Haatimams en haatdominees

Auteur: Bernhard Reitsma. De auteur is bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam met als leeropdracht ”De Kerk in de context van de islam” en senior docent islam en missiologie en projectleider islam aan de Christelijke Hogeschool te Ede.

Ruim een maand geleden werd in Utrecht een islamitisch congres gehouden. Gastheer was Suhayb Salam, voorzitter van de Al-Fitra-moskee in Utrecht. Het congres lag onder vuur, omdat er diverse zogenoemde ‘haatimams’ aanwezig waren. Dat zijn imams die, op grond van hun interpretatie van de islam, oproepen tot haat tegen de ongelovigen. Althans, zo wordt het wat populistisch in de media omschreven. Suhayb Salam werd voor het gemak ingedeeld in dezelfde categorie als de sprekers op het congres. Nu ken ik hem niet heel goed en ik heb ook niet uitvoerig onderzocht of hij inderdaad aanspraak mag maken op de term haatimam, maar het zou zomaar kunnen.

Deze week kwam ik weer het ‘klein verslag’ in het gratis dagblad Metro tegen van Wim Boevink, dat ging over Suhayb Salam en diens stichting voor islamitische opvoeding. De toon van dat artikel (10 april) had me destijds onaangenaam getroffen en daarom had ik het bewaard. Nu ik het opnieuw las, riep het weer dezelfde ambivalente gevoelens op. Niet zozeer omdat ik vind dat het met de extremistische islam en met haatimams wel meevalt; ook niet omdat ik het met de ‘haatimam’ eens zou zijn. Maar wel omdat het commentaar van Boevink ook zomaar op mij van toepassing zou kunnen zijn.

Achterlijk
Boevink had een videotoespraak van Suhayb Salam gezien en vond diens duidelijke stellingname in zijn geloof nogal achterlijk.

Salam benadrukte namelijk dat het in de opvoeding van kinderen gaat om het uiterlijk en het innerlijk. Het uiterlijk is dat kinderen leren hun ouders te gehoorzamen, te bidden, broertjes en zusjes niet te slaan enzovoort. Het innerlijk is volgens hem het operating system. Leraren leren dat iedereen gelijk is, dat het niet uitmaakt wat je gelooft, dat het niet uitmaakt hoe je leeft. Dat je eigen begeerte en genot het hoogste ideaal is, dat je jezelf kunt aanbidden in plaats van – zo door deze imam genoemd – Allah. Zelfs christenen leren volgens hem dat iedereen in het paradijs komt en dat diverse zonden helemaal niet zo erg zijn. Salam stelt daartegenover dat voor islamitische kinderen een ‘beschermingsopvoeding’ nodig is, zodat ze het onderscheid leren zien tussen gelovigen en ongelovigen, tussen gehoorzaamheid en zonde, tussen het paradijs en de hel. Dat is – zo zou ik het willen zeggen – de levenshouding, de vooronderstellingen waarmee je de wereld bekijkt. Volgens de imam gaat het daar in Nederland mis met islamitische kinderen. Dat schoot Boevink in het verkeerde keelgat. Hij zag ‘geen haat imam, maar een schaadimam’. Dit is ‘verduisterde verlichting’.

Fundamenteel
Nu weet ik niet welke conclusies Salam hieraan verbindt. Dat levert nog genoeg stof tot nadenken op. Wellicht dat ik voor deze imam zelfs in de categorie ‘ongelovige’ of ‘afvallige’ val. Zijn visie op Allah en de ongelovigen is niet de mijne.

Maar ik ben er wel van overtuigd dat mijn kinderen moeten leren over hun operating system en hoe dat door God gemaakt is en op Hem is afgestemd; hoe ze ook de verkeerde weg kunnen kiezen, die geen vrede en zegen brengt. Dat ze niet gemaakt zijn om hun eigen begeerte en genot na te jagen, desnoods ten koste van anderen, maar om Christus centraal te stellen in hun leven, om zo tot zegen te zijn voor een wereld vol haatimams en vreemde journalisten. Het maakt wel degelijk uit wat je gelooft!

Het artikel van Boevink stelt mij niet echt gerust. Het is duidelijk dat hij niet begrijpt wat religie voor een gelovige betekent. Los van wat je van Suhayb Salam moet denken, je bent nog niet meteen een fundamentalist – in de negatieve zin van het woord – als je ergens fundamenteel in gelooft. Het is nog geen verduistering als je dat geloof gepassioneerd wilt doorgeven aan jongeren en daarbij probeert te onderscheiden tussen goed en kwaad, geloof en ongeloof.

Ik denk niet dat ik opruiend ben of haatdragend naar ongelovigen. Maar ik kan me na het verhaal van Boevink zomaar voorstellen dat mijn preken mij het predikaat haatdominee zouden opleveren.

Dit artikel is op 8 juni 2015 verschenen in het Nederlands Dagblad en met toestemming overgenomen op www.theologieede.nl.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Multiculturaliteit met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *