‘Ik geloof niet in God ……’ – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling

Auteur Roel Kuipers n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: ‘”Ik geloof niet in God…..” – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling.’

Het is een normale dinsdagochtend. De havo 5 leerlingen zoeken een plekje in de klas, een Roel Kuipers les godsdienst op het 3e uur. Erik gaat achterin zitten. Ik kondig het onderwerp voor deze les aan. We zijn bezig met een serie lessen over Apologetiek. Vandaag wil ik met de leerlingen nadenken over de vraag: God en het lijden?!

Ik voer een kort klassikaal gesprek. ‘Erik, waarom haken veel mensen af van geloof en kerk vanwege het lijden in de wereld?’ Erik: ‘Weet ik niet meneer, ik geloof niet in God’. ‘Oke’, reageer ik kort, ‘dat is een eerlijke reactie Erik’. Het gesprek gaat verder en even later zijn de leerlingen met een groepsopdracht bezig. Ik loop bij Erik langs en kom nog even terug op zijn antwoord. Hij geeft aan grote moeite te hebben met de lessen Godsdienst maar ook met andere onderdelen van het programma op de Passie.

Het gesprek met Erik zet mij aan het denken. Ik wil beter begrijpen hoe de leerling de schoolactiviteiten volgen waarin de christelijke identiteit van de school expliciet aan de orde wordt gesteld. Ik besluit daarom een onderzoek te doen naar de Sing in op de Passie.

Even kort. De Sing in is een twee wekelijkse weekopening van 45 minuten (een lesuur) waarin met een band liederen worden gezongen en een spreker wordt uitgenodigd voor een toespraak. De Sing in is gericht op de geloofsvorming van onze leerlingen. Maar, zo luidt mijn vraag: op welke wijze beïnvloed de geloofsontwikkeling van de leerling de manier waarop hij de Sing in beleeft en waardeert?

Ik maak in mijn onderzoek gebruik van het gedachtegoed van Erikson en Marcia. Zij hebben aandacht gevraagd voor de identiteitsontwikkeling van jongeren. De vier posities die door Marcia geschetst worden (foreclosure, diffusion, moratorium en achievement) zijn ook toepasbaar op de geloofsontwikkeling. Ik heb de leerling gevraagd zijn of haar geloofspositie te kiezen om op deze manier inzicht te verkrijgen op welke manier de fase van geloofsontwikkeling de beleving van de leerling bepaalt.

Mijn onderzoek toont aan dat leerlingen die een bewuste keus hebben gemaakt voor Jezus de Sing in hoger waarderen. Zij kunnen met de vorm en inhoud dus beter uit de voeten dan leerlingen die twijfelen of met het geloof helemaal niet bezig zijn. Erik spreekt zijn afkeuring uit over de Sing in. En dat is vanuit zijn ‘geloofspositie’ niet verbazingwekkend.

Wat leer ik voor mezelf uit dit onderzoek? We moeten als docenten op een christelijke school meer gevoeligheid ontwikkelen voor de geloofsontwikkeling die de leerling doormaakt. In mijn lessen ga ik vaak uit van een ‘gemiddelde’ leerling, ook als het gaat om zijn geloofsgroei. Ik voel me enerzijds uitgedaagd om me beter te verdiepen in de Eriks op mijn school en anderzijds met mijn collega’s het gesprek te voeren over de inhoud van onze schoolactiviteiten. Op welke manier kunnen de recht doen aan de diversiteit van geloofsontwikkeling onder de leerlingen? Deze vraag is het meer dan waard om onderwerp van gesprek te worden binnen de school.

Roel Kuipers
Docent godsdienst op de Passie

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *