De kloof na bevrijding

Auteur: Wikje Aarden n.a.v. het afstudeeronderzoek ‘Nazorg na Bevrijding’  in opdracht van de werkgroep ‘Genezing en Bevrijding’ van het Evangelisch Werkverband.

Toen ik na 10 jaar eindelijk vrijheid ontving door bevrijdingspastoraat was mijn opluchting onvoorstelbaar groot. Ik zweefde naar huis met een papier vol adviezen. Helaas zakte de euforie binnen een paar weken weg, en werd ik ‘s nachts wakker gehouden door vragen zoals: “Ben ik wel vrij? Is er echt iets veranderd? Hoe kan ik anders leven dan hiervoor?”

Bevrijdingspastoraat. Voor sommigen een ‘ver-van-mijn-bed-show’, voor anderen een ‘realiteit die hen nieuw leven brengt’.

Na decennia van afwezigheid in de protestantse kerk worden er vandaag de dag steeds meer bevrijdingsteams opgericht vanuit gemeentes om kostbare mensen die gebondenheid ervaren te helpen vrij te komen. Binnen de PKN zijn er verschillende teams werkzaam in het bevrijdingspastoraat. De werkgroep van het EW bezint zich op de onderwerpen genezing en bevrijding. Het is belangrijk om met fijngevoeligheid en onderscheidingsvermogen te zoeken naar wat pastoranten nodig hebben binnen een traject van bevrijdingspastoraat. Hierbij is de nazorg een belangrijk onderdeel. (http://www.ewv.nl/vernieuwing/genezing-en-bevrijding)
Wordt de pastorant niet te snel losgelaten?
De teams van de PKN leveren ontzettend waardevol werk. Als teams de grens duidelijk hebben van hun werk, kunnen zij de nazorg zorgvuldiger overdragen.
Nazorg dient stap voor stap afgebouwd te worden. Teams die hier niet toe in staat zijn, zijn verantwoordelijk om de nazorg zorgvuldig over te dragen. Daarbij zijn de volgende vier tips van belang:

  • Laat de pastorant niet te snel los, nazorg is altijd nodig.
  • Ken en communiceer je grenzen.
  • Draag datgene van nazorg over wat je zelf niet uit kan voeren.
  • Pas de nazorg aan op de persoonlijke behoeftes van de pastorant.

Kent de kerkelijke gemeente haar rol?
In gesprekken met bevrijdingsteams van de PKN werd het belang van de gemeente bij nazorg opvallend zichtbaar. De pastorant zet, als het goed is, zijn leven voort in de gemeenschap waar een verder herstelproces en diepere bevrijding mogen plaatsvinden.
Dit proces heeft de steun nodig van een gemeente die de kenmerken van een pastorale gemeente uitleeft: Helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen. (H.C. van der Meulen, Liefdevol oog en open oor, p. 44-49) In de nazorg pakken gemeentes dit weinig op voor hun bevrijde leden.

Als de gemeente zich bewust wordt van de behoefte aan nazorg en hier praktisch beleid op maakt kan zij meer betekenen voor het geestelijk welzijn van haar leden. Haar betrokkenheid kan zich uiten door preken, huisbezoek, kringwerk en pastorale diensten.

Wie overbrugt de kloof?
Terwijl de kloof in nazorg duidelijk zichtbaar werd in mijn onderzoek, vervulde het onderzoek voor mij persoonlijk een gedeelte van de nazorg die ik gemist had. Het gaf veel herkenning en onderwijs in de noden van een pastorant. Voor mij is de kloof overbrugd. Aan iedere gemeente die bevrijdingspastoraat aanbiedt wil ik de vraag voorleggen: “Hoe ziet de brug tussen bevrijdingspastoraat en de gemeente er uit? Is deze begaanbaar en welke stappen moeten er gezet worden en door wie?”

De scriptie ‘Nazorg na Bevrijding’ van Wikje is (binnenkort) te vinden via de HBO Kennisbank.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Pastoraat met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *