Bruggeneratie

eduardAuteur: Eduard Rijksen n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘De Bruggeneratie’.

Mag ik mij even voorstellen? Ik ben bruggeneratie, ik ben 12 tot en met 17 jaar oud, maar ik word niet graag een generatie genoemd. Dat doelgroepsdenken doen al die grote bedrijven ook en daar ben ik allergisch voor, vooral als ze daar niet eerlijk voor uitkomen. Maar ik ben gewoon ik. Ik ben geen collectief, maar mijn eigen unieke zelf. Niet dat ik alleen kan zijn, ik heb altijd mensen om me heen. Het liefst in real life, maar online ben ik sowieso altijd connected met anderen.

Daarom heb ik mijn smartphone altijd binnen handbereik, dat is mijn levenslijn met de rest van de wereld. Zonder mijn smartphone voel ik me naakt en ben ik binnen no-time verveeld. En trouwens, als ik dat niet zou hebben zou ik vet veel missen. Ik ben enorm mediasmart en heb de wereld in mijn broekzak, of liever nog: in de palm van mijn hand. Het liefst ben ik ieder moment online, internet is een eerste levensbehoefte van me. Mijn ouders vinden dat niet normaal, maar ik weet niet beter. Dat zij nou nog in een wereld hebben geleefd waarbij je nog beltegoed nodig had om iemand te spreken of eerst helemaal een computer op moest starten voordat je een e-mail kon versturen. In die wereld leef ik niet meer, in mijn wereld is veel meer mogelijk en vele malen groter. Ik word ook wel een digital native genoemd, mijn ouders zijn digital immigrants.

Nu lijkt het misschien alsof ik geen goede relatie heb met mijn ouders, maar dat is helemaal niet zo! Ik waardeer mijn ouders juist enorm, veel meer dan de generaties voor mij dat deden. Mijn oudere broer en zus hadden in hun tienertijd nog dikke ruzie met mijn ouders, maar ik heb het helemaal niet meer nodig om mezelf vrij te vechten. Zonder conflicten kan ik ook gewoon een eigen identiteit ontwikkelen. Ik vind het veel te belangrijk om thuis de vrede te bewaren, mijn ouders hebben bovendien veel meer levenservaring dan ik en ik kan veel van ze leren! Dat mijn ouders belangrijker voor mij zijn dan voor vorige generaties betekend overigens niet dat ik minder waarde hecht aan mijn vrienden. Bij mijn ontwikkelingsfase als adolescent past het helemaal, dat ik mij steeds meer losmaak van mijn ouders en naar peers toetrek. Ik hecht heel veel waarde aan mijn vrienden en ik vind het belangrijk trouw aan hen te zijn, maar als het erop aankomt is mijn familie het belangrijkst voor me. Dat zouden mijn ouders eigenlijk wel meer mogen gaan inzien. Ze laten me best wel vrij om alles te doen wat ik wil en zeggen dat ze me niet hun wil op willen leggen en mij mijn eigen keuzes willen laten maken. Maar het probleem is, dat ik niet goed weet wat ik wil of dat ik veel te veel wil. Eigenlijk heb ik mijn ouders meer nodig dan zij denken en ik zelf wil toegeven. Ik vind hun mening en goedkeuring belangrijk en wil eigenlijk zelfs dat ze me regels en grenzen geven. Zonder kaders, geen vrijheid.

Nou ja, mijn familie het belangrijkst… Als het om mijn sociale context gaat wel, maar eigenlijk vind ik mezelf het belangrijkst. Dat klinkt misschien zelfgericht, en dat is het ook. Ik groei op in een cultuur van individualisme en adem dat uit met alles wat ik doe. Het hoogste goed is genot, alles wat ik doe wil ik van genieten en leuk vinden, anders doe ik het niet. Daar zijn mijn ouders het ook wel mee eens volgens mij, want ze vragen altijd ‘was het leuk op school?’ als ik thuiskom, niet of ik wat geleerd heb. Soms krijg ik hier ook wel stress van, want er is zoveel om van te genieten en ik wil overal van genieten. Alle anderen genieten ook overal van, dat zie ik de hele dag door op social media. Dan moet ik dat ook. Misschien is dat wel wat spanning geeft; eigenlijk vind ik dat ik moet genieten. Kort gezegd: ‘Ik ben mijn eigen god en genot is mijn gebod’.

Over God gesproken, het geloof vind ik lastig. Ik ben er mee opgegroeid, dus ik geloof ook. Maar toch is het wel lastig daarin een van de weinige te zijn. In mijn klas ben ik vaak de enige die gelooft en begrijpen veel mensen niks van God of van christenen. Ik twijfel ook vaak, vooral over wat God doet (of juist niet doet) als ik kijk naar alle ellende in de wereld of over de echtheid van de verhalen in de Bijbel. Dit past misschien wel weer bij mijn leeftijd, alles wat ik vroeger zeker dacht te weten ga ik nu opnieuw over nadenken, maar over dit alles denk ik wel na. Ik heb het er hier graag met mensen over. Het liefst met leeftijdsgenoten, maar ook wel met mensen die ouder zijn. Ik ben best nieuwsgierig om hier dingen over te leren, maar ook weer niet te lang en te veel. Het moet wel leuk blijven. Maar in de kerk is het vaak in ieder geval niet leuk. De kerkdienst hoeft ook niet per sé leuk te zijn, dat vinden we wel op de club, maar op zijn minst zou het leerzaam moeten zijn. Maar dit zijn ze vaak ook niet echt, omdat het niets met mijn leven te maken heeft. Als het wel iets met mijn leven te maken zou hebben zou ik het al veel beter vinden en meer van meenemen. Wat me verder nog opvalt is dat ik in de kerk vaak een doelgroep ben waar van alles voor gedaan wordt, maar wanneer mag ik zelf eens iets doen? Dat vind ik sowieso de fijnste manier om iets met mijn geloof bezig te zijn, gewoon iets te doen. Als het actief, concreet en samen met anderen is, ben ik er wel voor te porren!

Was getekend,

De Bruggeneratie.

Het afstudeeronderzoek ‘De Bruggeneratie’ van Eduard staat binnenkort op de HBO-kennisbank.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Jeugdwerk met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *