De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw

Auteur: Nienke Mulder n.a.v. haar afstudeeronderzoek “De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw.  Nienke Mulder

Als docent Godsdienst vertel ik veel verhalen. Religieuze verhalen, anekdotes, alles om een koppeling tussen de leerstof en ‘het leven’ te maken.
Omdat ik merkte dat mijn leerlingen, soms jaren later als ik ze al geen les meer gaf, naar mij toe kwamen en mijn verhaal nog in perfecte volgorde konden navertellen en het ze dus echt was bijgebleven, viel het kwartje: hier moeten we iets mee. Niet omdat verhalen vertellen zo ongelooflijk leuk is, maar vooral omdat het ons geheugen bevordert!
Leerlingen van 12 t/m 18 jaar zitten volgens Piaget in de ‘formeel operationele fase’. In eigen woorden: in deze fase komt het denken los van het concrete. De leerling leert om abstract, ruimtelijk en creatief te denken. Daarnaast is de leerling in staat om verbanden te leggen.
Abstract, ruimtelijk en creatief denken. Dat spreekt ze aan. Het zorgt ervoor dat ze bepaalde informatie in een kader kunnen plaatsen: ze kunnen er beelden bij denken, ze zien het voor zich. Verhalen spreken tot de verbeelding, en de verbeelding zorgt ervoor dat de informatie blijft hangen!

1 en 1 is 2, zou je denken. Maar als alle docenten zo gemakkelijk verhalen konden vertellen, was dit onderzoek niet nodig geweest. We maken er dus te weinig gebruik van!
Hoe zorg je er als docent voor dat jouw leerling geboeid blijft bij jouw verhaal? Hoe kan je het beste feitelijke (religieuze) informatie in je verhaal stoppen waardoor het de leerling bijblijft?

  1. Je opbouw is het allerbelangrijkst. Begin met een statement, een ijsbreker, iets waardoor ze meteen de volledige aandacht voor jou en je verhaal hebben. Geef niet te veel weg!
  2. Het middenstuk (de feitelijke religieuze informatie) moet kort maar krachtig zijn. Niet teveel informatie, maar ook niet te weinig. Alleen relevante informatie wordt hier vertelt.
  3. Scheid de hoofd- en de bijzaken en laat de bijzaken liggen, of verwerk ze in grapjes.
  4. Laat aan het eind een vraag hangen, iets met een open einde, zodat leerlingen zelf nog ergens over na kunnen denken of nabespreken met elkaar.
  5. Vergeet niet duidelijk aan te geven aan de leerlingen dat je voor het verhaal in je rol stapt, en stap ook duidelijk weer uit je rol als je klaar bent. Daardoor is het voor leerlingen makkelijker de realiteit van jouw verhaal te scheiden. Helemaal als het een persoonlijk verhaal is, kunnen leerlingen denken dat het jouw verhaal is als ze niet duidelijk zien dat je een rol aanneemt.
  6. Heb plezier! Laat je schaamte los, experimenteer, geloof in de kracht van verbeelding. Voor je het weet, hangen de leerlingen aan je lippen en zitten ze met open mond (of met een duim in de mond, geloof mij), naar je te luisteren.

Deel deze blog

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *