Godsdienst, het vak van de vrijheid

Auteur: Deborah Lieftingh n.a.v. haar afstudeerscriptie ‘In kalk en cement’ over de plaats van het vak godsdienst.

Wanneer het vak godsdienst geen examenvak is wordt het al snel omgedoopt tot vak van de vrijheid. Het vak met een relaxte sectie en een relaxte inhoud. Een vak waar niet gepresteerd hoeft te worden. Dit kan twee uitwerkingen hebben. Aan de ene kant kunnen leerlingen deze vrijheid omarmen als tijd waarin ontplooit kan worden, waar tijd is voor persoonlijke vorming en een goed gesprek. Aan de andere kant ligt het gevaar op de loer dat leerlingen deze vrijheid gebruiken om hun te kort aan slaap in te halen en de inhoud aan zich voorbij laten gaan.

Wat kan een sectie godsdienst doen om te voorkomen dat het vak godsdienst niet serieus genomen wordt als de cijfers er niet of bijna niet toe doen in het eindoordeel over de student? Hieronder volgen vijf punten waar aandacht aan besteed kan worden door een sectie godsdienst.

1. Goede verantwoording. Als er vrijheid is lijkt verantwoording ook minder nodig. Documenten waarin het vak godsdienst wordt omschreven en waarin de doelen te vinden zijn, ontbreekt regelmatig. Hieruit kan een conclusie getrokken worden dat als de cijfers er niet toe doen, de inhoud er ook niet toe doet. Juist door een goed verantwoordingsdocument geef je als sectie godsdienst het belang van het vak weer. Een goed verantwoordingsdocument geeft blijk van een actieve houding. Je geeft kennis van hoe je als sectie godsdienst proactief wilt bijdragen aan de ontwikkeling van de leerling.

2. Goede samenwerking. Als een vak lijkt te lopen en de leerlingen het wel prima vinden tijdens de godsdienstles dan dreigt het gevaar dat overleg overgeslagen wordt of dat de kwaliteit van overleg minder wordt. Het vak loopt goed dus wat moeten we er verder nog aan doen. Praktische zaken worden in de wandelgangen kort gesloten maar echt gesprek over de ontwikkeling van het vak blijft achterwege. Als sectie godsdienst is het goed om diepgang in het overleg te brengen. Ook door als sectie doelen te stellen. Waar willen we met het vak naar toe en welke doelen willen we bereiken. Hoe kunnen we nog meer uit het vak en uit de leerlingen halen?

3. Goede voorbereiding. Niet alleen de leerling kan de vrijheid aangrijpen om zich niet voorbereiden op de lessen, ook de docent kan dit aangrijpen om de voorbereiding te laten schieten. Een uurtje video kijken of een uurtje achter de PC en de les is snel gevuld. Laat als docent zien dat het vak godsdienst er toe doet door een goede lesvoorbereiding.

4. Positieve omgeving. Steek als docent godsdienst tijd in de aankleding van je lokaal. Een lokaal waar een leerling graag naar toe komt, een lokaal waar van alles valt te beleven. Verzorgdheid in het lokaal geeft ook aan dat de lessen die in het lokaal plaats vinden van waarde zijn.

5. Positieve houding. Dit laatste punt vat de punten hierboven samen. Leerlingen weten heel goed wat ze aan een docent hebben en proeven snel hoe een docent zelf in het vak staat. Met een positieve en open houding weet je de leerlingen sneller te motiveren. Heb aandacht voor de leerlingen en luister naar hun verhaal. Juist in een vak van de vrijheid moet je leerlingen de ruimte geven om zich vrij te voelen om iets te delen.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Leraar Godsdienst/Levensbesch. met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *