De nieuwe betekenis van godsdienstleraren in de geloofsopvoeding

Auteur: dr. Jan Marten Praamsma, docent en lid van lectoraatskring bij Theologie Ede

PraamsmaGeloofsopvoeding is nog best wel een lastig ding en veel ouders voelen zich er behoorlijk verlegen mee. In de kindertijd gaat het vaak nog wel. Kindergeloof steunt nog in groot vertrouwen op het geloof van de ouders. Sterker nog: vaak ook kunnen de ouders zich in de tijd dat de kinderen klein zijn, optrekken aan het onbevangen geloof van hun kinderen. Geloofsopvoeding heeft dan zelfs de neiging de andere kant op te werken: de ouders weten zich gesterkt in hun geloof door het geloof van hun kinderen.

Maar in de tienertijd wordt dat vaak anders. Wanneer kinderen jongeren worden komen ze al snel met hun vragen en hun twijfels. En die vragen en twijfels lijken steeds indringender te worden, vaak indringender dan de vragen en twijfels die ouders uit hun eigen jeugd kennen.

Geloofsopvoeding is wat dat betreft ook daadwerkelijk moeilijker geworden. In het verleden werd geloof gesteund doordat er in kerk, onderwijs, media, politiek, vrienden en familie tal van mensen waren die het óók geloofden en daarmee het geloof een grote mate van vanzelfsprekendheid en ‘geloofwaardigheid’ gaven. Die structuren van herkenning en identificatie zijn de laatste decennia ernstig geërodeerd. Ouders staan in die zin in de geloofsopvoeding van hun kinderen veel meer alleen. Ze kunnen veel minder verwijzen naar de rol die geloof speelt in de bredere samenleving dan vroeger het geval was.

In een wereld waarin geloof een zekere mate van vanzelfsprekendheid had, was geloofsopvoeding een kwestie van geleidelijke socialisatie, gewenning, meedoen en ervaren. Er was niet veel taal voor nodig: een half woord was vaak genoeg, want we herkenden elkaar in het geloof. Maar met het verloren gaan van die vanzelfsprekendheid is er opeens een grote behoefte aan taal, aan woorden om te spreken over dat wat niet meer vanzelfsprekend is, datgene waar vragen en twijfels over zijn. Er is behoefte aan uitleg en aan begrijpen.

En daarmee staan ouders voor een uitdaging die er in de tijd dat zij zélf werden opgevoed zo nog niet was. Ze worden geconfronteerd met voor hen nieuwe vragen, waar ze ook vaak voor zichzelf nooit echt antwoord op leerden geven.

Geloofsopvoeding is nog best wel een lastig ding en veel ouders voelen zich er behoorlijk verlegen mee. Dat is niet verwonderlijk als je je kinderen in geloof wilt opvoeden in een post-moderne, geseculariseerde, multireligieuze informatiesamenleving. Voor sommige ouders zal dit ook daadwerkelijk te hoog gegrepen zijn. Misschien mogen we het van hen niet eens vragen, net als we niet van elke ouder kunnen vragen dat hij of zij zoon of dochter kan helpen bij het onder de knie krijgen van wiskunde, talen of geschiedenis. Daar hebben we immers leraren voor die daarvoor hebben doorgeleerd …

Voor geloofsopvoeding in deze tijd moeten we misschien ook wel op zoek naar iemand die daarvoor heeft doorgeleerd, die de taal machtig is die nodig is om de brug te slaan tussen het geloof van toen en de wereld van vandaag. Kortom: misschien moeten we – juist in deze tijd – wel gewoon op zoek naar een goede godsdienstleraar. Want geloven in de 21e eeuw is geen sine cure!

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geloofsopvoeding, Jeugdwerk, Leraar Godsdienst/Levensbesch., Pedagogiek met de tags . Bookmark de permalink.

Een reactie op De nieuwe betekenis van godsdienstleraren in de geloofsopvoeding

  1. Simon Bax schreef:

    Een wijs man leerde mij dat er drie vormen van kennis zijn te onderscheiden: kennis over (regels), kennis van (betekenissen) en kennis aan (geheimen). Een ander leerde mij over geloof, hoop en liefde… En wéér een ander (de wijste van hen allemaal) leerde mij dat het ging over liefhebben met heel je hart, ziel, verstand en kracht… Omdat het dromen, durven en denken zijn uiteindelijke vorm mag krijgen in het doen.
    Mooi om te zien dat hoewel de context kan veranderen, de onderliggende principes in geen tweeduizend jaar veranderd zijn… Jongeren, ouders en andersoortige leraren de taal hierin machtig maken lijkt mij een mooie opdracht, desnoods met godsdienstleraren! 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *