Het nut van regionaal christelijk jeugdwerk

Auteur Liesbeth Bos heeft een blog geschreven n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Regionaal jeugdwerk als sociale setting”.

Waarom zou u tegenwoordig nog regionaal christelijk jeugdwerk faciliteren? De jongeren kunnen toch naar de plaatselijke jeugdclub gaan? Moet er dan ook nog iets nieuws voor hen komen? In het verleden hadden jullie misschien wel open jeugdwerk, maar daar kwamen geen jongeren meer op af… 

Diverse jongerenwerkers en voorgangers uit het Land van Heusden en Altena (Noord-Brabant) wilden onderzocht hebben wat de toegevoegde waarde kan zijn van regionaal christelijk jeugdwerk. Het leek mij leuk om deze opdracht aan te nemen en daar heb ik geen spijt van gehad! Om erachter te komen wat de toegevoegde waarde is, heb ik interviews gehouden met diverse medewerkers en bezoekers van regionaal jeugdcentrum De Pomp in Almkerk. 

Uit mijn onderzoek bleek dat het wel degelijk van belang is voor jongeren om een regionaal christelijk jeugdcentrum te kennen, waar zij naartoe zouden kunnen gaan. Een informeel jeugdcentrum biedt de jongeren namelijk een hele andere setting dan de plaatselijke catechese of jeugdclub. Jongeren hebben het nodig om deel uit te maken van verschillende soorten groepen. Zij vinden het erg gezellig om elkaar ook in zo’n informele, sociale setting te ontmoeten. Bezoekers van De Pomp vinden het erg leuk dat zij zelf hun avonden kunnen bepalen. De mogelijkheden daar lopen uiteen van gamen tot het zingen van (christelijke) liederen. Welke activiteit ze ook doen, ze doen het met elkaar. Er is een positieve, onderlinge sfeer die gekenmerkt wordt door respect en vertrouwen. De jongeren hebben het erg naar hun zin en voelen zich gezien.  

De jonge christenen bezoeken nu niet alleen doordeweeks een activiteit van de kerk, maar zijn in hun weekenden ook verbonden in een christelijke setting. Zij vinden het fijn om elkaar wekelijks te ontmoeten en maken gemakkelijk nieuwe vrienden. Het is heel waardevol voor jongeren om in de adolescentie goede vriendschappen te hebben. Jongeren laten zich namelijk gemakkelijk beïnvloeden door leeftijdsgenoten, maar door het regionale jeugdcentrum leren zij leeftijdsgenoten kennen, waarmee zij zich op een positieve manier kunnen verbinden. Dat bleek nog meer positieve effecten te hebben:  

  • De jongeren beseffen dat zij niet de enige christen zijn; 
  • Eventuele schaamte voor het geloof wordt minder; 
  • Jongeren blijven vaker bij de kerk, wanneer zij op meerdere manieren verbonden zijn met het christelijke geloof.  

Toch is het niet vanzelfsprekend dat christelijke jongeren naar een regionaal jeugdcentrum gaan. Ik heb gemerkt dat zij het echt nodig hebben om persoonlijk benaderd te worden. Daarnaast is het ook niet vanzelfsprekend dat de jongeren zullen blijven komen. Het heeft alles te maken met het enthousiasme van de (jonge) kerngroep. Het is belangrijk dat zij aansluiten bij jongeren van deze tijd. De organisatie van een regionaal christelijk jeugdcentrum kost veel tijd en energie, maar van de medewerkers heb ik begrepen dat het echt de moeite waard is.  

Wil je meer weten over mijn onderzoek? Stuur dan gerust een e-mail naar liesbeth-bos@hotmail.com 
Liesbeth Bos 
‘Regionaal jeugdwerk als sociale setting’  Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van regionaal christelijk jeugdwerk 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Op een gezonde missie met Jezus

Martin Edens schreef een blog n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: “Wat is de betekenis van de visie van De Ontmoeting (in Wageningen) voor het geleefde geloof van de deelnemers?”

Waarom je de kerk moet gaan zien als Ant-Man 

Voordat de coronacrisis uitbrak, ging ik geregeld met een vriend van mij naar de bioscoop. We bezochten dan de films waar ik mijn vrouw niet mee naar toe krijg. Een groot deel daarvan zijn superheldenfilms. Eén zo’n held is een persoonlijke favoriet van mij: ‘Ant-Man’. Ant-Man is een karakter, gespeeld door Paul Rudd, die door een speciaal pak in staat is om ontzettend klein te worden. De grap met dit karakter is, dat hoe kleiner hij wordt, hoe groter zijn impact is. Ergens krimpt hij tot microscopische proporties en helpt er mee het universum te redden.  

‘Dit is de ultieme tijd om je kerk op te delen in kleinere (missionaire/zorg) eenheden die leren wat kerk in de wijk is zonder de (vaak mooie) franje van een opgetuigde dienst.’ Dit bericht tweette Jan Wolsheimer op 9 mei 2020 naar aanleiding van de maatregelen rondom de coronacrisis. Hij pleit voor kerkzijn in het klein, juist nu die kans voor het oprapen ligt. Al tien jaar lang experimenteert De Ontmoeting in Wageningen met kerkzijn in het klein. We bestaan in totaal uit bijna 70 betrokkenen (een hele hoop kinderen) en zijn opgedeeld in kleine ‘ontmoetingsgroepen’ met een eigen missie. Kerkzijn in het klein zit dan ook diep in het DNA verankerd. De Ontmoeting wil als een familie op missie met Jezus zijn. Vorig jaar nam ik het stokje van Jaap Ketelaar over als voorganger in deze gemeente en begon ik in die periode tegelijkertijd met mijn afstudeerproject voor hbo theologie. Ik stelde de vraag wat onze visie nou eigenlijk betekent voor de gemiddelde deelnemer van De Ontmoeting. Wat zichtbaar werd in dit onderzoek, is dat onze visie inderdaad meer leefde in de kleine groepen. Daar zat het dicht op de huid. Daar in die kleinere ontmoetingsgroepen gaat het niet om missie als extra ballast aan je leven, maar ontstaat de ruimte om Jezus’ missie in het centrum van je leven te plaatsen. 

Nog te vaak sluimert ergens in ons hoofd de gedachte dat groter altijd beter is. De praktijk is alleen dat groter vaak meer druk legt bij een klein groepje, en de verlangens en talenten die God in iemand geplant heeft niet tot z’n recht komen. Dit is inderdaad het juiste moment om die omslag te maken. De kerk niet meer zien als het overeind houden van die grote boom, maar weer beginnen bij dat kleine mosterdzaadje. Niet eerst de kerk optuigen en dan weer nadenken over missie, maar nu beginnen bij de missie en dat de kerk laten vormen. En ben je, net als ik, veel te druk en denk je: hoe pak ik dat aan? Begin klein. Bel wat mensen uit je gemeente en stel de vraag: ‘wat nou als wij met een klein groepje gaan oefenen om Jezus’ missie in het centrum te plaatsen van ons leven?’ En juist daar, in dat kleine groepje volgelingen van Jezus, zou je nog je wel eens vele malen meer impact kunnen hebben dan Ant-Man. 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

EEN ONMOGELIJKE KERKDIENST!

Auteurs: Gerco van Breemen en Timo Hagendijk n.a.v. hun afstudeeronderzoek “vieren met alle generaties”.

Geen kinderen naar de kindernevendienst. Geen jongeren die onderuitgezakt met hun mobieltje de tijd uitzitten….onvermijdelijk en onmogelijk?! Het onderzoek ‘vieren met alle generaties’ laat zien op welke manier mogelijk is dat alle generaties actief betrokken zijn in de kerkdienst. In deze blog vertellen we je hoe kinderen en jongeren kunnen participeren.

NIEMAND BLIJFT ACHTER

Een kerk is een aan elkaar gegeven gemeenschap waarin Jezus en Zijn boodschap centraal staat. Juist op zondag tijdens de kerkdienst wordt dat zichtbaar. De jeugd vindt vaak maar moeilijk de aansluiting, waardoor ze dreigen achter te blijven. Een zorgelijke ontwikkeling, omdat juist kinderen en jongeren energie en kracht in de gemeenschap brengen. Als kerk kunnen we ervoor kiezen om voor deze ontwikkeling weg te lopen. We kunnen ook stappen zetten om nieuwe wegen te banen. Dat vraagt om tijd, gedrevenheid en vooral een stuk uithoudingsvermogen.

IN CONTACT

De kerkenraad kan de eerste stappen zetten. Door jongeren en jonge gezinnen in het beleid centraal te zetten ontstaat er een nieuwe realiteit. Er wordt niet meer over kinderen en jongeren gepraat, maar met hen.

Volwassenen en ouderen worden aan het werk gezet om in het tempo van de jeugd te gaan. Door in te leven in hun wereld, ontstaan er verbindingen tussen de generaties. Hierdoor ontstaat een warme gemeenschap. Een gemeenschap die leert van elkaar en zich voortdurend oefent in het omzien naar elkaar. Elkaars taal leren spreken.

KANSEN

De kerkdienst is hiervoor een geschikte leeromgeving. Iedere zondag komen we minstens één keer samen. Dat biedt veel kansen. We kunnen de jeugd verantwoordelijkheden geven door hen actief te betrekken in onderdelen van de liturgie. Een kind die het Bijbelgedeelte voorleest, een jongere die meedoet in de band, kinderen die standaard de diakenen helpen met collecteren en jongeren die een gebed uitspreken. Hierdoor wordt de kerkdienst voor hen meer relevant. Voor de predikant is het de uitdaging om in elke dienst ook na te denken hoe de jeugd de boodschap kan integreren in hun leven. Nodig kinderen en jongeren uit om hiervan in een kerkdienst een getuigenis te geven hoe het geloof voor hen betekenis krijgt.

AAN DE SLAG

Misschien vraag je je af, waarom een aantal woorden dikgedrukt zijn weergegeven. Het zijn de zes principes uit het Amerikaanse onderzoek Growing Young. Dit vormde voor ons onderzoek de basis. Aan de Proosdijkerk te Ede (NGK) hebben we drie adviezen en een stappenplan aangereikt, om vieren met alle generaties mogelijk te maken. We hopen dat ons rapport ook jou inspiratie geeft om hiermee aan de slag te gaan.

Wil je hiermee in jouw gemeente dit onderwerp verder onderzoeken of meer informatie? Lees ons onderzoeksrapport. Je kunt contact opnemen met Gerco van Breemen (gercovbr@hotmail.com) of Timo Hagendijk (timohagendijk@hotmail.com).
Wij helpen je graag verder!

Afbeelding model Growing Young: https://www.praktijkcentrum.org/blog/growing-young-aantrekkelijk-kerk-zijn-met-jongeren/

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Praktiserende christenen gezocht!

Auteur: Rianne Bos-Waagmeester n.a.v. afstudeeronderzoek ‘Zoeken naar verbinding’, een onderzoek over verbinding tussen christenen uit de Stadhartkerk en moslims van de tweede generatie in Amstelveen.  

‘Ik ken geen christenen!’ dat was het antwoord van verschillende moslima’s

toen ik hen vroeg naar hun contact met christenen.  
De afgelopen maanden heb ik in verband met mijn afstudeerproject onderzoek gedaan naar  verbinding tussen (tweede generatie)  moslima’s en christenen uit de Stadshartkerk in Amstelveen.  
Amstelveen is één van de meest seculiere steden van Nederland. Het is dus enerzijds geen verrassing dat de moslimvrouwen weinig christenen tegenkomen. Daarnaast vertellen de vrouwen dat ze zelf veel omgaan met hun eigen familie en vrienden uit hun land van herkomst. Dit zou ook wel eens voor christenen kunnen gelden. Wellicht gaan zij ook veel om met hun eigen ‘geestelijke’ familie. Ik was trouwens niet de enige die vragen stelde tijdens de interviews. De moslima’s op hun beurt stelde goede vragen aan mij: Hoe praktiseer jij je geloof? Hoe kijken jullie, christenen, aan tegen moslims? Hebben jullie kledingvoorschriften? Hoe ziet jouw dagelijks leven eruit? Hoe bid jij?. Het werden mooie geloofsgesprekken waarin we samen doorpraatten over gebed, over onze missie voor de wereld, over beproeving, geloofsopvoeding etc.  
In de gesprekken ontdekte ik dat sommige van moslimvrouwen misschien wel enkele christenen kennen, maar niet weten of niet goed door hebben dat zij christenen zijn. De moslima’s die ik interviewden zién het geloof van christenen niet. Hoe ziet het leven van een praktiserende christenen er eigenlijk uit? Een van de vrouwen zei het zo:  ‘Ik kan het nooit zien aan iemand, ik weet het nooit of iemand christen is. Ik vind het altijd prachtig om te zien als iemand christen is en dan ook echt, goed christen is. Dat ik zie dat hij/zij bezig is met bidden en in zijn woorden iets zegt als ‘Als God het mij zou willen schenken…’  Ik heb daar heel veel respect voor’ 
Wat roept dit bij jou op? Voelt je, als christen, de neiging om je te verdedigen? ‘Natuurlijk kan je wel aan mij zien dat ik geloof’ Of misschien denk je ‘Natuurlijk… in de Islam gaat het over goede werken, over wat je moet doen voor God. Bij ons gaat het over genade, ik hoef gelukkig niks te doen om Gods liefde te verdienen’.  
Toch is het goed om wat langer stil te staan bij de spiegel die deze gelovige moslimvrouwen ons voorhouden. Wanneer ik de vrouwen vroeg naar de kern van hun geloof, vertelden ze allemaal vooral over de geloofspraktijk; geloven is voor hen niet allereerst een  kwestie van geloofsovertuigingen. ‘Geloven is doen!’  Ze zijn daarom benieuwd hoe die geloofspraktijk van christenen eruit ziet. Vandaar mijn oproep in de titel: Praktiserende christenen gezocht! Is niet veel van Jezus’ onderwijs in de Bergrede juist over de geloofspraktijk: bidden, vasten, aalmoezen geven?  
Praktiserende christenen gezocht, dus! Geen wetticistische christenen, wel christenen aan wie moslims kunnen zien hoe hun geloof er in het dagelijks leven uit ziet. Christenen die vrijmoedig vertellen over de plek van gebed in hun leven. Christenen die vertellen hoe ze Jezus volgen, hoe ze vrij van angst en veroordeling, dagelijks leven in verbondenheid met God.  

Moslims praten graag over (hun) geloof. Ik droom van christenen en moslims die regelmatig uit hun eigen ‘bubbel’ stappen en delen in elkaars leven. Ik droom van veel open gesprekken over elkaars geloof.  

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | 3 reacties

Woorden en daden

Auteur: Jannamarie Goudriaan n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Woorden en daden”

Elke week zitten ze in mijn lokaal. Toen ik begon met mijn opleiding had

ik nooit verwacht dat ik ze zó ontzettend leuk zou vinden: BK-leerlingen. BK staat voor ‘Basisberoepsgericht en Kaderberoepsgericht’. Op de middelbare school waarop ik werk, de GSR te Rotterdam, zitten deze praktijkgerichte leerlingen vier jaar samen in een klas. Wat de reden is dat ik ze zo leuk vind? Ze zijn eerlijk. Als een les saai is, dan zeggen ze dat gewoon.  Ondanks hun zeer korte spanningsboog kunnen ze lessen lang met mij praten over hun leven, de wereld en God. Dit alles zorgt ervoor dat ik door de jaren heen van deze groep leerlingen ben gaan houden.

In mijn afstudeeronderzoek wilde ik mij dan ook graag verder verdiepen in de BK-leerling. De gebeurtenissen en gesprekken in mijn lessen brachten mij bij de vraag: hoe verloopt de geloofsontwikkeling bij de BK-leerling op de GSR? Je zou kunnen denken dat, door hun kortere spanningsboog en moeite met het volgen van instructie en opdrachten, deze leerlingen ook geloofszaken anders of langzamer opvatten. Ik wilde dit graag onderzoeken en beperkte mij daarbij tot mijn eigen leerlingen. Dit, omdat ik me bewust ben van het feit dat niet elke school een afdeling heeft waarbij basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerlingen vier jaar lang samen in één klas zitten.

Mijn onderzoek bestond allereerst uit het lezen van literatuur. Deze ging over wie de BK-leerling is en wat deze doelgroep kan. Dit was herkenbaar en soms ook confronterend. Daarnaast ben ik mij gaan verdiepen in het thema ‘geloofsontwikkeling’. Een belangrijke onderzoeker hiervoor is James W. Fowler. Hij heeft in zijn leven veel geschreven over geloofsontwikkeling en hier een theorie op gebaseerd. Hij stelt dat de geloofsontwikkeling in een mensenleven in te delen is in 7 verschillende stappen. Ook andere auteurs gaan mee in zijn theorie (waarbij ze deze soms wat uitbreiden en componenten toevoegen of weghalen).

Het tweede deel was een praktijkonderzoek onder mijn leerlingen. Allereerst moesten zij een enquête invullen. De vragen gingen van ‘aan wie stel jij je geloofsvragen?’ tot aan ‘praat jij weleens met andersgelovigen?’ en hadden uiteindelijk allemaal te maken met één van die zeven stappen van Fowler. Vervolgens heb ik bij een heel aantal leerlingen diepte-interviews afgenomen om verder te praten over deze vragen. Dit waren prachtige gesprekken, waarbij ik de leerlingen weer op een hele andere manier leerde kennen.

Uit mijn onderzoek blijkt het volgende: BK- leerlingen zitten over het algemeen op hetzelfde geloofsontwikkelingsniveau als hun leeftijdsgenoten. Wel hebben zij baat bij een aantal didactische tips:

  • Bied het godsdienstonderwijs in stappen aan en probeer elke stap te verbinden aan de leefwereld van deze leerlingen. Dit vinden ze zelf namelijk heel lastig om te doen;
  • Luister, verlangzaam en vraag door: zo laat je de leerling in stappen zijn eigen mening vormen;
  • Houd je instructie kort (max. 10 minuten) en ga aan de slag met actieve werkvormen.

Er was weinig bekend over BK-leerlingen en geloofsontwikkeling en dit onderzoek heeft hierin een eerste stap gezet. Ik hoop dat mijn onderzoek BK-docenten aanzet om hun aanpak te evalueren en verder te ontwikkelen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

‘Talk about pop music’

Auteur: Jolanda van den Maegdenbergh-Blauwendraat n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Talk about pop music”.

Voor mijn onderzoek heb ik mij bezig gehouden met de vraag of muziek een bijdrage kan leveren aan de religieuze identiteitsontwikkeling van jongeren.

De leerlingen in mijn klassen op het Corlaer College in Nijkerk hebben verschillende achtergronden. En hoewel niet alle leerlingen een christelijke achtergrond hebben en ook niet alle leerlingen openstaan voor de kennismaking met het christelijke geloof, is het mijn ervaring dat wel alle leerlingen een mening hebben over het geloof. Tegelijkertijd kunnen veel leerlingen, ondanks hun mening over het geloof, nog niet goed verwoorden waar zij zelf staan qua levensbeschouwing of geloof.

In de huidige tijd is het voor veel jongeren lastig om hun identiteit en zeker ook hun levensbeschouwelijke/religieuze identiteit te vormen. Tegenwoordig worden steeds minder jongeren opgevoed in een religieuze traditie. Door de afwezigheid van een geloofsgemeenschap hebben jongeren minder woorden, symbolen en rituelen ter beschikking om hun geloof of levensbeschouwing te beschrijven en te ontwikkelen. Deze geringe ‘religieuze’ woordenschat of zelfs het ontbreken hiervan kan de ontwikkeling van de religieuze identiteit verhinderen. Leerlingen kunnen geen woorden vinden om hun levensbeschouwing of geloof te omschrijven. En dat is jammer, want dat kan de vorming van hun identiteit vertragen of hinderen. Communicatie is namelijk een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de identiteit.

De doelstelling van het onderzoek was om te ontdekken of muziek in de godsdienstles gebruikt kan worden om leerlingen te stimuleren hun religieuze identiteit te ontwikkelen. Muziek wordt dan gebruikt als middel om met leerlingen in gesprek te gaan over hun geloof of levensbeschouwing. Doordat leerlingen in muziek woorden, beelden, rituelen en onderwerpen vinden en daarover communiceren vergroten zij hun verbale en non-verbale religieuze geletterdheid. Een uitgebreidere woordenschat verbetert de communicatie over je geloof of levensbeschouwing.

Hoewel er in de literatuur aanwijzingen zijn dat muziek wél een bijdrage kan leveren aan de identiteitsontwikkeling van jongeren, werd dit niet direct zichtbaar in mijn praktijkonderzoek. Er was geen opvallend verschil tussen de antwoorden van de leerlingen die met behulp van muziek vragen hadden beantwoord en de leerlingen die de vragen zonder muziek hadden beantwoord. Verder onderzoek maakte duidelijk dat de resultaten mogelijk anders zouden zijn als ik in plaats van schriftelijke interviews gebruik had gemaakt van mondelinge interviews.

De titel van dit blog en mijn afstudeerverslag is daarom ook: ‘Talk about pop music’. Muziek kan wat mij betreft een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de religieuze identiteit van jongeren wanneer er tijd en aandacht van de docent is voor de communicatie over muziek. De ontwikkeling van de religieuze identiteit vindt, zoals hier al eerder genoemd, plaats door communicatie. Muziek helpt daarbij om woorden te vinden, maar de begeleiding van de docent is nodig om de leerling te laten reflecteren op bijvoorbeeld de levensvragen of de waarden en normen in de muziek. In deze interactie vormt de leerling zijn religieuze identiteit. De titel ‘Talk about pop music’ is daarmee ook gelijk een aanmoediging en stimulans voor deze interactie.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vragen over herdopen

Auteur: Anoniem, hij of zij schreef deze blog n.a.v. zijn of haar afstudeeronderzoek: “vragen over herdopen”.

Wat als je als plaatselijke pioniersgemeente gewend bent dat je zowel kinderen als volwassenen doopt, en iemand komt met het verzoek om opnieuw gedoopt te worden? Hoe ga je met die vraag om? Ga je mee in dit verzoek, of merk je dat je toch wat terughoudend bent? Enerzijds wil je aan iemands wensen tegemoet komen en vind je het mooi dat iemand dit verlangen heeft. Anderzijds weet je ook dat dit thema soms een hoop stof doet opwaaien, en vraag je je af of dit wel zomaar kan. Want wat zegt de Bijbel hierover? En hoe gaan andere pioniersgemeenten om met dit onderwerp? En zijn er ook andere manieren om aan iemands wensen tegemoet te komen? Of hoe zal de achterban reageren wanneer je wél meegaat in dit verzoek?  

Zomaar een hoop vragen die kunnen spelen wanneer gemeenteleden een verzoek tot herdoop neerleggen. Voor veel kerkenraden en leiderschapsteams heeft dit thema al een hoop discussie opgeleverd en het ziet er niet naar uit dat deze discussie binnen afzienbare tijd wordt opgelost. De discussie over de doop is misschien wel zo oud als de kerk zelf. Ik heb daarom ook niet de illusie dat de discussie ten einde komt door middel van mijn afstudeeronderzoek. Wel meen ik te kunnen concluderen dat ik in ieder geval een aantal haalbare richtlijnen heb kunnen samenstellen voor het omgaan met deze vragen. En dat is hard nodig: naar alle verwachting zullen deze vragen alleen maar meer gaan spelen. Juist in een tijd als deze gaan kerkmuren steeds verder omlaag, met als resultaat dat kerken elkaar beïnvloeden en gemeenteleden soms meer worden beïnvloed door wat andere kerken leren over de doop.   
 
Binnen het onderzoek heb ik eerst een aantal vragen vanuit de literatuur beantwoord. Omdat de opdrachtgever gereformeerde wortels heeft, heb ik hoofdzakelijk vanuit deze invalshoek geschreven. In de literatuurstudie wordt er op de volgende vragen ingegaan: Wat zijn de bezwaren omtrent herdopen? Waar dient een geldige doop aan te voldoen? Wat zegt de Bijbel over dopen? Zijn er alternatieven voor een herdoop? Hoe gaan kerkenraden om met een herdoop van een gemeentelid en wat zijn de voordelen en nadelen van een duale praktijk van dopen? De informatie vanuit de literatuur bood een opstap om binnen interviews in gesprek te gaan met de mensen in het werkveld. Juist in pioniersgemeenten worden de vragen rondom dit onderwerp nog wat complexer door de gemixte achtergronden, visies en ervaringen van de gemeenteleden. In een zevental interviews is informatie verzameld over de werkwijze en de ervaringen van voorgangers die met hun voeten in de modder staan en die – soms met regelmaat – met dit soort vragen te maken krijgen. Op basis daarvan zijn een aantal argumenten, handvatten en praktische tips beschreven voor de opdrachtgever.  

Geïnteresseerd geraakt? Stuur een bericht naar theologiestudent@hotmail.com voor meer informatie.  

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Porno, de schuld en schaamte voorbij?!

Auteurs: Hans Dijkhuizen en Janneke Janssen n.a.v. hun afstudeeronderzoek ‘De schuld en schaamte voorbij?! – Porno onder christelijke studenten’


Porno. Een vies woord voor veel christenen. En toch wordt er porno gekeken. Tegelijkertijd is het een taboe onderwerp waar christenen weinig over spreken. Dat maakte ons nieuwsgierig naar dit thema om te ontdekken wat er gaande is op dit terrein. Wij kozen voor ons praktijkonderzoek de christelijke studenten als doelgroep. Zij zijn geboren rond 2000 en daardoor opgegroeid met internet. Porno is voor hen, via hun telefoon, letterlijk binnen handbereik. Maar, kijken ze dan ook naar porno?
Daar kunnen we eenvoudig over zijn: Ja, christelijke studenten kijken naar porno. Een waarheid die logisch lijkt, maar soms zo ongemakkelijk voelt. Uit ons praktijkonderzoek blijkt dat 44% van de ondervraagde studenten aangeeft porno te kijken. Zijn het vooral de mannen die kijken? Ja, maar ook door een aanzienlijk deel van de vrouwelijke studenten wordt er porno gekeken. 66% van de mannen tegenover 29% van de ondervraagde vrouwen kijkt naar porno. Verschil moet er zijn.
In onze samenleving krijgen we de boodschap mee dat porno geen probleem is. Beïnvloedt deze boodschap ook de christelijke studenten? Kijken zij porno, omdat het voor hen geen issue (meer) is? Het antwoord daarop is: Nee, voor de meesten vormt het wel degelijk een probleem. 72% van de christelijke studenten die porno kijkt geeft aan last te hebben van schuld en schaamte. Zij ervaren in sterke mate schuld en schaamte tegenover God en in mindere mate tegenover hun ouders en vrienden. Wellicht omdat God alles ziet en voor ouders en vrienden veel verborgen kan blijven?
Wat opviel in ons onderzoek is het grote contrast tussen de overtuigingen van de christelijke studenten en hun gedrag. Volgens de overtuigingen van deze studenten is porno verslavend en destructief voor je partnerrelatie. Daarnaast is de overtuiging dat je meewerkt aan een industrie waar vrouwen worden uitgebuit. Ook wordt het kijken naar porno afgekeurd, omdat het als zondig en duister wordt gezien. Wie naar porno kijkt komt in conflict met deze overtuigingen. Dit verklaart waarom er zoveel schuld en schaamte wordt ervaren. Schuld en schaamte gaat immers over tekort schieten. Wanneer je gedrag niet in overeenstemming is met je overtuigingen geeft dit wrijving. Je schiet tekort tegenover jezelf, maar ook tegenover God waarvan je denkt dat Hij jouw gedrag graag anders ziet.
Wat hebben de christelijke studenten nodig die worstelen met schuld en schaamte vanwege het kijken naar porno? Brené Brown zegt dat schaamte ontstaat tussen mensen en ook verdwijnt tussen mensen. Ons onderzoek laat echter zien dat er weinig over het kijken naar porno wordt gesproken. Zo worden de gevoelens in stand gehouden. Met elkaar het gesprek aangaan is dan ook enorm helpend en bevrijdend. Met dit onderzoek doen wij een aanzet tot dit gesprek. We hopen dat andere christenen samen met ons de uitdaging aangaan om openheid te creëren over een thema waar velen van ons zich mee bezig houden. Neem jij het stokje van ons over?
Hans Dijkhuizen, maatschappelijk werker en hbo-theoloog Janneke Janssen, psycholoog en hbo-theoloog
Wil je meer weten over ons onderzoek? Neem dan contact op via LinkedIn: www.linkedin.com/in/janneke-janssen-0872b798

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Game over! Als liefde (in je studententijd) je hart breekt

Auteurs: Irith Vrijmoeth & Marjon Furster n.a.v. het afstudeeronderzoek in opdracht van Nico van der Voet. Hierin hebben we gekeken naar de behoeften van studenten met liefdesverdriet en hoe het (studenten)pastoraat/mentoraat hierin ondersteuning kan bieden. 

Liefdesverdriet u kent de term wel, het ‘old school’ liefdesverdriet, die ene crush, een fling, dat blauwtje, die scharrel van toen, die ene relatie van 2 jaar of een paar maanden. 

Ten tijde van het einde middelbare school en begin van de studietijd gaat het bij veel jongeren wat kriebelen, een vriend of vriendin is wel leuk. Samen verder, een toekomst tegemoet of toch niet? En ja, dat hoort er ook allemaal bij, niets mis mee! Iemand zei ooit eens: “De CHE is net een liefdesnest”. Zo gek is dat niet, want in je studententijd kom je met van alles (soms ook voor het eerst) in aanraking. Zo kan het ook zijn met je eerste echte relatie of verliefdheid, super spannend en leuk natuurlijk! 

Maar wat al deze liefde en gevoelens niet worden beantwoord, of dat de ander het toch ineens niet meer ziet zitten met jou?! Dan kan het zijn dat je wereld instort en sta je er ineens weer alleen voor, weg toekomst samen, wat nu? 

Deze tijd, nadat de wegen uit elkaar gaan, kan worden ervaren als een tijd van crisis. Alles staat weer op losse schroeven: 

  • je zelfbeeld 
  • je godsbeeld 
  • je geloof (en overtuigingen) 
  • je zelfvertrouwen 
  • relaties (vriendschappen, familie) 
  • je toekomst (perspectief) 

In ons onderzoek zijn we wat meer in gaan zoomen op het effect op het zelfbeeld en godsbeeld. Waar ook identiteitsvragen steeds (opnieuw) naar boven komen, maar ook geloofsvragen kunnen getriggerd worden, zo verwoordde iemand: 
“Ik heb ook wel uitgeschreeuwd naar boven: waarom? Ik, ik snap hier helemaal niks van!” 

Hoe er met die identiteits- en geloofsvragen wordt omgegaan, wordt ook wel (religieuze) coping genoemd. Belangrijk dus om bewust te zijn van welke vragen er spelen en hoe daar mee omgegaan wordt. Het kan dan het erg helpend zijn als je hier met iemand over kan praten. Al kan dit best wel een grote stap zijn, liefdesverdriet is in eerste instantie als iets alledaags en lijkt daarmee niet ‘erg’ genoeg is om ondersteuning voor te zoeken. Toch zien wij, in ons onderzoek, dat het erg helpend is om met een buitenstaander van de situatie (bijv. de studentenpastor) te praten over dit, toch wel ingewikkelde proces waar veel bij komt kijken. . 

Een turbulente tijd, waar naar ons zeggen te weinig onderzoek naar is gedaan. Als je rond zou vragen onder studenten zal het overgrote deel je vertellen hier wel eens mee te maken hebben gehad, zo ook wijzelf. Met deze actualiteit in ons achterhoofd en de weinige kennis en onderzoek naar deze crisistijd was voor ons de motivatie om hier eens onderzoek naar te doen. 

Liefdesverdriet blijft een interessant onderwerp waar iedereen wel een verhaal bij heeft, en ieder zijn eigen weg gaat. We kwamen erachter dat er overeenkomende behoeften zijn die helpen om verder te gaan. Na het afronden van het onderzoek hebben we een mini serie gemaakt van een aantal podcasts, over het thema liefdesverdriet. Waarin we hopen bij te dragen aan het stukje bespreekbaar maken van dit thema en ook een stukje herkenning en erkenning te geven en zo een stukje schaamte (taboe) te doorbreken wat er toch altijd een beetje is in de praktijk. 

 Meer weten? Luister onze podcast op https://soundcloud.com/user-465106276/sets/game-over-podcastserie-over-liefdesverdriet Nog meer vragen of opmerkingen? Mailen kan naar marjonf@gmail.com 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De geloofwaardigheid van een bekeringsverhaal

Auteur: Daan Damsteeg n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “De geloofwaardigheid van een Daan Damsteegbekeringsverhaal”

De afgelopen maanden hebben ik mij verdiept in het thema ‘bekering van niet-westerse migranten’. Binnen een niet nader te noemen pioniersplek was de noodzaak ontstaan om bekeringsverhalen van niet-westerse migranten te kunnen beoordelen en zo het vertrouwen in de hechte gemeenschap te behouden. Ik kwam erachter dat het thema bekering een ongelooflijk complex thema en tegelijkertijd een enorm verassend thema is. Want is een bekering wel te beoordelen? Tenslotte kan een mens niet naar het hart van een ander mens kijken, maar alleen God de Vader, de Schepper van alle dingen, kan een mens in het hart kijken. Toch ben ik samen met de pioniersplek, de Christelijke Hogeschool Ede en verschillende experts en ervaringsdeskundigen de uitdaging aangegaan om de volgende hoofdvraag te beantwoorden:

‘Welke afwegingen moeten er door de stuurgroep gemaakt worden om de bekeringsverhalen van niet-westerse migranten op waarde te kunnen beoordelen?’

De onderzoeksvraag is vanuit vele aspecten onderzocht. Naast een theologisch perspectief zijn het godsdienstsociologisch, antropologisch, godsdienstpsychologisch perspectief en de ervaring van andere organisaties onderzocht. Per aspect werd er vervolgens een conclusie geformuleerd in de vorm van afwegingen (zie hoofdvraag). Deze afwegingen waren gebaseerd op specifieke onderzoeksmethoden, modellen en vooronderstellingen per aspect. Als eindconclusie wordt een overkoepelend perspectief gepresenteerd, waar zowel aan de ervaring van andere organisaties en de theologische, godsdienstsociologische, godsdienstpsychologische en antropologische aspecten recht wordt gedaan. Dit perspectief komt uit op een multidisciplinair antwoord dat rekening houdt met de verschillende achtergronden en afwegingen die een rol spelen bij het beoordelen van een bekeringsverhaal van niet-westerse migranten.  Voor het overkoepelend perspectief is gebruik gemaakt van het bekeringsmodel dat ontworpen is door prof. dr. J.W. van Saane. Het model is opgedeeld in een onderdeel dat gericht is op de interne consistentie (samenhang van antwoorden) en de externe consistentie (kenmerken van de religieuze groepering), waardoor ieder aspect en de daaruit voortvloeiende afwegingen tot zijn recht komt. Daar waar het nodig is worden er afwegingen vanuit de conclusies toegevoegd om het model toepasbaarder te maken voor de pioniersplek. Daarnaast is er sprake van een heldere fasering van afwegingen, waardoor er een helder beleid kan ontstaan voor de desbetreffende organisatie.

Om de interne consistentie van het bekeringsverhaal te kunnen vaststellen worden de volgende afwegingen achtereenvolgens beantwoord:

  • Gaat het om een actieve of een passieve bekering?
  • Zijn de juiste kenmerken van een actieve dan wel passieve bekering aanwezig?
  • Waarom voldeed het oude zingevingssysteem niet meer?
  • Zijn de kenmerken van vertrek in voldoende overeenstemming met het geconstateerde type defection?
  • Past de motivatie voor de bekering bij de manier waarop de bekering zich uit?
  • Doet de bekering zich voor op de drie niveaus van menselijk functioneren (affectief, cognitief en gedragsmatig) en past de mogelijke spreiding hierin bij het type bekering en de motivatie voor de bekering?
  • Sluit de ‘bekering’ aan op één van de drie aspecten van ‘de vernieuwing van de mens’?
  • Heeft de bekeerling een doopcursus gevolgd en intensief met een mentor uit de stuurgroep van de pioniersplek opgetrokken?

Om de externe consistentie van het bekeringsverhaal te kunnen vaststellen worden er eveneens een aantal afwegingen gemaakt:

  • Passen de uitingen van de bekering bij de kenmerken van de specifieke groep waarbij de bekeerling zich heeft aangesloten?
  • Op welke wijze heeft de bekeerling geparticipeerd in de oude religie, en welke eventuele veranderingen zijn dan waarneembaar?
  • In welke mate heeft de bekeerling geparticipeerd in de gemeente?
  • In welke mate heeft de bekeerling relaties opgebouwd binnen de gemeenschap?

Het wegen van de samenhangende afwegingen krijgt een plaats in het bestaande proces van bekering binnen de organisatie. Dat is noodzakelijk om consequent, zonder aanziens des persoons, het toekomstig traject te bepalen.

Bovenstaande afwegingen kunnen de lezers van het rapport een gevoel geven dat bekering maakbaar is. Echter vanuit het theologische aspect blijkt dat alleen het offer van Jezus Christus de mens rechtvaardigt. Alleen het offer van Jezus Christus stelt de mens in staat om bekeerd te worden en de weg van God te gaan. Zonder dat offer is iedere verandering van sociale context, cultuur of gedrag nutteloos. Uiteraard hebben christenen, als navolgers van Christus, de verantwoording gekregen om mensen bij het heil te betrekken. Maar juist de kern van bekering, de rechtvaardiging of de besnijdenis van het hart, ziet alleen God aan. Dit aspect is niet te toetsen door mensen.   Daarom stelt dit rapport ook dat de conclusies en aanbevelingen uit het toegepaste bekeringsmodel van J.W. van Saanen in het licht van Christus gezien moet worden. Om het vertrouwen binnen de pioniersplek te behouden is er een toetsingsmodel nodig, maar om een bekering te faciliteren moet men zich voornamelijk bezig houden met het betrekken van mensen op het Evangelie. Een biddende en gastvrije houding is hierbij noodzakelijk.

Mocht er dan ook een negatief advies uit het toetsingsmodel naar voren komen, dan is het noodzakelijk dat de gemeente een alternatief aan kan bieden dat rekening houdt met de gastvrijheid die het als gemeente van Christus moet kunnen bieden.

‘Bekering is geen mensenwerk
Dat laat ik over aan God’

D. Menkens – van de Spiegel

Deze tekst, ingegeven door de beoordelingscommissie van het Projectplan, heeft mij gedurende het onderzoek aangemoedigd en focus gegeven. Wij kunnen bekeringen willen beoordelen, waardoor het bijna een negatieve lading zal krijgen. Gelukkig is bekering dan ook geen mensenwerk, maar een prachtig werk van God.
Ik hoop dat de desbetreffende pioniersplek, en wellicht andere organisaties die daarmee worstelen, door dit onderzoeksrapport op een verantwoorde wijze de bekeringsverhalen van niet-westerse migranten kan beoordelen, zonder het bewegen van God daarin kwijt te raken.

Mocht u meer willen weten over dit onderzoek? Stuur dan een mailtje naar daan.ipc@hotmail.nl

Daan Damsteeg

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen