Alle kaarten op tafel! Lesgeven over wereldreligies in het VO

Auteur: Henri Keurhorst naar aanleiding van zijn afstudeerscriptie voor de Master GL

Iedereen is vooringenomen. Of je voorkeur hebt voor één of voor geen religie. Of je jezelf als religieus ziet of niet. Het is onmogelijk om neutraal de levensovertuigingen van een ander te bespreken.

Iedereen heeft zijn eigen religie en zijn eigen binding aan religie. Een vrijzinnig christen ziet de Bijbel als inspiratiebron. Een orthodox christen ziet de Bijbel als openbaring van God. Beide noemen zich christen. Een moslimextremist ziet zich als moslim. Een gematigde moslim is tegen elke vorm van geweld. Beide noemen zich moslim.

Dit alles maakt de multiculturele samenleving complex. Ieder bekijkt de ander vanuit zijn eigen visie. En de visie van de ander blijkt niet zo eenduidig te zijn.

Dit is onze wereld anno 2014. Hoe kun je in zo’n wereld de wereldreligies op een school eerlijk weergeven? Er is slechts één manier: alle kaarten op tafel!

Het is belangrijk om de wereldreligies een plaats te geven in het hele veld van religie. Ieder heeft een eigen ‘worldview’, een kader, waarbinnen hij alles een plaats geeft. De vraag naar de waarheid van een religie is dan de vraag welk kader het beste antwoord geeft op alle vragen. Bij mijn zoektocht naar een model om wereldreligies te bespreken op een identiteitsgebonden school, zijn het ‘kritisch realisme’, zoals verwoord door o.a. N.T. Wright, en de ‘kritische dialoog’ van H.M. Vroom belangrijke oriëntatiepunten.

In het onderwijs moet een ‘basis voor ontmoeting’ gelegd zijn bij het lesgeven over de wereldreligies. Een echte ontmoeting bestaat uit respect en belangstelling. Belangstelling ontstaat wanneer er een gemeenschappelijke basis is. Respect ontstaat wanneer er begrip is voor de eigenheid van de ander.

Vanuit deze basisdoelstelling heb ik een viertal punten geformuleerd, die de basis vormen van waaruit een leerling met een ander in gesprek kan gaan.

  1. De leerling moet zich bewust zijn van zijn houding.
  2. De leerling moet zich bewust zijn van de omvattende impact van een religie
  3. De leerling moet zich bewust zijn van de hoofdlijn van de inhoud van de wereldreligies.
  4. De leerling moet zich bewust zijn van zijn eigen identiteit.

Om dit te bereiken moet een docent zijn lessenserie over wereldreligies invullen aan de hand van de volgende onderdelen:

  1. vooronderstellingen kenbaar maken;
  2. religie en algemeen menselijke vragen koppelen;
  3. essentie van religie in het algemeen bespreken;
  4. een religie in zijn geheel bespreken;
  5. ontwikkelingen en verschillen binnen religies bespreken;
  6. verhoudingen tussen de diverse religies bespreken.

Dit model biedt handvatten om als christen ‘burger van twee werelden’ (Augustinus, Luther) te zijn. Hij is burger in een multiculturele samenleving, waar hij anderen als medemens ontmoet. Tegelijk is hij burger van het Koninkrijk van God, waar hij anderen als medeschepsel voor Gods aangezicht ontmoet. Door alle kaarten op tafel te leggen kan hij enerzijds laten zien dat hij wil participeren in de multiculturele samenleving en tegelijk hoeft hij de waarheidsvraag niet te verzwijgen. Het besef van genade te leven maakt gunnend en bescheiden.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Afstudeerprojecten, Didactiek, Leraar Godsdienst/Levensbesch., Multiculturaliteit met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *