Geloven in Kunst

Auteur: Maaike Graafland en Wietske-Anne de Haan n.a.v. hun afstudeerproject Geloven in Kunst‘Geloven in Kunst’ in opdracht van CSG het Streek.

Kan kunst bijdragen aan de levensbeschouwelijke ontwikkeling van leerlingen en zo ja: op welke manier dan? Dit was de vraag waarmee wij, Maaike Graafland en Wietske-Anne de Haan, ons onderzoek zijn begonnen. De vraag kwam niet uit de lucht vallen: de godsdienstsectie van CSG Het Streek (waarbij wij beiden stagiaire waren geweest) wilde in hun leerlijn aandacht gaan besteden aan cultuur. Muziek en film waren al eerder object van onderzoek geweest. De vraag was breed en nog niet gespecificeerd: ontwerp een lessenserie waarbij aandacht wordt besteed aan kunst. Wij stelden daarbij allereerst de vraag: waarom? Waarom zou je aandacht willen besteden aan kunst, wat voegt dit toe? Het leek ons dan ook goed om deze vraag als uitgangspunt te nemen.

We hebben ontdekt dat het inzetten van beeldende kunst als didactisch middel een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de levensbeschouwelijke ontwikkeling van leerlingen. Door middel van emoties die een kunstwerk kan oproepen, door het kijken naar welke levensvisie in een kunstwerk naar voren komt en hierover de dialoog aan te gaan, door de activering van het symbolisch bewustzijn waar Tjeu van de Berk in zijn mystagogische visie aan refereert, door zelf aan de slag te gaan met verbeelding en door het gebruik en herkennen van symboliek.

Voor deze manieren hebben wij didactische middelen opgesteld die dit ontwikkelingsproces ondersteunen. Kijkopdrachten, reflectie-vragen en een kennisbasis in de vorm van theorie, vormen de basis van de door ons ontwikkelde lessenserie. Deze serie is voorzien van een docentenhandleiding en een kijkwijzer, waarin wij alle schilderijen en kunstwerken in kleur hebben toegevoegd.

Om de ontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen en hier doelbewust aan te kunnen werken, hebben wij een competentieprofiel ontwikkeld. Het profiel dat Hermes heeft bedacht voor het GL-onderwijs ligt hieraan ten grondslag. De leerlingen werken in de methode achtereenvolgens aan deze competenties: het herkennen van symbolen in kunstwerken, het communiceren over wat je van het kunstwerk vindt, het analyseren van wat een kunstwerk voorstelt, het toe-eigenen van wat het kunstwerk betekent en tenslotte het ontwerpen van een eigen symbool.

We wilden in onze methode aan kunnen sluiten bij de beginsituatie van de leerlingen. Hiervoor hebben wij een praktijkonderzoek gedaan, in de vorm van een uitgebreide enquête en zelftest. De leerlingen moesten in deze test invullen hoe zij hun eigen esthetische ontwikkeling beoordeelden. Deze resultaten werden gestaafd door middel van een soort toets waarin zij die vaardigheden in de praktijk moesten brengen. Ook hebben wij in de ontwikkeling van ons materiaal rekening gehouden met de cultuurbeleving van de leerlingen. Dit baseerden wij op het Cultureel Jongeren Profiel waarbij vier verschillende profielen van tieners uitgebreid worden omschreven. Zij geven tips hoe je bij elk van deze profielen aan kan sluiten. Deze hebben wij verwerkt in ons onderzoek, de lessenserie en de docentenhandleiding.

We kijken terug op een zeer boeiend onderzoek, wat heeft geleid tot een bruikbare kant-en-klare lesmethode. Deze zal komend schooljaar gebruikt gaan worden op CSG Het Streek. We zien ernaar uit om te horen over de bevindingen en resultaten die wij vanuit de lespraktijk zullen terugkrijgen.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Didactiek, Leraar Godsdienst/Levensbesch., Onderzoek, Pedagogiek, Spiritualiteit met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *