Identiteit in de zorginstelling

Auteur: Cees van ’t Noordende n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘Identiteit als component van zorg’.

1.    Aanleidingidentiteit

De zorginstelling verkeert door de veranderingen in de zorgfacilitering vanuit de overheid in een proces van verandering. Er vindt een transitie plaats van zorgcentrum naar verpleeghuis, met inbegrip van een mogelijke verandering van vestigingslocatie  De zorginstelling is een protestants christelijk tehuis met een orthodoxe signatuur. Door de vele veranderingen en fusie verandert het beleid. Dit heeft grote invloed op de identiteit. Wat is nu wezenlijk voor de zorginstelling?

2.    Probleemstelling

Wat is de beleden, de geleefde en de beleefde identiteit van de zorginstelling en wat betekent dit zowel voor de bewoners als voor de personeelsleden in de vormgeving van christelijke zorg?

3.    Wat verstaan we onder identiteit?

Persoonlijke identiteit laat zich niet uitsluitend beschrijven in (karakter)eigenschappen noch in het aangeven van de sociale positie, maar in het verhaal van je leven zoals je dat vertelt of uitleeft. Het verhaal voegt aspecten en rollen samen en waarborgt continuïteit.  Het geeft impliciet of expliciet aan welke waarden en normen je als sturen leerde aanvaarden in de wisselvalligheden van het menselijk bestaan. Identiteit is narratieve identiteit: Dezelfde blijven  en zichzelf worden. In de laatste krijgt  de verandering een plaats.

4.    Organisatie-identiteit in de literatuur

imagoDé definitie bestaat niet.  Er zijn aspecten te benoemen waar identiteit zichtbaar
wordt. In gedrag, communicatie en symboliek. Anderen voegen er persoonlijkheid bij.
De kenmerken van organisatie –identiteit zijn continuïteit, centraliteit en uniciteit. Zo komt van Riel tot de definities van een gewenste, een toegepaste, een gepercipieerde en een geprojecteerde identiteit.

Imago is het beeld dat de belangengroepen op een bepaald moment van de organisatie hebben.

5.    Spiritualiteit

In een grondslag organisatie is spiritualiteit, geloofsbeleving een wezenlijk deel van de identiteit. Wat houdt een gereformeerde geloofsbeleving in? Christelijke spiritualiteit heeft te maken met het zoeken naar een bevredigend, authentiek christelijk bestaan, waarbij de grondslagen van het christelijk geloof gecombineerd worden met de totale ervaring van het leven op basis en binnen de context van het geloof’. Er zijn drie componenten te benoemen:

1.    Een aantal overtuigingen; weergegevenen in “the tulip”:

  • Total Depravity
  • Unconcitional Election
  • Limited Atonement
  • Irresistibility of Grace
  • Perseverance of the Saints.

2. Een aantal waarden;

3. Een manier van leven.

6.    Onderzoek

De beleden identiteit wordt onderzocht door documentenonderzoek.
De geleefde identiteit wordt onderzocht door middel van een enquête onder de medewerkers.
De beleefde identiteit wordt onderzocht door middel van interviews bij een tiental cliënten.

7.    Conclusies

  • De grondslagidentiteit is verdwenen. Er is veel meer een doelgroepenidentiteit ontstaan.
  • ‘De toenemende schaalvergroting, professionalisering en nadruk op administratie, protocollen en verantwoording van zorg hebben naast een algemeniserende en seculariserende invloed ook een ander effect: ze hollen de essentie van de zorg uit.
  • Vanuit het onderzoek naar de geleefde identiteit wordt duidelijk dat vele medewerkenden hun werk met respect voor de grondslag en vanuit innerlijke waarden doen . De kernwaarden die het meest belangrijk zijn voor de medewerkenden zijn: liefde, barmhartigheid, respect en verantwoordelijkheid. De conclusie is dat de identificatie met de organisatie-identiteit redelijk groot is.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *