Op weg naar grotere betrokkenheid

Auteur: Patrick van de Grift n.a.v. zijn afstudeerscriptie ‘Verbonden en geroepen’.
foto2015De leden van de afstudeergemeente zien hun eigen gemeente als een warme en positieve gemeenschap waarin ze zich thuis voelen en waarbij ze zich betrokken voelen. Ondanks deze positieve ervaring van de leden, verlangen de oudsten van de gemeente toch naar een grotere betrokkenheid van gemeenteleden bij de eigen gemeente.

Als afstudeerproject heb ik een onderzoek uitgevoerd naar deze betrokkenheid, wat geleid heeft tot een adviesrapport om de oudsten te helpen de ‘betrokkenheid van gemeenteleden bij de gemeente’ te vergroten.

Betrokkenheid: Verbonden en geroepen

Allereerst, wat houdt ‘betrokkenheid van gemeenteleden bij de gemeente’ eigenlijk in? Het rapport beschrijft dat deze betrokkenheid idealiter inhoudt dat gemeenteleden zich persoonlijk eraan toewijden aan dat de gemeente als collectief haar roeping vormgeeft. Deze roeping is het ondersteunen van Gods missie op aarde door gezamenlijk gericht te zijn op God, de gemeenschap en de wereld. Dit persoonlijk toewijden vindt altijd plaats in verbondenheid met elkaar en met God. Het adviesrapport werkt de begrippen gemeente-zijn, roeping, betrokkenheid en verbondenheid uitgebreid uit.

Weerbarstige praktijk

Uit het onderzoek blijkt vervolgens dat de praktijk rondom gemeente-zijn en betrokkenheid in de gemeente weerbarstig is. Gemeenteleden blijken vooral gericht zijn op het vormgeven van hun eigen relatie met God. Ze leven onvoldoende uit verbondenheid met elkaar en wijden zich onvoldoende toe aan de roeping van gemeente. Deze onvolledige betrokkenheid leidt tot een onbalans in het gemeente-zijn, waarbij met name het gericht zijn op elkaar en de buitenwereld onderbelicht blijven.

Hier liggen een aantal oorzaken aan ten grondslag. Het blijkt dat gemeenteleden en oudsten een onvolledige opvatting van gemeente-zijn, betrokkenheid en verbondenheid hebben. Hierbij valt steeds weer op dat individualisme sterk aanwezig in hun (geloofs)opvattingen en de uiting ervan. Naast de individualistische opvattingen, blijken ook de samenleving, de levensomstandigheden, en de vormgeving en leiding van de gemeente de betrokkenheid van gemeenteleden te beïnvloeden. Al deze oorzaken worden toegelicht in het adviesrapport.

Aanbevelingen

Het adviesrapport sluit af met aanbevelingen waarmee de oudsten de betrokkenheid van gemeenteleden bij de gemeente kunnen vergroten.
Hierbij wordt genoemd dat het essentieel is dat er toegewerkt wordt naar gezamenlijke (en volledige) opvattingen van gemeente-zijn en betrokkenheid. Dit is een proces van de gehele gemeente, waarin de oudsten de leden dienen voor te gaan, betrekken en begeleiden.
De oudsten dienen daarbij de praktijk van het gemeente-zijn zo aanpassen dat ze het uitleven van haar roeping en verbondenheid meer stimuleert en faciliteert. Hiervoor liggen kansen in de kringstructuur, de zondagse dienst, het thema discipelschap, maar ook in hun leiding geven. Deze mogelijkheden worden uitgebreider besproken in het adviesrapport.
Tijdens het onderzoek kwam sterk naar voren dat er in de gemeente veel goeds en veel geloof is. De gemeente mag zichzelf echter vanuit verbondenheid versterken, onder de korenmaat vandaan halen en op de standaard zetten (Mat. 5:14-15). Zo wordt het licht dat ze is, meer zichtbaar in de wereld.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Pastoraat met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *