Samenwerking ouders & kerk in de geloofsopvoeding

Auteur: Niels Stolper n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “samenwerking ouders & kerk in de foto Niels Stolpergeloofsopvoeding”

Wat is jouw middenweg? 
God is niet ‘alleen’ een liefdevolle Vader.
Kinderen moeten niet ‘alleen’ maar ruimte en vrijheid krijgen.
Twijfelen aan God en aan je eigen kunnen is niet gek.
Maar, hoe en wat dan wel?

De opvoeding die jij en ik hebben ontvangen hebben gevolgen. Vanuit mijn eigen opvoeding maak ik bewust en onbewust keuzes. Ik, Niels, ben mede door mijn ouders gevormd tot wie ik nu ben. Mijn ouders hebben anti-keuzes en pro-keuzes gemaakt ten opzichte van hun eigen opvoeding. In de geloofsopvoeding gebeurt dit ook.

Anti-keuzes
Wat jij je kinderen graag wil meegeven zou goed een anti-keuze kunnen zijn. Anti-keuzes staan haaks op de keuzes die door je ouders of omgeving worden gemaakt. Het zijn keuzes die jij absoluut niet wilt maken. Je wilt je kinderen nergens toe dwingen of iets opleggen. Je wilt dat je eigen daden ook weerspiegelen wat je zegt.

Pro-keuzes
Tegelijk kan het ook zijn dat je van je ouders hebt geleerd en hun waarden en normen graag wilt doorgeven en zelf wilt uitleven. De gezellige sfeer die er altijd was op zondag, je moeder die altijd voor andere mensen zorgde, je vader die altijd nog even een rondje met je ging fietsen. Dit zijn gebeurtenissen die waardevol zijn en waaruit de opvoeder zelf dit graag wil doorgeven.

Samen sta je sterk? 
In een gezin ben je samen verantwoordelijk voor de geloofsopvoeding. Tegelijk heb je als ouders vaak een verschillende geloofsopvoeding gekregen. Hoe ga je met deze verschillen om? Wat communiceer je naar de kinderen en in hoeverre voer je waar de kinderen bij zijn de discussie met elkaar?

Ondersteuning
Hoe kan de kerk geloofsopvoeding ondersteunen? Kerk ben je samen…een voorganger, pastoraal werker of jeugdouderling heeft zelf ook een gezin. Ook zij maken pro en anti-keuzes. Kerk ben je met elkaar met Jezus Christus als HOOFD van het lichaam.

Het is belangrijk dat er aandacht is voor thema’s als religieuze erfenis. Dit om samen te zoeken naar een gezonde balans in de keuzes die we in het hier en nu maken.

Is er in uw leven, uw gezin, uw sociaal-netwerk, uw kerk aandacht voor deze thema’s?
Wat is de bron waarin jullie naar antwoorden zoeken? Zoek je antwoorden in de Bijbel, Gods Woord. Zijn richtlijnen zijn betrouwbaar en goed. Bid om wijsheid, wijsheid begint met ontzag voor God.

Meer lezen over dit onderwerp? Meer lezen over geloofsopvoeding en de rol die de kerk kan innemen in ondersteuning en samenwerking in geloofsopvoeding? Door op de volgende link te klikken kan u het onderzoeksrapport lezen. Heeft u vragen of wilt u reageren op het stuk, neem gerust contact op!
Niels Stolper
nielsstolper1993@hotmail.nl
www.linkedin.com/in/niels-stolper

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Het belang van het levensboek in het zorgsysteem in de zorginstelling

Auteur: Margriet Horlings n.a.v. haar afstudeeronderzoek: ” Het belang van het levensboek in het zorgsysteem in de zorginstelling”. foto Margriet Horlings

Vooraf: In dit onderzoek is het huidige gebruik van het levensverhaal onderzocht bij ‘De Wijngaard’, een van de locaties van Accolade Zorggroep. Het doel van het onderzoek was te kijken wat nodig is om het levensboek weer actief in gebruik te nemen en het te implementeren binnen het Elektronisch cliëntdossier, zodat medewerkers van alle betreffende disciplines op deze manier het levensverhaal van de bewoner kunnen gebruiken en zo de bewoner nog meer centraal te kunnen stellen.  

Dit onderzoek is uitgevoerd door literatuurstudie en veldonderzoek, waarbij naar voren is gekomen dat door relatief kleine aanpassingen door te voeren in de werkwijzen rondom het levensboek er veel winst behaald kan worden voor medewerkers en bewoners.

Bij mevrouw op de kamer hangen foto’s en al snel praten we over de trouwfoto en vertelt ze me dat ze vrij vlot na haar huwelijk weduwe werd. Ernaast hangt een grote foto van haar en een jonge vrouw erop en ik vraag haar voorzichtig of ze nog kinderen heeft gekregen, maar dat blijkt niet het geval.

Even later wordt er op de deur geklopt. Een man en vrouw stappen naar binnen en ik zie dat het de jonge vrouw van de foto is……Het blijkt haar dochter te zijn.

Deze ontmoeting vond plaats op een psychogeriatrische afdeling van een verzorgingsinstelling, waarbij ik op dat moment geen achtergrond van de gesprekspartner had. In bovenstaande gesprek probeerde ik in te gaan op het feit dat ze zo kort na haar huwelijk weduwe werd, maar mevrouw liet op geen enkele manier emotie blijken. Het kan zijn dat ze er niet over wilde praten, maar misschien klopte haar herinnering niet en voelde ze daarom geen emotie. Ik ben er niet achter gekomen.

De noodzaak van het levensboek
Zonder achtergrondinformatie is het moeilijk(er) communiceren. Dat is wat bovenstaande casus laat zien. Bij sommige bewoners kan communicatie onnodig moeilijk worden wanneer de zorgverlener de bewoner niet kent en geen achtergrond van de persoon heeft.

Het levensverhaal tot onderdeel van het zorgsysteem maken. Dat is al gebeurd op de locatie  ‘De Wijngaard’ van Accolade zorggroep, waar ik onderzoek deed naar het levensboek. Zij hebben het levensverhaal ingezet als instrument voor medewerkers in de zorginstelling om het contact met, het begrip en het respect voor de bewoner toe te laten nemen.  Maar op het moment dat het levensboek geïmplementeerd is in het zorgsysteem is dat niet het einde, maar juist een nieuw begin, want dan is het van belang dat alle gegevens up-to-date zijn, zodat iedereen, van zorgmedewerker tot geestelijk verzorger, van deze gegevens gebruik kan maken.

Voorwaarden om het levensboek te gebruiken zijn daarom nodig, waarbij het up-to-date zijn van de gegevens een belangrijke voorwaarde is, want als dit niet gebeurt dan kan de werking van het systeem stagneren, omdat achterhaalde gegevens of geen gegevens tot frustratie leiden en daar wordt niemand vrolijk van.

Aanpakken van het probleem in deze casestudie
Niet bijgewerkte levensboeken in het zorgsysteem kan verschillende oorzaken hebben, waarbij de factor tijd wel een overbekende is, die ook bij ‘De Wijngaard’ genoemd wordt. Wanneer meer tijd niet opgelost kan worden met geld, kan de inzet van vrijwilligers dat dan wel?

‘Kunnen vrijwilligers ingezet worden bij het levensboek?’ is de vraag die ik stel aan medewerkers, naast de vragen waarbij ik probeer te achterhalen wat de reden is dat het zorgsysteem niet up-to-date is als het gaat om levensboeken van bewoners.

Bij zorginstelling ‘De Wijngaard’ is het een kwestie van puntjes op de ‘i’ zetten, waardoor veel winst behaald kan worden en iedereen kan meewerken aan optimale zorg voor bewoners.  Misschien moet er bij andere instellingen nog grotere slagen gemaakt worden, maar het is meer dan de moeite waard voor wie het welbevinden en welzijn van de bewoner  op het oog heeft.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren?

Auteur: Jonard Roukes n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren?

Hoe kun je als godsdienstdocent de religieuze ontwikkeling van je leerlingen stimuleren? In de godsdienstles wordt er van alles gezegd, gevraagd en gediscussieerd; maar wat gebeurt er nu echt? Kun je daar als docent grip op krijgen?

In een praktijkonderzoek heb ik geprobeerd de leerlingen in te delen in ontwikkelingsstadia; hiervoor ontwikkelde ik twee testen vanuit de theorie van religieuze ontwikkeling van James Fowler. In deze testen werden de leerlingen bevraagd op hun handelswijze in situaties waarin de positie binnen de groep een belangrijke rol speelt. De resultaten van dit onderzoek gaven echter te denken. De resultaten van dit vooronderzoek sluiten niet aan op de onderzoeksresultaten die Fowler zelf weergeeft. Is Fowler dan wel geschikt om leerlingen in te delen? Mankeert er iets aan de testen? Of is er nog een andere verklaring?

In dit onderzoek wordt het vooronderzoek gecorrigeerd; de theorie van Fowler is minder bruikbaar dan gedacht en de testen zijn niet valide. Naast deze correcties op het vooronderzoek volgen in de rest van het onderzoek diverse noties die kunnen helpen de leerling een realistisch zelfbeeld te geven. Een aantal van deze noties zijn:

  • Theorieën over persoonlijke ontwikkeling moeten gerelateerd worden aan religieuze ontwikkeling; zo gaat de theorie van Fowler meer over manieren van zingeving dan over de mate waarin een leerling zich zelfstandig verhoudt tot het overgeleverde geloof.
  • De ontwikkeling van een persoon verloopt gedifferentieerd; zijn houding in de thuissituatie kan verder ontwikkeld zijn dan op zijn houding op school. De Groninger Identiteitsontwikke­lingsschaal helpt om de diverse gebieden in kaart te brengen.
  • Jongeren hebben tijdens de adolescentie de neiging van zichzelf een ideaalbeeld te geven in plaats van te beschrijven wie ze werkelijk zijn. Een zelfbeschrijving van een leerling hoeft dus niets te zeggen over wie hij werkelijk is.
  • De ontwikkeling van religieuze opvattingen kan verlopen op een subtiele manier, zonder dat het voor andere direct merkbaar is.
  • De cultuur waarin de leerlingen leven kan bepalend zijn voor de betekenis van een religieuze opvatting of uiting. Kennis van deze cultuur is dus nodig om de opvatting of uiting correct te interpreteren.

Kortom: het heeft weinig zin om te proberen grip te krijgen op de religieuze ontwikkeling van de leerling. Het is beter om de leerlingen meer inzicht te geven in hun eigen religieuze ontwikkeling en de manier waarop deze verloopt. Dit kan door gebruik te maken van de noties die hierboven genoemd zijn. Twee concrete voorbeelden voor de lespraktijk:

  • Laat de leerling zichzelf beschrijven aan de hand van een vraag gerelateerd aan geloof. Laat de mentor, vrienden of de ouders van de leerling eenzelfde beschrijving geven over deze leerling. Laat de leerling de verschillende beschrijvingen met elkaar vergelijken.
  • Laat de leerling in gesprek gaan met een andersdenkende van dezelfde leeftijd; laat deze twee personen elkaars levensbeschouwing omschrijven en daarover doorpraten. Herhaal dit gesprek na verloop van tijd één of meerdere malen.

Door zo te investeren in het zelfinzicht van de leerling kan de leerling zijn religieuze identiteit bewust vormgeven.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Religieus islamitisch terrorisme

Auteur: René Bosman n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Religieus islamitisch terrorisme” foto Rene

Islam en geweld horen bij elkaar! Moslims en de islam zijn een bedreiging voor Nederland. Deze stellingen worden door veel Nederlanders onderschreven. Beelden van verschillende terroristische aanslagen in Europa staan nog scherp op ons netvlies. Misschien hoor jij wel bij de meerderheid van de Nederlandse bevolking die bang is voor de islam en voor de multiculturele samenleving. 

De islam in Nederland gelooft net als andere religies in een hoger wezen. De religieus islamitische terrorist rechtvaardigt zijn handelen vanuit deze hogere macht. Door een bepaalde interpretatie van de islam heeft de terrorist het recht om opzettelijk onschuldige burgers met geweld te doden. Dit islamisme is obscuur en in zichzelf gekeerd, fanatiek en oorlogszuchtig. Dit is niet de islam zoals Nederlandse moslims voorstaan. Zij geloven in een open, tolerante en vredelievende islam. Beiden zijn niet met elkaar te rijmen. Los van de vraag waarop wij deze uitspraken baseren wil ik de vraag stellen in hoeverre wij worden beïnvloed door het religieus islamitisch terrorisme in ons denken en in onze houding ten opzichte van moslims in Nederland. Tot nu toe zijn er gelukkig nog geen aanslagen geweest in Nederland maar de invloed van terroristische aanslagen in andere Europese landen stoppen niet bij de Nederlandse grens. Na elke aanslag zijn er vaak heftige uitlatingen en een toename van het wij-zij denken. 

 De vraag die ik mijzelf als godsdienstonderwijzer hebt gesteld is ‘hoe zit dat nu met jongeren?’. Heeft het religieus islamitisch terrorisme invloed op het denken op de houding van jongeren ten aanzien van moslims en de islam in Nederland? Wat blijkt? Onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Melanchthon Schiebroek wijst uit dat twee derde van de onderzochte groep aangeeft geen negatieve gevoelens te hebben ten opzichte van religie, niet negatief denkt over de moslims en de islam en geen negatieve invloed ervaart in de persoonlijke beleving en houding ten opzichte van moslims in Nederland. Kanttekening hierbij is dat één derde dit wel vindt. Dat is een grote groep. Uit ervaring weten we dat een kleine groep grote invloed heeft in de klas. Deze groep die aangeeft wel negatief te worden beïnvloed door het religieus terrorisme moeten we dus zeer serieus nemen. De godsdienstonderwijzer heeft als opdracht om met beide groepen in gesprek te gaan om tegenstellingen die kunnen leiden tot segregatie binnen de school en dus onze samenleving tegen te gaan. De godsdienstdocent staat voor een geweldige uitdaging om dit vorm te geven.  

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Alles in huis

Auteur: Migiel Ouwens n.a.v. zijn afstudeeronderzoek naar de omgang met gaven en foto Michieltalenten binnen City Life Church Tilburg.

Vooraf: Naar aanleiding van zijn afstudeeronderzoek gericht op het werken met gaven en talenten binnen de kerkelijke context. Hoe moeten we als kerk omgaan met de gaven en talenten van onze leden? Kom jij vaker in de kerk? Ben je al langer lid van een lokale kerk? Dan is de kans vrij groot dat je de kerk niet alleen bezoekt, maar dat je op de een of andere manier bijdraagt aan het bouwen van deze kerk. Misschien zet jij wel wekelijks alle stoelen klaar of zorg je ervoor dat iedereen na de dienst een bakje koffie krijgt.

Heeft jouw kerk echter ook aandacht voor wie jij bent als persoon, wat jij kunt en waar jouw gaven en talenten liggen? In het onderzoek ‘Alles in huis, een  onderzoek  naar  de  omgang  met  gaven  en  talenten  binnen  de  kerkelijke  context’  is onderzocht wat de Bijbel zegt over het werken met gaven en talenten en in hoeverre mijn eigen kerk rekening houdt met de gaven en talenten van haar leden.

Iedereen is uniek
Paulus beschrijft in de Bijbel dat hij de kerk ziet als een lichaam, het Lichaam van Christus. De kerk  is  geen  gebouw,  maar  een  bewegend  lichaam bestaande  uit  mensen,  waarvan  ieder  lid uniek  is,  met zijn  of  haar  eigen  gaven  en  talenten  en  zijn  of  haar  eigen  plaats. Ieder  mens  is uniek gemaakt en heeft een speciale bestemming in dit leven. Niet iedereen is bijvoorbeeld een leraar.

De rol van de kerk
De kerk heeft in eerste instantie de taak om mensen te helpen bij het ontdekken van God en het ontwikkelen van een relatie met Hem. Hierbij spelen vragen als: Wie is God? Hoe verhoud ik mij tot God? enzovoort.
Ik geloof echter ook dat de kerk de taak heeft om mensen te helpen bij het ontplooien van hun leven en het ontdekken van hun bestemming die zij gekregen hebben in en van God. Wie ben ik? Hoe heeft God mij gemaakt? Waar liggen mijn interesses, gaven en talenten? Hoe kan ik mijn gaven en talenten het beste inzetten? Wat is de plaats die God voor mij heeft?

Ontdekken, ontwikkelen en inzetten
Uit het onderzoek is gebleken dat de kerk de opdracht heeft mensen te helpen bij het ontdekken van hun  gaven  en  talenten, maar  ook  bij  de  verdere  ontwikkeling  hiervan. Er  moet  in eerste instantie niet gekeken worden naar waar mensen nodig zijn en dat daar een persoon bij wordt gezocht. Er moet vanuit een relatie gekeken worden naar waar de gaven en talenten van mensen liggen, om vervolgens, of een gepaste taak te vinden, of eventueel een nieuwe activiteit op te zetten, wanneer daar voldoende draagvlak voor is. Dit betekent niet dat iemand soms niet iets moet doen wat niet direct aansluit bij de gaven en talenten, maar wel dat de kerk de bestemming voor haar leden voor ogen heeft en niet zozeer haar eigen belang.

Structuur en flexibiliteit
Uit het onderzoek blijkt verder dat het voor de kerk belangrijk is om aandacht te geven aan de gaven  en  talenten  van haarleden,  zonder  dat  daarbij  de  vaste  structuur  van  de  kerk  wordt losgelaten. Deze  vaste  structuur  komt  naar  voren  in  de  vorm  van  de  liturgie  en  de  vaste kerkelijke activiteiten die daarbij horen. Een voorbeeld van deze activiteiten is een Bijbelstudie.
Rond deze vaste structuur kan dan bekeken worden hoe bepaalde gaven en talenten ingezet en uitgewerkt kunnen worden.

Meer weten? Het voert te ver om alle resultaten en aanbevelingen hier te vermelden. Wilt u meer weten over dit  onderzoek?  Neem  dan  gerust  contact  op  met migiel_litmanen@hotmail.com
U  kunt eventueel  ook  contact  opnemen  via  mijn  LinkedIn  account: www.linkedin.com/in/migiel-ouwens.

Migiel Ouwens

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Oog voor de ziel

Auteur: Liesbeth van Dijk n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Oog voor de ziel” foto Liesbeth

Vooraf: Liesbeth schreef haar afstudeerproduct voor Pastoraal Diaconaal Centrum.

In de laatmoderne samenleving is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan de geloofs- en levensvragen van de mens . Iedereen is op zoek naar de grond van zijn bestaan en doordenkt daarbij het leven. Existentiële vragen, liggen op de bodem van de ziel. Als hier onvoldoende aandacht aan wordt besteed kunnen gevoelens van hopeloosheid en leegte ontstaan. Anno 2017 is er sprake van een samenleving waarin mensen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en zelfredzaam moeten zijn. Keuzes mogen en moeten gemaakt worden. Dat geeft grote vrijheid maar is ook ingewikkeld. Het voortdurend kiezen hoe het leven ingericht moet worden maakt onzeker. In de weging van de pastorale behoeften van een mens doen existentiële vragen ertoe. Door gebruik te maken van een pastoraal diagnostisch instrument wordt hier op een evenwichtige manier aandacht aan gegeven. Met behulp van zoeksleutels kan een pastor de pastorant helpen te ontdekken wat belangrijk is in het leven en waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. Pastorale diagnostiek is het onderzoek naar de geestelijke behoeften van de pastorant; waar zitten de problemen in de verhouding tot God? Het levert een bijdrage in het verhelderen van de onderliggende waarden en normen. Hierdoor krijgt de mens meer zicht op zijn basis; wat als ankerpunt in het leven kan functioneren. Het hebben van een duidelijke bestaansgrond draagt bij aan het welzijn van een mens. Christenen staan in verbinding met God. Zij werken mee in Gods schepping en Koninkrijk en leggen daar verantwoording van af.  Dat is de grond waarop zij in het leven staan. Deze bestaansgrond is niet afhankelijk van wat het leven de mens brengt. Het biedt een stabiele basis om het leven op te bouwen. Het werken met een pastoraal diagnostisch model kan nuttig zijn om het zicht op deze bestaansgrond te verhelderen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Het doet ertoe!

Auteur: Rolf Pauwe n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Het doet ertoe!”foto Rolf

Vooraf: Veel christelijke scholen worstelen met het vormgeven van hun identiteit. Recent onderzoek laat dat op verschillende manieren zien. Aan de ene kant is er de vraag welke plaats de Bijbel in mag en kan nemen in de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarnaast speelt er ook nog vaak een overkoepelende vraag mee  naar  het  vormgeven  van  de  identiteit  in  het  algemeen.  In  hoeverre  mag  en  kan  de  christelijke identiteit bepalend zijn voor het gezicht van de school? Voornamelijk op de zogenoemde protestants-christelijke scholen is dit een vraagstuk.

Het doet ertoe!

Wie ben ik?

Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ligt mijn bestemming? Wat zijn mijn (levens)doelen? Dit zijn vragen die zomaar bij je op kunnen komen. Wie herkent het niet dat op bepaalde momenten (één van) deze vragen boven komen drijven en je soms tot vertwijfeling kunnen brengen. Juist in een wereld waar alles om digitale profielen en jezelf digitaal neerzetten lijkt te draaien, kan er niet om deze vragen heen worden gegaan.

De vraag breder trekken

Deze vragen zijn niet alleen van toepassing op personen, maar ook op organisaties. Deze ‘identiteitsworsteling’ zie je ook daar terug. Wat is onze visie? Waar komen we vandaan en waar willen we als organisatie over vijf of tien jaar staan? Wat is daarbij belangrijk en is de kern van onze organisatie? Deze vragen zijn relevant en doen ertoe. Deze vragen worden zowel in het bedrijfsleven als het onderwijs gesteld. En over deze laatste groep wil ik het hebben. Als het gaat om het neerzetten van een duidelijk profiel en het vormgeven van een duidelijke identiteit, dan hebben scholen daar allemaal mee te maken. Deze vragen doen er juist voor hen toe!  We leven in een tijd waarin een gezamenlijke beleving van identiteit niet meer vanzelfsprekend is; ook op veel scholen is de identiteit pluriform geworden. Niet-gelovigen, moslims en christenen ontmoeten elkaar binnen hetzelfde gebouw. De vraag is welke vormgeving van identiteit hier bij past. Mijn scriptie houdt zich met deze thematiek bezig en laat zien dat het vormgeven van een christelijke identiteit op een dergelijke open-christelijke school (of perspectiefschool) van wezenlijk belang is.

Het onderzoek

De praktijk laat zien dat de christelijke identiteit op dergelijke scholen zeer divers beleefd wordt. De diverse stakeholders zoals docenten, leerlingen en ouders beleven de christelijke identiteit op een eigen wijze. Van niet-christen tot cultuur-christen tot getuigend-christen. Is het binnen deze diversiteit mogelijk om een duidelijke vorm van christelijke identiteit neer te zetten waarbij alle stakeholders meegenomen worden? Ik ben van mening dat dit kan. In mijn onderzoek heb ik allereerst verkennend onderzoek gedaan naar het fenomeen identiteit. Vervolgens heb ik gekeken naar de wijze waarop open-christelijke scholen of perspectiefscholen hun christelijke identiteit vormgeven. Tenslotte heb ik de toespitsing gemaakt naar mijn dagelijkse werksituatie: CSG De Lage Waard in Papendrecht. Ik heb gerichte aanbevelingen gedaan om de christelijke identiteit op deze school verder vorm te geven op een toekomstbestendige wijze. Daarbij heb ik praktijkonderzoek verricht onder verschillende stakeholders van deze school.

Uitnodiging

Waren de bovenstaande vragen herkenbaar en worstelt u als (school)organisatie ook met het vormgeven van identiteit? Dan nodig ik u uit om het onderzoek te lezen of eventueel contact met mij op te nemen. Wat zoals eerder gezegd, identiteit doet ertoe! Zeker binnen de huidige pluriforme contexten waarin we ons bewegen.

Rolf Paauwe
Studentnummer: 161273
r.j.paauwe@delagewaard.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | 1 reactie

Visie op het huwelijk onder jongvolwassenen binnen de VPE context

Auteur: Ton Heemskerk n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Visie op het huwelijk onder jongvolwassenen binnen de VPE context”. Ton

Vooraf: Het doel van deze afstudeerscriptie is de vergelijking van de VPE position paper ‘marriage and human sexuality’ met de visie van jongvolwassenen en leiders van VPE-gemeenten in de praktijk. Onderzocht wordt tegen welke problematiek leiders van VPE-gemeenten aan kunnen lopen, als de visie van jongvolwassenen wellicht afwijkt van de beoogde theologische insteek die geschetst wordt in de position paper. Er zal vanuit het onderzoek advies gegeven worden aan de VPE-leiders op welke wijze gereageerd kan worden op dit probleem. En hoe het gesprek over het huwelijk en seksualiteit kan worden aangegaan met jongvolwassenen.

Mijn onderwerp voor mijn afstudeerscriptie gaat over de visie op het huwelijk onder jongvolwassenen binnen de VPE context. Ik moet hiervoor verplicht een blog schrijven. Dat kan wel eens een huwelijk ansicht worden.. Voor de leken onder ons: De VPE is een Evangelisch netwerk waar verschillende kerken aan verbonden zijn in Nederland.

Een ding weet ik zeker: het afstuderen ís net een huwelijk. Ze zeggen weleens dat liefde een werkwoord is. En terecht. Hard werken en weten waar voor je het doet. Gelukkig voel ik een soort liefde voor mijn afstudeerproject. Daarin heb ik trouwbeloften gemaakt in de vorm van een projectplan, ik stel vragen om te begrijpen, werk hard, schaaf aan de relatie en uiteindelijk heb je een resultaat. Het huwelijk is ook keihard investeren. Met beloften, vragen en schaven, wat er allemaal bij hoort. Alleen is de motivatie hopelijk wat anders. Bij mij in ieder geval wel.

Tijdens dit project ga ik je op de hoogte houden van deze ontdekkingstocht. Als je geïnteresseerd bent in de uitkomsten van dit project, dan moedig ik je aan om deze blog te lezen. Ik denk dat het je tijd investering waard is.
Neem maar een kijkje op: https://visieophethuwelijk.wordpress.com  Bij het laatste geschreven kopje moet je een wachtwoord invoeren: CHE1984

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Onbekend maakt onbemind

Auteur: Lisette Franken n.a.v. haar afstudeeronderzoek Onbekend maakt onbemind, over het belang van interculturele contacten tussen kerken, en ‘succesfactoren’ voor een geslaagde samenwerking.

Vooraf: Toen ik nog maar een klein meisje was, riep ik al dat ik dominee wilde worden, maar dan wel in Afrika. Hoe ik er bij kwam? Geen idee. Maar het heeft mij nooit meer los gelaten. Ik heb in mijn leven al veel gereisd, en ik vind het heel interessant om verschillende mensen en culturen te leren kennen. Maar om verschillende culturen te ontmoeten, hoeft niet ver gereisd te worden. Dit is onder andere te zien in de veelkleurige waaier van migrantenkerken in Nederland. En met de lokale gemeenten als uitgangspunt wil de Protestantse Kerk in Nederland samenwerking aanmoedigen. Maar waarom is het belangrijk dat dit gebeurd? En wat is daar voor nodig?

Bijbelse motieven tot samenwerking

We zien dat God oog heeft voor vreemdelingen, zelfs in het Oude Testament. We worden opgeroepen naar hen om te zien, ze als gelijken te behandelen en hen lief te hebben als onszelf. Door de hele Bijbel heen zien we dat God alle volken op het oog heeft. Van de belofte aan Abraham, door de profeet Jesaja, bij Jezus, met Pinksteren, tot de brieven van Paulus. Door het geloof in Christus vallen verschillen tussen volken weg. Ook Jezus gebruikt regelmatig interculturele voorbeelden (Samaritanen) en zelfs in Zijn stamboom zien we een ‘heidense’ vrouw. Ook is er het Bijbelse principe van wederkerigheid. We hebben elkaar nodig en vullen elkaar aan. We vormen met elkaar het éne lichaam van Christus.

Maatschappelijke motieven tot samenwerking

Naast Bijbelse motieven, zijn er ook maatschappelijke motieven. Migrantenkerken blijken een belangrijke maatschappelijke functie te hebben. Ze nemen burgerlijke gemeenten veel werk uit handen en hebben een positieve invloed op maatschappelijke zaken als ‘integratie’, ‘eenzaamheid’ en ‘armoede’. Kerken worden namelijk geconfronteerd met maatschappelijke problemen en sluiten aan bij de context waarin zij zich bevinden. Kerken zijn vaak een eerste bron van contacten voor mensen die als migrant tijdelijk of langer in Nederland verblijven. Zo voorzien zij in een behoefte, en helpen mee bij het voorkomen of bestrijden van eenzaamheid. Migrantenkerken bevorderen zo ook de participatie aan onze samenleving. Het is dus belangrijk dat de samenwerking gezocht wordt tussen verschillende kerken. Inzet en middelen kunnen gedeeld worden, en zo kan er beter gereageerd worden op de samenleving om ons heen.

Wat is er nodig voor een goede samenwerking

Verschillende culturen hebben verschillende vormen van leiderschap. Waar de ene cultuur belang hecht aan een duidelijke hiërarchie, structuur en regels. Heeft een andere cultuur meer met gedeeld en flexibel leiderschap.

Goede communicatie is belangrijk in het voorkomen van spraakverwarring. Maar verschillende culturen kunnen verschillende manieren hebben om zich te uiten. De structurentheorie van David Pinto kan helpend zijn.

Ook is het belangrijk dat de belangen van beide partijen gediend worden, en er een gedeelde ambitie is. Het is namelijk belangrijk dat beide partijen het idee hebben ‘iets’ uit de samenwerking te halen. Dit is bepalend voor de hoeveelheid werk en energie die mensen bereid zijn in de samenwerking te stoppen.

Het hebben van vertrouwen in de ander is een andere belangrijke factor. Vaak is het helpend als er een vorm van relatie is tussen beide partijen. Het is ook belangrijk om dit vertrouwen in elkaar uit te spreken. Anders kan er het idee ontstaan dat een verborgen agenda aanwezig is. Het nakomen van afspraken is van grote invloed op het vertrouwen.

Organisatorisch zijn er ook belangrijke factoren. De verdeling tussen draaglast en draagkracht dient in balans te zijn. Dit om er voor te zorgen dat de beoogde samenwerking niet onnodig veel energie gaat kosten, eindeloos duurt, en er misschien uiteindelijk wel helemaal niets tot stand komt.

Als laatste is het belangrijk dat de leden van beide gemeenten elkaar ontmoeten om wederzijds begrip te creëren. Bij deze ontmoetingen dient “wederkerigheid en gelijkwaardigheid centraal te staan”.

 Onbekend maakt onbemind

Wanneer je nauwelijks iets van elkaar weet, dan blijft de ander een vreemde en op afstand. Belangrijk voor beide partijen is dat je elkaars ‘taal’ spreekt. Je bent niet hetzelfde, maar het is wel belangrijk je te kunnen verplaatsen in de ander, en zo zijn uitingen te kunnen plaatsen. Probeer verder te kijken dan je eigen cultuur en wees gevoelig voor de ander Wees je bewust dat een ander soms dingen anders verwoord, of jou anders interpreteert. Probeer elkaar te blijven zoeken, vraag de ander wat hij bedoelt zo voorkom je onjuiste aannames.

De gevestigde kerk heeft dit besef meer nodig dan de interculturele kerk en juist daarom is het van belang dat de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk aan dit inzicht werkt.

En zo ontmoette ik tijdens mijn afstuderen in Utrecht, meer interculturele kerken dan tijdens mijn reizen bij elkaar.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Kids Inn

ChristelAuteur Christel Philippo n.a.v. haar afstudeeronderzoek Kids Inn.

Vooraf: De Kerk van de Nazarener in Breda is sinds 3 jaar een stadskerk geworden. Voor kinderen uit een achterstandswijk willen we missionair present zijn door middel van een kinderactiviteit. Hoe kunnen we dat vormgeven, rekening houdend met de missie van de kerk en het verlangen wat er leeft in de gemeente, de behoeften van de kinderen in de wijk en de praktische mogelijkheden van de kerk, zodat er ontmoeting en aansluiting met de wijk ontstaat? Daarvoor heb ik onderzoek gedaan in de wijk, in de kerk en heb ik contact gezocht met gelijkwaardige kinderprojecten in Brabant.

Benieuwd naar Kids Inn?

Al een poosje zijn we met een paar mensen bezig leuke activiteiten voor de kinderen in de wijken rondom onze kerk in Breda te organiseren; de start daarvan was moeizaam, maar ondertussen komen er regelmatig 20 kinderen gezellig knutselen, praten, spelletjes doen…

Kids Inn

Is een plaats waar kinderen welkom zijn, waar ze zichzelf mogen zijn, die ze mogen ervaren als een herberg (Inn in het Engels). Een gastvrij onthaal met eten en drinken en gezelligheid!

Dit missionaire kinderwerk is de basis voor mijn afstudeerproject geweest en ik heb erover een thesis geschreven voor mijn opleiding Godsdienst Pastoraal Werk. Een hele klus maar ik nader het einde.

Een boeiend project, want ik ontdek dat ik niet de enige ben in Breda met een hart voor kinderen. Heel inspirerende interviews zijn het gevolg, contacten zijn ontstaan en nodigen uit voor verdere samenwerking. Geweldig!

Even mijn kerk voorstellen: ik ben lid van de Kerk van de Nazarener, die haar gebouw heeft in de wijk Fellenoord, een deelwijk van Gerardus Majella. Zeg die naam in Breda en mensen reageren erop; geen makkelijke wijk, een heftig verleden, geen openhartige mensen.

Bijzonder
is dat op de plaats van het buurthuis dat nu eigendom is van de Kerk van de Nazarener, ooit een kerk heeft gestaan, een Katholieke Kerk.

Door dit kinderwerk ontstaat er langzaamaan vertrouwen bij de mensen. Het is een werk van lange adem, maar het begint vruchten af te werpen.

Ondertussen ben ik achtergronden aan het uitzoeken waaronder de geschiedenis van de wijk. Verrassend!

Maar ook over kinderen, welke plaats ze in de bijbel hebben, hoe kinderen leren en ontwikkelen en hoe we ze kunnen bereiken. Er is nog veel te ontdekken en te weten over hen. Samen delen van ideeën maakt het nog boeiender.

Boeiend!

want hoe denkt onze kerk over dit alles? Door middel van interviews ben ik veel te weten gekomen; er wordt veel meer over missionair werk en missionair kinderwerk nagedacht dan ik dacht.

Kortom, een boeiend project waarmee ik een bijdrage hoop te kunnen leveren aan de passie voor missie en voor kinderen die onze God ook heeft!

Christel Philippo
c.philippo@che.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen