Informeren of Transformeren – Elke dag een opening voor vorming

Auteur Eelke Huttenga n.a.v. zijn afstudeeronderzoek.

Vorming in het voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs wordt er veel geschreven en nagedacht over de plek van vorming binnen het onderwijs. Bekende pedagogen als Biesta betogen dat onderwijs meer is dan enkel kwalificatie maar dat het onderwijs ook draait om socialisatie en persoonsvorming. Van Laar gaat zelfs zover dat vorming het eigenlijke is van onderwijs. Onderwijs draait erom dat dat de jongere opgroeit tot volwassenwording, de leerling wordt gevormd tot wie hij of zij moet worden om op een volwassen manier zijn of haar rol in de samenleving op te kunnen pakken.

Religieuze vorming
Als je het hebt over vorming dan zijn daar twee aspecten onlosmakelijk mee verbonden. Vanuit welk mensbeeld start de vorming en in welke richting wordt er gevormd. Deze twee aspecten zijn per definitie niet objectief maar worden bepaald vanuit een levensbeschouwelijk perspectief. Dat maakt het ook mogelijk om binnen de context van christelijk voortgezet onderwijs na te denken over de religieuze vorming van leerlingen. Ik
heb een poging gedaan om in beeld te krijgen welke rol de christelijke dagopening speelt in de religieuze vorming van leerlingen.

Elementen van vorming
Hiervoor heb ik allereerst gezocht binnen de theologie en pedagogiek wat vorming precies is, wanneer spreek je van vorming en hoe wordt een leerling gevormd. Ik ben uitgekomen bij de theoloog James K. Smit en de godsdienstpedagoog Thirza van Laar. Door die twee met elkaar te combineren heb ik zes elementen geformuleerd die essentieel zijn voor vorming:
a) Leerlingen worden gevormd door de (met betekenis geladen) gewoonten die ze zich aanleren door regelmatige oefening.
b) Vorming is geen cognitief proces, maar een proces waarin de gehele mens aangesproken moet worden (cognitief, affectief en lichamelijk).
c) Daarom vindt er ook alleen vorming plaats wanneer de leerling actief participeert in de vormende praktijk.
d) Vorming vindt plaats in het hart van de leerling, daar moet het verlangen opgewekt worden te worden zoals God ze bedoeld heeft.
e) Vorming is sociaal, de relatie met de docent en de medeleerling speelt een centrale rol.
f) Vorming heeft altijd een richting, een ideaal waartoe je gevormd wordt. Bij religieuze vorming wordt dat ideaal religieus ingevuld bijvoorbeeld leven in het koninkrijk van God.

Vorming en de dagopening
Met behulp van deze elementen heb ik gekeken naar de praktijk van de dagopening op de school waar ik werk. Herkennen de leerlingen deze elementen en ervaren ze daardoor dat de dagopening een vormend moment is? De uitkomst hiervan is dat de dagopening zeker een vormend moment is, het is een betekenisvolle gewoonte waardoor leerlingen elke dag geoefend worden. Maar op enkele punten kan die dagopening nog sterker vormend worden.

De kracht van rituelen?
Ik stel me daarom een dagopening voor die op een meer rituele manier wordt vormgegeven, waarin er aandacht is voor een actieve participatie van alle leerlingen en die voorbij gaat aan alleen het cognitieve. Leerlingen moeten betrokken worden in de dagopening en die niet slechts ondergaan om echt gevormd te worden, van informeren naar transformeren.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *