Is ons werk onze roeping?

Auteur: Marco Rotman is lid van de kenniskring van het associate lectoraat Christelijke Professie en daarnaast docent Nieuwe Testament en Hermeneutiek aan de CHE. Ook werkt hij bij de Vrije Universiteit te Amsterdam aan een proefschrift over Johannes de Doper.

Terwijl het concept ‘roeping’ herontdekt wordt binnen de arbeidspsychologie en de sociologie, zien we binnen de theologie een huivering om ons werk te zien als iets waarvoor we geroepen zijn. Marco Rotman bepleit een Bijbels-theologische benadering van ‘roeping’ die christenen kan inspireren om geloof en werk met elkaar te verbinden.

‘Roeping’ in sociale wetenschappen en theologie

Eeuwenlang zijn verschillende beroepen, voornamelijk het werken binnen de gezondheidszorg, gezien als een roeping van God. Dit veranderde in de twintigste eeuw, onder andere door secularisatie; een grotere rol van de overheid en een sterkere nadruk op professionele standaarden. Een roeping had een religieus karakter, en verondersteld werd dat religie niet relevant is op de werkvloer. In de afgelopen jaren is er echter nieuwe aandacht gekomen voor het belang van ‘roeping’ in de zorg. Voor een deel is dit een reactie op de kille effecten van marktwerking in de zorg. Wanneer mensen hun dagelijks werk ervaren als iets waartoe ze geroepen zijn, blijken zij meer gemotiveerd te zijn en meer voldoening uit hun werk te halen. Binnen de zorgsector betekent het bovendien dat mensen beter bestand zijn tegen emotionele uitputting. Het ervaren van een roeping wordt overigens niet perse religieus opgevat. Het is ook het ervaren van werk als betekenis- of zingevend, met de motivatie om iets voor een ander te betekenen. De ‘externe opdracht’ van een roeping komt voor de ene persoon vanuit God; voor een ander komt het voort uit bijvoorbeeld een ideaalbeeld van een betere wereld.

Binnen de theologie zien we dat er tijdens de Reformatie een nieuwe kijk op ‘roeping’ ontstond. Benadrukt werd dat iedere gelovige een geroepene is door God, in plaats van alleen de geestelijken. Luther en Calvijn bepleiten dat mensen geroepen zijn tot hun werk op grond van Gods opdracht aan de mens om over de schepping te heersen en haar te bewerken. (Gen. 2:15) Elk beroep is een roeping van God en moet dan ook gehoorzaam worden uitgevoerd. In 20e en 21e eeuw hebben verschillende theologen, met name Karl Barth, Miroslav Volf en Darrell Cosden, zich daar kritisch over uitgelaten. Immers, als je baan je roeping is die je gehoorzaam hebt te aanvaarden, mag je dan wel van baan wisselen? En mag je dan wel ageren tegen slechte werkomstandigheden?  En doen we het evangelie zelf niet tekort als we zo naar werk en roeping kijken? In de praktijk wordt op deze manier ‘de roeping van het Evangelie’ immers maar al te snel versmald tot het beroep dat je uitoefent.

Wat is dan wel onze roeping?

Als er in het Nieuwe Testament gesproken wordt van ‘roeping’, gaat dit over het roepen van mensen tot de gemeenschap met Christus (1 Kor. 1:9) of tot Zijn Koninkrijk (1 Thess. 2:12) of als lid van het Lichaam van Christus. (Kol. 3:15) Hoewel het positief is dat Luther en Calvijn benadrukten dat wie niet in de kerk werkt net zo goed door God geroepen is, is de opvatting dat ons werk gelijk staat aan onze roeping te smal. In de Bijbel zijn mensen door God (in Christus) geroepen om in gemeenschap met Hem te leven; om deel te zijn van de gemeenschap van gelovigen en elkaar te dienen in liefde. (Gal. 5:13) En dit heeft direct ethische gevolgen omdat we mogen leven in overeenstemming met onze roeping in Christus. In 1 Thess. 4:7 lezen we bijvoorbeeld: “God heeft ons niet geroepen tot zedeloosheid, maar tot een heilig leven.”

Onze roeping tot de eenheid met Christus heeft ook een eschatologische dimensie. We zijn geroepen om deel te zijn van de nieuwe hemel en aarde. Vanuit het Nieuw Testament bezien is die nieuwe wereld geen vervanging van een vernietigde aarde, maar zal het een transformatie zijn van deze schepping naar een herstelde werkelijkheid. Dit impliceert dat het verwezenlijken van herstel en goedheid in deze gebroken wereld van blijvende waarde is! Onze hoop op de nieuwe wereld is niet slechts een passief concept, het is een actieve opdracht om herstel, goedheid en gerechtigheid te verwezenlijken die we in Christus ontvangen. Dit mag ons hele leven omvatten, en dus ook ons dagelijks werk.

Kortom

De arbeidspsychologie laat zien dat het ervaren van een roeping positieve gevolgen heeft voor onze motivatie en het uitvoeren van ons werk. Binnen de theologie is er (terecht) terughoudendheid om onze baan te zien als roeping van God. Toch mogen juist christenen zich gemotiveerd weten door een goddelijke roeping. Nee, onze baan staat niet gelijk aan onze roeping. Maar, ja, ons dagelijks werk kan wel de uitoefening zijn van onze roeping tot het Evangelie; onze roeping om lief te hebben en hoop te brengen. We vertegenwoordigen de hoop op een nieuwe schepping, als gevolg van onze roeping tot het Koninkrijk van God.

Deze blog is tot stand gekomen met medewerking van Krista Vreugdenhil en is gebaseerd op onderzoek van Marco ten behoeve van het associate lectoraat Christelijke Professie. Volgend jaar verschijnt er een uitgebreidere artikel in het internationale tijdschrift Christian Higher Education onder de titel “Vocation in Theology and Psychology: Conflicting Approaches?”

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *