‘Geloofstwijfel in de godsdienstles’

Auteur: Joan den Besten n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Geloofstwijfel in de    Joan den Besten godsdienstles”.

‘Verzoend met God, maar bestaat Hij eigenlijk wel?’, zo luidde eens de titel van een lezing. Dat leverde mij de vraag op welke rol geloofstwijfel speelt binnen het vak godsdienst op de GSR in Rotterdam. Door middel van een enquête bleek al snel dat een meerderheid van de havo-4- en vwo-5 leerlingen geloofstwijfels heeft. Opvallend daarbij was dat de leerlingen niet veel ruimte ervaren om die geloofstwijfels op school en in de godsdienstles te delen, terwijl ze dat wel graag zouden willen. Het gaf in ieder geval genoeg aanleiding om er verder onderzoek naar te doen.

Wat is geloofstwijfel, eigenlijk? Vanuit de theologische literatuur heb ik daarom eerst uitgewerkt wat kan worden verstaan onder geloofstwijfel en wat mogelijke oorzaken zijn. Daarbij werd duidelijk dat het kan worden onderscheiden in verstands-, wils- en gevoelstwijfel. Ook biedt het onderscheidt in objectieve en subjectieve geloofstwijfel inzicht of het zich richt op de geloofsinhoud en opbaring van God óf de geloofsdaden en de gelovige zelf. Daarbij was het ook interessant om te zien dat geloofstwijfel aan de ene kant uitsluitend als zondig wordt geduid en aan de andere kant als onmisbaar voor het geloof.

Best wel lastig in de godsdienstles… Door diepte-interviews met de godsdienstdocenten te houden werd duidelijk dat het sterk van de godsdienstdocent afhangt op welke manier geloofstwijfel een rol speelt in de godsdienstles. Ook werd duidelijk dat het lastig kan zijn om recht te doen aan de geloofstwijfels en -vragen van de leerling aan de ene kant en het christelijk geloof met de Bijbel aan de andere kant.

Moet ik wel ruimte bieden aan geloofstwijfel? Vanuit de godsdienstpedagogiek stond in het onderzoek dan ook de vraag centraal op welke manier het ruimte bieden aan geloofstwijfel door de godsdienstdocenten kan bijdragen aan hun godsdienstige vorming. In ieder geval is het belangrijk een weg te vinden tussen het idealiseren en veroordelen van geloofstwijfel. Als leerlingen ruimte ontvangen om hun geloofstwijfels te uiten, kan dat schijnheiligheid en innerlijke verwijdering tot het christelijk geloof voorkomen. Hierbij is het belangrijk om samen met de leerlingen te reflecteren op de vraag waar hun geloofstwijfels vandaan komen en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Bijbelverhalen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Erken geloofstwijfels van je leerlingen! De godsdienstdocenten kunnen identificatiefiguur zijn voor de leerlingen als ze niet alleen getuigen van hun hoop in Christus, maar juist ook open zijn over de eigen geloofstwijfel en hoe ze daarmee omgaan. Een open en veilige relatie tussen de leerling en de docenten en tussen de leerlingen onderling is hierbij van wezenlijk belang. Geloofstwijfel is voor leerlingen vaak een onderdeel van een zoektocht en kan een weg zijn om te groeien naar een eigen of volwassen geloof. Het levert hen dan ook inzicht op over zichzelf, wie en hoe ze zijn, maar ook hoe ze zich verhouden ten opzichte van God en de ander. Door geloofstwijfel te erkennen in de godsdienstles gaat men de vragen die vanuit onze postchristelijke cultuur op ons afkomen ook niet uit de weg. In dit alles kunnen we belijden dat onze drie-enige God in de diepste zin van het woord raad weet met geloofstwijfel.

 

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *