“Hoe is het?” – een ontstellend gecompliceerde vraag

Auteur: drs. Leo van Hoorn, directeur Academie Theologie

Leo van Hoorn kleinHoe is het? als mensen elkaar ontmoeten is dat misschien wel de meeste gestelde vraag. Beleefdheidsvraag? Verlegenheidsvraag? Een binnenkomertje? Een kwinkslag? Een opstapje, om eigenlijk wat anders te zeggen? Echte belangstelling in de ander? We herkennen het allemaal.

Laatst vroeg ik bij de opening van een vergadering in een christelijke setting: Hoe is het?

Onnadenkend, en ongetwijfeld vanuit een van de hiervoor genoemde motieven.  Het antwoord bracht me wat in verlegenheid: Heb je een avondje?, zei een van hen. Ik kon niet heel veel anders doen, dan checken of het een grap of ernst was. Het laatste bleek het geval. Hij wilde wel wat zeggen en stak van wal: zes kinderen, de een verslaafd, de ander buiten beeld, weer een ander …. Inderdaad, voldoende stof voor een avondvullend programma; aangrijpend en uiting gevend aan grote zorg en diep menselijk leed. Uitmondend in de belijdenis, dat Gods genade en beloften ankerpunten zijn, die houvast bieden… en motiveren om door te gaan, ook in het zoeken van het goede voor anderen.

Dat was nu echt eens een christelijke opening van een vergadering. Natuurlijk, ook schriftlezing en gebed, maar dat heb ik niet onthouden. Wel het verhaal van zorgen in het gezin en de moed om verder te gaan, om te leven vanuit de hoop. Het was een getuigenis van een afhankelijk leven en bede om hulp, leiding en zegen. Om overgave met de gang die God gaat. Dat is inderdaad waar we bij openingen God vaak om vragen, tenminste, dat zeggen we, in ons gebed. Hier klonk dat geluid helder.

Zo gaat het dus met hem, ja.  Maar wilde ik dat wel weten? Want eigenlijk moesten we naar de agenda voor de bespreking en kon dat nu wel? Moest ik nu eigenlijk de anderen ook niet vragen hoe het met hen was? Waren we daarvoor bij elkaar? De agenda vroeg ook aandacht. Zoveel kwetsbare openheid, zo’n eerlijke getuigenis appelleerde er bij mij sterk aan om zelf om ook te vertellen wat ik zoal meemaak in mijn leven.  Moest ik dat dan ook vertellen? Was het niet eerlijker om de ander ook in mijn hart te laten kijken? En de ander dus te vertellen hoe het met mij gaat? Zou dat niet leiden tot een echte ontmoeting en het delen van wat we van God en Zijn leiding in ons leven ervaren? Maar wilde ik dat wel delen? En dat hier en met hem en hen? Wat hebben zij er eigenlijk mee te maken … met hoe het met mij gaat. En wat heb ik er eigenlijk mee te maken … hoe het met de ander gaat? Wil ik het wel weten, en laten weten?

De agenda vroeg om aandacht. Daarvoor kwamen we bijeen. Ik worstelde me door de overgang van het echte gesprek naar de formele punten, in de hoop dat het niet teveel ruis gaf, ik geen onrecht deed aan het eerlijke verhaal, de anderen niet in verlegenheid bracht en mezelf eruit redde. Hoe gaat het met je? Dat is nog al een vraag…

En ja, als alles goed gaat hoeft het niet goed met je te gaan; als heel veel niet goed gaat, kan het best goed met je gaan. Wat ingewikkeld allemaal… Kennelijk zijn er diepere dimensies, die zo’n simpele alledaagse vraag ontstellend gecompliceerd kunnen maken. Een simpel, alledaags antwoord – zoals ik het vaak geef en hoor – zal dus wel niet alle dimensies aan het licht brengen. Misschien maar goed ook, want anders komen we niet door onze agenda heen.

Leo van Hoorn

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Diaconaal werk, Geestelijk verzorger, Pastoraat. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *