Identiteit in godsdienstlessen aan de brugklassen van de Goudse Waarden

Auteur: Anne Hoogendijk n.a.v. haar afstudeeronderzoek   Anne Hoogendijk

In hoeverre beïnvloed de identiteit van een school de lessen van een godsdienstdocent? Reflecteren godsdienstdocenten op de formele stukken van een school waarin haar identiteit beschreven staat? Sluit een methode aan bij de identiteit van een school of niet?  

Elke school heeft een identiteit: datgene wat de school tot déze school maakt. De ene school heeft een meer doordachte en op papier uitgewerkte identiteit dan de ander, maar vaak is in ieder geval wel aan te voelen wat de identiteit van een school is. Voor mij als godsdienstdocent is de identiteit van een school erg van belang. In de eerste instantie is dat persoonlijk; ik werk graag op een school waarvan de identiteit mij aanspreekt. Maar naast dat dit persoonlijk voor mij belangrijk is, is het ook belangrijk voor het vak dat ik geef. De identiteit van een school kan namelijk een stempel drukken op de inhoud van de godsdienstlessen. Op een openbare school zien de godsdienstlessen er bijvoorbeeld vaak anders uit dan op een reformatorische school.   

Stel; je werkt op een protestants christelijke school. Je hebt een vaag idee van wat de identiteit van de school is en hoe je godsdienstlessen daarbij kunnen aansluiten, maar wat in de formele identiteit van de school staat, is zo open geformuleerd dat je eigenlijk geen kaders meekrijgt voor de inhoud van je lessen. 

Dat is voor de docenten godsdienst op de Goudse Waarden het geval. Alle godsdienstdocenten op het LYCEUM-HAVO zijn op de hoogte van wat er in de formele identiteit van de school staat, maar alle drie hebben een andere visie op de identiteit van de school en op het vak godsdienst. De methode geeft een stuk houvast, maar de visies en manier van lesgeven lopen uiteen. 

Dat hoeft uiteraard geen probleem te zijn. Dat de formele identiteit zo open geformuleerd is, is enerzijds makkelijk. Het geeft genoeg bewegingsruimte en ruimte voor verscheidenheid onder collega’s. Er is hier ook een bewuste keuze voor gemaakt, om juist die verscheidenheid te behouden.  

 Deze ruimte voor verscheidenheid kan een kracht zijn. Toch staan er echter uitspraken in de formele identiteit die radicaal en tegenstrijdig lijken ten opzichte van de andere gedeelten, zoals “We vertalen de boodschap van Jezus Christus in de manier waarop je onderwijs krijgt en hoe we met elkaar, de natuur en cultuur omgaan.”. Een zin als deze wordt niet geconcretiseerd.  

Ondanks de ruimte die ze krijgen, geven de docenten godsdienst aan dat ze behoefte hebben aan meer reflectie op het christelijke karakter van de school, of zelfs behoefte hebben als de school kiest voor een specifiekere richting; misschien moet het christelijke karakter van de school wel losgelaten worden. 

 Het is goed om als docententeam het gesprek over de identiteit van de school met elkaar aan te gaan. Juist als de formele identiteit van een school open beschreven staat. Het gesprek hierover aangaan is waardevol, omdat je elkaar hierdoor beter leert kennen, maar ook omdat je met elkaar kan nadenken over hoe je met het vak godsdienst de school met haar leerlingen het best kan dienen.  

Meer weten over dit onderzoek? Stuur dan een mailtje naar annehoogendijk@hotmail.com
Anne Hoogendijk 

 

 

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *