De analogie van de vis

Auteur: Hans Polderman, n.a.v. het afstudeeronderzoek ‘De analogie van de vis’.

Zo nu en dan laait de discussie rondom de vissenkom weer op. In een ronde kom zou het beestje gek worden. De vis heeft een omgeving nodig waarin hij zich kan oriënteren, verschuilen, afstand tot andere goudvissen kan houden en op zoek kan gaan naar voedsel. Hoe zit het met de reformatorische vis?

Het was de Spaanse filosoof George Santayana die ooit stelde dat we niet kunnen weten wie als eerste het water ontdekte. Maar, dat we zeker kunnen weten dat het niet de vis is. Simpelweg omdat de vis niet kan bestaan zonder het water. De vis wordt ondersteund en onderhouden door het water van de kom. Hij ziet geen aanleiding om even uit de kom te springen om zich te bezinnen op de inhoud ervan.

 

Zo is het ook met een groot deel van de reformatorische jongeren. Veel van hen zijn opgegroeid in een zeer specifieke religieuze context. Een omgeving die hen ondersteunt en onderhoudt. In deze context zijn de meeste jongeren zich bewust van de geldende normen en waarden. Ze verwoorden ze, verdedigen ze en voelen zich er emotioneel op betrokken. Maar ze hebben meestal het waardensysteem niet tot systeem gemaakt; het object van reflectie.

 

Dit komt tot uiting in het gebruik van religieuze taal. Begrippen zoals ‘bekering’, ‘wedergeboorte’ en ‘eeuwig leven’ worden gebruikt, zonder dat ze het vermogen hebben diepgang te geven aan deze begrippen. Want, wanneer hen gevraagd wordt die religieuze begrippen in andere woorden uit te leggen, blijft hun woordgebruik zeer cultuurspecifiek.

 

Er komt een tijd dat een groot deel van de vissen losgelaten worden in het zwemwater van deze maatschappij. Is de vis dan in staat om de oorsprong en de kwaliteit van het water van zijn kom te verwoorden en op waarde te schatten?

 

Het lijkt erop dat een groot deel van de reformatorische jongeren daartoe (nog) niet in staat is. Dit stelt de docent godsdienst/levensbeschouwing voor een uitdaging. Hoe kan hij leerlingen leren een diepgaandere betekenis te geven aan religieus taalgebruik, zonder dat de leerling in verwarring raakt? Of, hoe kan hij de vis de ruimte bieden waarin hij zich kan oriënteren, verschuilen, afstand tot andere goudvissen kan houden en op zoek kan gaan naar voedsel?

 

Het antwoord ligt in exploratie. Exploratie geldt als cruciaal onderdeel van de identiteitsbepaling. Maar exploratie is ook iets waar binnen de reformatorische gezindte wat terughoudend op wordt gereageerd. Daarom moet de vis ook niet meteen losgelaten worden in open water. Het vraagt voorzichtigheid om de vis langzaam maar zeker tot het besef te laten komen dat er meer is dan alleen het water waarin hij zwemt. Juist dan zal een proces in gang worden gezet waarin het idee over het water in de kom wordt gewaardeerd en verdiept, of juist aangepast. Hij kan ook de beslissing beter overzien of hij de kom verlaat om rond te gaan zwemmen in de rijke wateren, die je niet beperken tot het zwemmen van rondjes.
foto Hans

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *