Maatwerk voor de mavo-leerling

Auteur Erik Westerhof n.a.v. zijn afstudeeronderzoek aan het Isendoorn College in Warnsveld.


Toen het lsendoorn College enkele jaren  geleden  begon  met  een onderwijsvernieuwing moest iedere vaksectie eens kritisch kijken naar het bestaande curriculum. Wij, de docenten van de godsdienstsectie, kwamen er achter dat wij geen curriculum hadden. In de zoektocht naar het nieuwe curriculum kwamen wij uit bij het kerncurriculumGL van LER VO .

Toen we praktisch aan de slag gingen met dit curriculum liepen we, vooral op de mavo, tegen enkele problemen aan. De mavo-leerling krijgt op het lsendoorn College maar anderhalf jaar godsdienstles: in de brugklas en in de tweede klas. Dit lijkt te weinig om alle doelen die in het curriculum gesteld worden te behalen. Ook zijn de mavo-leerlingen daadwerkelijk anders dan de havo- en vwo-leerlingen; sluiten de kwaliteiten van de mavo-leerling wel aan bij de doelen van het KerncurriculumGL?

Aan de hand van een enquête heb ik onderzoek gedaan naar de levensbeschouwelijke kwaliteiten van de mavo-leerling. Om het onderzoek werkbaar te maken heb ik het curriculum opgedeeld in zes kernvaardigheden: zingeving, houding aanleren, hermeneutische vaardigheden, reflectie, dialogiseren en fenomenologische vaardigheden.

Door de godsdienstsectie te interviewen kwam ik erachter wat hun visie was omtrent het vak en omtrent de zes kernvaardigheden. Dit was nodig, omdat er ook geen geschreven visie aanwezig was op school. Door het enquête-onderzoek naast de interviews te leggen kon ik enkele aanbevelingen doen aan de godsdienstsectie van het lsendoorn College:

  • Leg in het godsdienstonderwijs op de mavo de nadruk op de kernvaardigheden zingeving, reflecteren en dialogiseren.
  • Gebruik levensvragen als ingang om de intrinsieke motivatie van de leerling aan te spreken. Op die manier sluit je aan bij de leefwereld van de leerling.
  • Richt je op het gebied van reflecteren op een overgang van pre-conventioneel naar conventioneel redeneren.
  • Leg als het gaat om dialogiseren de nadruk op een kritische houding jegens de ander. Het is echter wel belangrijk om dit op een manier te doen waarop de leerlingen hun gesprekspartner niet wegjagen.
  • Overleg binnen de sectie over een nieuwe Nederlandstalige methode. De huidige methode sluit namelijk niet goed aan bij de belangrijke kernvaardigheden.
  • Begin later, het liefst in klas 3, met het godsdienstonderwijs om de kwaliteiten van de mavo-leerling zo goed mogelijk te benutten.

    Op deze manier kan het lsendoorn College een start maken met godsdienstonderwijs dat echt gericht is op de kwaliteiten en interesses van de mavo-leerling. De mavo-leerling heeft namelijk net zo veel recht op goed godsdienstonderwijs dat bij hem past als alle andere leerlingen.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *