? Zoek je antwoorden in de Bijbel, Gods Woord. Zijn richtlijnen zijn betrouwbaar en goed. Bid om wijsheid, wijsheid begint met ontzag voor God.

Meer lezen over dit onderwerp? Meer lezen over geloofsopvoeding en de rol die de kerk kan innemen in ondersteuning en samenwerking in geloofsopvoeding? Door op de volgende link te klikken kan u het onderzoeksrapport lezen. Heeft u vragen of wilt u reageren op het stuk, neem gerust contact op!
Niels Stolper
nielsstolper1993@hotmail.nl
www.linkedin.com/in/niels-stolper

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Het belang van het levensboek in het zorgsysteem in de zorginstelling

Auteur: Margriet Horlings n.a.v. haar afstudeeronderzoek: ” Het belang van het levensboek in het zorgsysteem in de zorginstelling”. foto Margriet Horlings

Vooraf: In dit onderzoek is het huidige gebruik van het levensverhaal onderzocht bij ‘De Wijngaard’, een van de locaties van Accolade Zorggroep. Het doel van het onderzoek was te kijken wat nodig is om het levensboek weer actief in gebruik te nemen en het te implementeren binnen het Elektronisch cliëntdossier, zodat medewerkers van alle betreffende disciplines op deze manier het levensverhaal van de bewoner kunnen gebruiken en zo de bewoner nog meer centraal te kunnen stellen.  

Dit onderzoek is uitgevoerd door literatuurstudie en veldonderzoek, waarbij naar voren is gekomen dat door relatief kleine aanpassingen door te voeren in de werkwijzen rondom het levensboek er veel winst behaald kan worden voor medewerkers en bewoners.

Bij mevrouw op de kamer hangen foto’s en al snel praten we over de trouwfoto en vertelt ze me dat ze vrij vlot na haar huwelijk weduwe werd. Ernaast hangt een grote foto van haar en een jonge vrouw erop en ik vraag haar voorzichtig of ze nog kinderen heeft gekregen, maar dat blijkt niet het geval.

Even later wordt er op de deur geklopt. Een man en vrouw stappen naar binnen en ik zie dat het de jonge vrouw van de foto is……Het blijkt haar dochter te zijn.

Deze ontmoeting vond plaats op een psychogeriatrische afdeling van een verzorgingsinstelling, waarbij ik op dat moment geen achtergrond van de gesprekspartner had. In bovenstaande gesprek probeerde ik in te gaan op het feit dat ze zo kort na haar huwelijk weduwe werd, maar mevrouw liet op geen enkele manier emotie blijken. Het kan zijn dat ze er niet over wilde praten, maar misschien klopte haar herinnering niet en voelde ze daarom geen emotie. Ik ben er niet achter gekomen.

De noodzaak van het levensboek
Zonder achtergrondinformatie is het moeilijk(er) communiceren. Dat is wat bovenstaande casus laat zien. Bij sommige bewoners kan communicatie onnodig moeilijk worden wanneer de zorgverlener de bewoner niet kent en geen achtergrond van de persoon heeft.

Het levensverhaal tot onderdeel van het zorgsysteem maken. Dat is al gebeurd op de locatie  ‘De Wijngaard’ van Accolade zorggroep, waar ik onderzoek deed naar het levensboek. Zij hebben het levensverhaal ingezet als instrument voor medewerkers in de zorginstelling om het contact met, het begrip en het respect voor de bewoner toe te laten nemen.  Maar op het moment dat het levensboek geïmplementeerd is in het zorgsysteem is dat niet het einde, maar juist een nieuw begin, want dan is het van belang dat alle gegevens up-to-date zijn, zodat iedereen, van zorgmedewerker tot geestelijk verzorger, van deze gegevens gebruik kan maken.

Voorwaarden om het levensboek te gebruiken zijn daarom nodig, waarbij het up-to-date zijn van de gegevens een belangrijke voorwaarde is, want als dit niet gebeurt dan kan de werking van het systeem stagneren, omdat achterhaalde gegevens of geen gegevens tot frustratie leiden en daar wordt niemand vrolijk van.

Aanpakken van het probleem in deze casestudie
Niet bijgewerkte levensboeken in het zorgsysteem kan verschillende oorzaken hebben, waarbij de factor tijd wel een overbekende is, die ook bij ‘De Wijngaard’ genoemd wordt. Wanneer meer tijd niet opgelost kan worden met geld, kan de inzet van vrijwilligers dat dan wel?

‘Kunnen vrijwilligers ingezet worden bij het levensboek?’ is de vraag die ik stel aan medewerkers, naast de vragen waarbij ik probeer te achterhalen wat de reden is dat het zorgsysteem niet up-to-date is als het gaat om levensboeken van bewoners.

Bij zorginstelling ‘De Wijngaard’ is het een kwestie van puntjes op de ‘i’ zetten, waardoor veel winst behaald kan worden en iedereen kan meewerken aan optimale zorg voor bewoners.  Misschien moet er bij andere instellingen nog grotere slagen gemaakt worden, maar het is meer dan de moeite waard voor wie het welbevinden en welzijn van de bewoner  op het oog heeft.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren?

Auteur: Jonard Roukes n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren?

Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren? In de godsdienstles wordt er van alles gezegd, gevraagd en gediscussieerd; maar wat gebeurt er nu echt? Kun je daar als docent grip op krijgen?

In een praktijkonderzoek heb ik geprobeerd de leerlingen in te delen in ontwikkelingsstadia; hiervoor ontwikkelde ik twee testen vanuit de theorie van religieuze ontwikkeling van James Fowler. In deze testen werden de leerlingen bevraagd op hun handelswijze in situaties waarin de positie binnen de groep een belangrijke rol speelt. De resultaten van dit onderzoek gaven echter te denken. De resultaten van dit vooronderzoek sluiten niet aan op de onderzoeksresultaten die Fowler zelf weergeeft. Is Fowler dan wel geschikt om leerlingen in te delen? Mankeert er iets aan de testen? Of is er nog een andere verklaring?

In dit onderzoek wordt het vooronderzoek gecorrigeerd; de theorie van Fowler is minder bruikbaar dan gedacht en de testen zijn niet valide. Naast deze correcties op het vooronderzoek volgen in de rest van het onderzoek diverse noties die kunnen helpen de leerling een realistisch zelfbeeld te geven. Een aantal van deze noties zijn:

  • Theorieën over persoonlijke ontwikkeling moeten gerelateerd worden aan religieuze ontwikkeling; zo gaat de theorie van Fowler meer over manieren van zingeving dan over de mate waarin een leerling zich zelfstandig verhoudt tot het overgeleverde geloof.
  • De ontwikkeling van een persoon verloopt gedifferentieerd; zijn houding in de thuissituatie kan verder ontwikkeld zijn dan op zijn houding op school. De Groninger Identiteitsontwikke­lingsschaal helpt om de diverse gebieden in kaart te brengen.
  • Jongeren hebben tijdens de adolescentie de neiging van zichzelf een ideaalbeeld te geven in plaats van te beschrijven wie ze werkelijk zijn. Een zelfbeschrijving van een leerling hoeft dus niets te zeggen over wie hij werkelijk is.
  • De ontwikkeling van religieuze opvattingen kan verlopen op een subtiele manier, zonder dat het voor andere direct merkbaar is.
  • De cultuur waarin de leerlingen leven kan bepalend zijn voor de betekenis van een religieuze opvatting of uiting. Kennis van deze cultuur is dus nodig om de opvatting of uiting correct te interpreteren.

Kortom: het heeft weinig zin om te proberen grip te krijgen op de religieuze ontwikkeling van de leerling. Het is beter om de leerlingen meer inzicht te geven in hun eigen religieuze ontwikkeling en de manier waarop deze verloopt. Dit kan door gebruik te maken van de noties die hierboven genoemd zijn. Twee concrete voorbeelden voor de lespraktijk:

  • Laat de leerling zichzelf beschrijven aan de hand van een vraag gerelateerd aan geloof. Laat de mentor, vrienden of de ouders van de leerling eenzelfde beschrijving geven over deze leerling. Laat de leerling de verschillende beschrijvingen met elkaar vergelijken.
  • Laat de leerling in gesprek gaan met een andersdenkende van dezelfde leeftijd; laat deze twee personen elkaars levensbeschouwing omschrijven en daarover doorpraten. Herhaal dit gesprek na verloop van tijd één of meerdere malen.

Door zo te investeren in het zelfinzicht van de leerling kan de leerling zijn religieuze identiteit bewust vormgeven.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Religieus islamitisch terrorisme

Auteur: René Bosman n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Religieus islamitisch terrorisme” foto Rene

Islam en geweld horen bij elkaar! Moslims en de islam zijn een bedreiging voor Nederland. Deze stellingen worden door veel Nederlanders onderschreven. Beelden van verschillende terroristische aanslagen in Europa staan nog scherp op ons netvlies. Misschien hoor jij wel bij de meerderheid van de Nederlandse bevolking die bang is voor de islam en voor de multiculturele samenleving. 

De islam in Nederland gelooft net als andere religies in een hoger wezen. De religieus islamitische terrorist rechtvaardigt zijn handelen vanuit deze hogere macht. Door een bepaalde interpretatie van de islam heeft de terrorist het recht om opzettelijk onschuldige burgers met geweld te doden. Dit islamisme is obscuur en in zichzelf gekeerd, fanatiek en oorlogszuchtig. Dit is niet de islam zoals Nederlandse moslims voorstaan. Zij geloven in een open, tolerante en vredelievende islam. Beiden zijn niet met elkaar te rijmen. Los van de vraag waarop wij deze uitspraken baseren wil ik de vraag stellen in hoeverre wij worden beïnvloed door het religieus islamitisch terrorisme in ons denken en in onze houding ten opzichte van moslims in Nederland. Tot nu toe zijn er gelukkig nog geen aanslagen geweest in Nederland maar de invloed van terroristische aanslagen in andere Europese landen stoppen niet bij de Nederlandse grens. Na elke aanslag zijn er vaak heftige uitlatingen en een toename van het wij-zij denken. 

 De vraag die ik mijzelf als godsdienstonderwijzer hebt gesteld is ‘hoe zit dat nu met jongeren?’. Heeft het religieus islamitisch terrorisme invloed op het denken op de houding van jongeren ten aanzien van moslims en de islam in Nederland? Wat blijkt? Onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Melanchthon Schiebroek wijst uit dat twee derde van de onderzochte groep aangeeft geen negatieve gevoelens te hebben ten opzichte van religie, niet negatief denkt over de moslims en de islam en geen negatieve invloed ervaart in de persoonlijke beleving en houding ten opzichte van moslims in Nederland. Kanttekening hierbij is dat één derde dit wel vindt. Dat is een grote groep. Uit ervaring weten we dat een kleine groep grote invloed heeft in de klas. Deze groep die aangeeft wel negatief te worden beïnvloed door het religieus terrorisme moeten we dus zeer serieus nemen. De godsdienstonderwijzer heeft als opdracht om met beide groepen in gesprek te gaan om tegenstellingen die kunnen leiden tot segregatie binnen de school en dus onze samenleving tegen te gaan. De godsdienstdocent staat voor een geweldige uitdaging om dit vorm te geven.  

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen