Ik ben lastig; ik ben evangelicaal

Auteur: Menno Hanse schreef een blog n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘Het verlangen van  Foto mennomijn hart…’ – Evangelicale verlangens in de Hervormde Gemeente Veenendaal

Ik ben zo’n lastig gemeentelid: enthousiast, gelovig, vriendelijk en overtuigd van mijn eigen visie die afwijkt van de gevestigde Hervormde gemeente waar ik lid van ben. Ik ben een evangelicaal. Wat moet mijn Hervormde gemeente nu met mij aan? Wat moeten ze aan met evangelicalen in de kerk?

De evangelicaal en de gemeente
Evangelicalisering is inmiddels zeer wijd verbreid. Steeds meer gemeenteleden van orthodoxe gevestigde kerken ondergaan een proces van religieuze verandering waarbij de evangelische geloofsbeleving steeds meer wordt overgenomen. Het beleven en ervaren van God wordt steeds belangrijker, net als het in connectie staan met huidige samenleving, een missionaire praktijk en de rol van de Heilige Geest in het geloofsleven van alle dag. Juist deze ‘evangelicale’ dingen behoren niet direct tot de identiteit van een gemiddelde Hervormde gemeente.

De kloof
Je kunt stellen dat evangelicale verlangens – wellicht vooral qua uitingsvormen – afwijken van de praktijk binnen een Hervormde gemeente. Het onderzoek dat ik heb mogen doen – ‘Het verlangen van mijn hart…’ – laat dat duidelijk zien: kerk en geloofsverlangens van evangelicalen komen niet overeen. Dat maakt evangelicale gemeenteleden ingewikkeld voor menig kerkenraad en predikant. Zij dienen tenslotte niet alleen evangelicalen, maar de gehele gemeente. Aan deze predikanten en kerkenraden de ondankbare(?) taak om te zoeken naar wegen die de kloof tussen evangelicalen en de eigen gemeente al dan niet overbruggen.

De cruciale vraag
Naar mijn idee is de cruciale vraag die elk persoon in een leidinggevende positie binnen een orthodoxe gevestigde kerk allereerst zou moeten beantwoorden de volgende: willen we als gemeente gehoor geven aan de evangelicale verlangens van gemeenteleden? Er is een heel pakket aan praktische en theologische vragen te bedenken die verband houden met het beantwoorden van deze kernvraag. En ja, als je daar uit bent begint het pas: op een pastorale manier de gekozen weg handen en voeten geven binnen de gemeente.

Pasklaar antwoord…?
Wat moet mijn Hervormde gemeente nu met mij – een evangelicaal – aan? Moeten ze me liefdevol de deur wijzen, op een zijspoor zetten in de gemeente of de gemeente zo inrichten dat er ruimte komt voor mijn geloofsverlangens? Ik. Weet. Het. Niet. Ik weet het niet voor mijzelf en voor al die andere evangelicalen. Ik heb daarin zeker idealen en gedachten, maar met de snelheid dat ik ze bedenk komen ook de vragen of ze realistisch zijn. Mijn onderzoek geeft inzicht en wijst wegen rondom deze vragen, maar eindigt zonder pasklaar antwoord. Toch blijft niemand met lege handen staan, alleen al door het laatste citaat in het persoonlijk nawoord van mijn onderzoek:

Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;
Ik geef raad, mijn oog is op u.’ (Psalm 32:8, HSV)

Menno Hanse
HBO-Theologie (GPW) Christelijke Hogeschool Ede (CHE)
mennohanse@hotmail.com

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Heilzaam nabij

Auteurs: Irene van Binsbergen en Wim Wiersma n.a.v. hun afstudeeronderzoek “Heilzaam irene en wim nabij”

Spierballen
De deur staat uitnodigend open. Jaren 70 muziek schalt door de open ramen naar buiten. Blijkbaar draait hij ook voor zijn buren. ‘Kom verder. Ga lekker in de tuin zitten. Koffie?’ Ramon*), een breedgeschouderde en rijk getatoeëerde Rotterdammer leidt ons door zijn huis naar de achtertuin . Met een brede grijns laat hij vol trots zijn nostalgische verzameling zien aan lp’s, foto’s en beeldjes. In de tuin staat een fitnessapparaat met gewichten. ‘Kom op, even spierballen testen he’, lacht Ramon. Met grote moeite beweeg ik al trillend de stang een paar keer op en neer. ‘Zal ik even laten zien hoe het moet?’ Ramon showt zijn spierkracht door de gewichten moeiteloos te trotseren.

De toon is gezet. Ook verbaal showt Ramon ons zijn spierballen. In stevige Rotterdamse taal uit hij zijn frustratie over de maatschappij. ‘Neem nou die lui van de gemeente, allemaal bureaucratie en hypocrisie. Voel me gewoon genaaid! Zo simpel is dat.’ Over het geloof heeft Ramon ook niet veel positiefs te melden. ‘Dan wordt er gezegd ‘je moet ervoor bidden’, maar er gebeurt gewoon geen ene reet. Als je nu ook gewoon even om je heen kijkt. Scheid nu toch eens uit man, het is allemaal een groot fabeltje dat hele geloof.’

Hoe is het met je hart?
Ramon krijgt al enige jaren begeleiding vanuit Stichting Ontmoeting. Een behoorlijke uitdaging om een zelfstandig bestaan op te bouwen. Knap lastig om te voldoen aan alle eisen van de maatschappij, vindt hij. Prima dat Ramon zich fel uitspreekt tegen de politiek, de kerk en de maatschappij, wij zijn echter niet voor zijn (verbale) spierballen gekomen. Als onderzoekers naar pastoraat onder cliënten van Ontmoeting zijn we geïnteresseerd naar zijn hart. Welke vragen en behoeften leven er nu op de bodem van zijn ziel? Wat maakt zijn leven de moeite waard? Het is nog niet zo makkelijk om door de ruwe bolster heen te breken, op zoek naar de diepste kern van zijn mens-zijn. Hoe is het met je hart? Dat is wat we graag willen weten. Maar wanneer stel je die vraag? En hoe?

Heilzaam nabij

 

 

 

 

Onderzoek Pastoraat
Hoe bereik je nu het hart van de ander? Met deze vragen worstelt ook het thuishaventeam van Charlois. Hoe moeten cliënten worden benaderd als er sprake is van een pastorale behoefte. Hoe onderken je deze behoefte? En hoe ga je er vervolgens op in? Hoe ga je in gesprek over zingeving? In ons onderzoek geven we antwoord op deze vragen en bieden we een handreiking voor het pastoraat binnen de thuishaven.

Being with
Praten over zingeving is belangrijk. Maar misschien gaat er eerst nog iets aan vooraf. Een houding met het oog op de ander. In het gelaat van de ander worden we met de ander geconfronteerd. Je kunt niet meer om de ander heen. Onze verantwoordelijkheid is de ander te eerbiedigen en te respecteren in zijn anders-zijn. We moeten daarbij de ander boven onszelf stellen. In de ontmoeting met de ander ontmoeten we ook God Zelf. De manier waarop we met de ander omgaan, laat zien hoe we met God omgaan. Het diepste probleem van de mens is het niet-verbonden zijn. Niet verbonden zijn met God, niet verbonden zijn met elkaar, niet verbonden zijn met de schepping. Herstel kan plaatsvinden door presentie: being with. Het gaat dus niet primair om het oplossen van de problemen van de ander (‘working for’), maar om het ‘being with’. Er zijn in het leven van de ander en in diens onmacht.

*) Naam is gefingeerd

Irene van Binsbergen
Wim Wiersma

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Profetie in de Lichtboog

Auteur: Jaap Bonte n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Profetie in de Lichtboog”. Jaap Bonte

Lees je Bijbel bidt elke dag
Voor mijn afstudeerproject in De Lichtboog Houten heb ik een onderzoek gedaan naar het horen van Gods stem door gemeenteleden van De Lichtboog. Het blijkt uit dit onderzoek dat heel veel gemeenteleden van De Lichtboog nog steeds Gods stem horen. Gods stem wordt door veel gemeenteleden van De Lichtboog voornamelijk door de Bijbel wordt gehoord. Ondanks dat de canon van de Bijbel is afgesloten en hier dus niets meer aan toegevoegd kan worden, spreekt God nog steeds in deze tijd buiten de Bijbel om. Met Gods stem wordt in mijn onderzoek niet alleen de Bijbel of een Bijbeltekst bedoelt. Gods stem kan op vele andere manieren gehoord worden. De ervaring leert dat Gods stem vaak door een gedachte of een innerlijke stem wordt gehoord.

Gods stem horen voor andere mensen
Als mensen Gods stem kunnen horen voor zichzelf dan moet het toch ook mogelijk zijn om voor de mensen (mogelijk andere gemeenteleden) om je heen te luisteren naar Gods stem? Dit blijken mensen in De Lichtboog ook te doen.

Profetie
Gods stem horen voor andere mensen lijkt op de gave van profetie. Profetie zou je kort gezegd geopenbaarde kennis kunnen noemen. De toegangspoort tot de gave van profetie is liefde voor God. Vanuit deze liefde van God en ook voor de ander kun je geopenbaarde woorden delen. Profetie is tot opbouw, troostend en bemoedigend, blijkt uit 1 Kor.14:3. Paulus noemt profetie de hoogste gave omdat gemeente de hierdoor opgebouwd wordt.

“Gods plan voor mijn leven is toch veel belangrijker dan het belang van de gemeente?”
Deze individualistische houding, waarbij Gods plan voor je leven zo belangrijk is, was er in Korinthe ook. Paulus geeft het collectieve belang de voorkeur boven het individuele belang. Dit blijkt uit 1 Kor.14 waarin de functie van klanktaal en de functie van profetie tegenover elkaar wordt gezet. Klanktaal is voornamelijk tot persoonlijke opbouw en profetie tot opbouw van de gemeente.

Maar hoe dan?
Ondanks dat Gods stem iets alledaags kan zijn blijkt dat het in de praktijk lastig is om te onderscheiden wat God zegt. Wanneer zijn het mijn eigen gedachten en wanneer spreekt God? Dit is een kwestie van oefenen en leren onderscheiden wat van God komt en wat niet. Naast de moeite van het kunnen onderscheiden is het tijd nemen om te luisteren wat God wil zeggen ook nog lastig. Hierdoor laten we als christenen iets moois liggen. Vanuit persoonlijke ervaring weet ik dat het ook nu nog steeds mogelijk is om woorden van God door te krijgen. Mijn ervaring is dat bij het delen van deze “geopenbaarde kennis” zowel de ontvanger als ik verrast bleken te zijn door wat ik deelde. Ik was positief verrast doordat God mij gebruikte om iets aan een ander te delen. De ander voelde zich door God gezien omdat die persoon een heel specifiek en persoonlijke woord doorkreeg. Zoals Paulus in de Korinthebrief schrijft mogen we (nog steeds) streven naar de gave van profetie.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De drie R’s van een interculturele bediening

Auteur: Judit Visky n.a.v. haar afstudeeronderzoek “De drie R’s van een interculturele Juditbediening”.

Nederlanders zijn er goed in: systemen bedenken, stappenplannen maken, takenlijsten afvinken. Gewoon doen wat er van je verwacht wordt en zeggen waar het op staat, veel gekker hoefde het in de Lage Landen nooit te zijn. Dit is misschien ook de reden waarom de drie R’s van het klassieke opvoedideaal ontdaan zijn van de spruitjeslucht. Rust, reinheid en regelmaat zijn weer in, de ‘Dutch way’ van leven is een begrip geworden. Niet voor niets is dit een van de rijkste en gelukkigste landen ter wereld.

Globalisering, klimaatverandering en oorlog gooien helaas steeds meer roet in de stamppot. Onze overzichtelijke samenleving is niet meer wat het geweest is. Dierbare tradities worden ter discussie gesteld, wijken ‘verkleuren’, onze normen en waarden vervagen. De wereld staat letterlijk op de stoep en daar weten we, ook als christenen, weinig raad mee.

De afgelopen twee decennia is er echter een beweging vanuit de kerken ontstaan die deze chaos niet als een dreiging, maar als een missionaire kans opvat. Gelovigen van verschillende kerkelijke pluimage voelen zich aangesproken door de grote opdracht van Jezus om alle volkeren tot discipelen te maken. Goed nieuws voor de honkvaste broeders en zusters onder ons: we hoeven niet meer naar verre oorden, onze eigen straat is tot zendingsgebied geworden.

Interculturele christelijke bedieningen zijn er in alle soorten en maten. Wel of geen zondagse kerkdienst, inloop met koffie of een warme maaltijd, een handwerkclub, kinderprogramma’s of een woongemeenschap, het kan allemaal. Vaste kaders – hoe on – Hollands ook – ontbreken meestal. Om toch in een mogelijke behoefte te voorzien en wat structuur aan te brengen, geef ik hier drie R’s van een interculturele bediening:

Roeping
Meewarige blikken vallen pioniers vaak ten deel als ze getuigen over een Bijbels mandaat tot het stichten van interculturele geloofsgemeenschappen. Omgaan met ‘buitenlanders’ doe je misschien als hobby of uit hang naar het exotische, maar grote woorden als roeping nemen we in deze context niet graag in de mond. Toch blijkt uit de praktijk dat affiniteit met andere culturen op zichzelf bar weinig is om te kunnen ploegen op dit akker. Ook kom je er met eigengereidheid en vastberadenheid – nodige eigenschappen voor kerkplanters – niet verder dan ‘iets doen voor God en de naaste’. In het boek Openbaringen lezen we (7:9-10) dat er in de hemel een ontelbare menigte uit alle landen, volken en stammen in alle mogelijke talen God aanbidt. Om daar hier op aarde al een beginnetje mee te maken roept God gelovigen met een hart voor de vreemdeling om deze speciale en moeilijke bediening op te pakken.

Radicaal
Nog zo’n begrip dat de nuchtere Westerling om meerdere redenen doet huiveren. We associëren radicaal zijn met onverdraagzaamheid, geweld en fanatisme. Het woordenboek geeft echter een kort en krachtig betekenis aan dit woord: ‘geheel en al’. Is dit niet wat Jezus van zijn leerlingen vraagt? In navolging van Hem geeft de gelovige zich helemaal: hart en verstand, financiële middelen, tijd en talenten. In een interculturele setting kan dit ook het opgeven van sommige tradities inhouden. Blijft er dan nog wat over van de eigenheid van de verschillende culturen? We zien in het boek Openbaring dat de veelkleurigheid en meertaligheid van de volken niet wordt uitgewist. Ze zullen zonder concurrentie, in volledige eenheid en harmonie voor Gods aangezicht staan.

We zijn nog niet in de hemel, maar de Bijbel roept ons op om te streven naar eenheid in de gemeente van Christus, omdat daar een krachtige getuigenis van uitgaat richting een verdeelde wereld. We zullen ons in de omgang met elkaar als gelovigen uit verschillende volken geheel en al moeten geven, hoe pijnlijk dit soms ook kan zijn.

Relatie
Veel Nederlanders zijn goed in organiseren en werken taakgericht, dat is absoluut een gave. Gelovigen die in een interculturele context dienstbaar zijn weten dat deze benadering met mensen uit niet – Westerse culturen niet of averechts werkt.

In de omgang met nieuwkomers gaan het meeleven met elkaar, het geven van tijd en aandacht, het lange termijn – bouwen aan de relatie aan alle efficiëntie vooraf. Het persoonlijke zal als het ware altijd voor het professionele uitlopen, want bruggen sla je van hart tot hart en niet van agenda tot agenda.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Daar sta je dan als nieuwe ambtsdrager..

Auteur: Sander Janse n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Toerusting van ambtsdragers” Sander Janse

Daar sta je dan…   Geroepen door God, en daarin bevestigd door de gemeente, treed je een, voor jou, nieuwe wereld in. Een wereld met een eigen cultuur en structuur. Een wereld met allerlei woorden en begrippen die je wellicht wel eens hebt gehoord, maar waar je niet helemaal, of helemaal niet, van weet wat ze inhouden. Wat wordt van je verwacht en hoe pak je het aan? En hoe ga je om met zaken waar je jezelf nog nooit mee bezig hebt gehouden?

Hoe?

Een aantal vragen die nieuwe ambtsdragers kunnen hebben, maar ook ambtsdragers die al langer in de gemeente werkzaam zijn. Het toont iets van de onzekerheid die er kan zijn over hoe het werk in de gemeente kan worden opgepakt en uitgevoerd.

Toerusten

Dit onderzoek richt zich op toerusting van ambtsdragers, specifieker op toerusting van wijkouderlingen. In dit onderzoek wordt toerusting gerelateerd aan de visie op het ambt. Daarbij is er een beknopte beschrijving van de geschiedenis van het ambt en de hedendaagse visie op het ambt opgenomen. Verder wordt deze verbonden aan drie taken die, naar de kerkorde van de PKN, bij het ambt van ouderling horen. Dat zijn: herderlijke zorg, dienen in vergaderingen en toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale taak en haar missionaire roeping.

Gereedschap

Aan de opdrachtgever zijn concrete aanbevelingen gedaan, zijn praktische tools aangereikt.

Voor wie?

Een boeiend, leerzaam en constructief onderzoek waarvan de aanbevelingen, naar mijn mening,   evenzo richtinggevend kunnen zijn voor andere gemeenten van welke denominatie dan ook.        Uitkomsten van het onderzoek hebben verband met takenpakketten van de andere ambten in de kerk; er sprake is van overlap van werkvelden. Resultaten van het onderzoek hebben deels ook relevantie voor de wijze van toerusting van hen. Aanbevelingen kunnen qua proces en, met wat aanpassingen, qua inhoud, ook voor hen gelden.

Een tipje van de sluier:

De kerkenraad is geen uitvoerende groep, zij faciliteert en delegeert. Zij schakelt gemeenteleden in en dirigeert de charismata die aan de gemeente geschonken zijn.

Info?

Het onderzoek is niet openbaar beschikbaar, voor meer informatie of vragen kunt u contact opnemen met: sanderjanse2@gmail.com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘De hel’ uitwissen…terecht?

Auteur: Frans Bakker n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: Wat zegt het Nieuwe Testament over Frans BakkerGods bestraffing van onrecht in het leven na de dood?

Wie gelooft nog dat er een hel is? Jij? U? Dat is toch een middeleeuws gedachtegoed? Wie predikt er nog over? Is de hel wel een daadwerkelijke eeuwige plek in het hiernamaals?

Een conclusie die onder andere is getrokken door een vooraanstaand leider in de Verenigde Staten is de volgende: Gods liefde en Zijn wil zullen alles overwinnen, want God is soeverein en heeft alle macht. Als het Gods wil is dat iedereen behouden blijft en Gods wil zal overwinnen, dan zal iedereen dus behouden worden. (Bell, 2011). Klinkt mooi. En een ieder die net die zinnen heeft gelezen, hoopt denk ik dat het ook waar is. Alle mensen in de hemel…al je vrienden, familie……misdadigers…..je buren…iedereen!

Maar wat zei Jezus? Wat zeggen de apostelen?  Jezus sprak meer dan wie dan ook over dit thema…. “Zou Jezus gebruik gemaakt hebben van algemeen levende waandenkbeelden om een waarheid duidelijk te maken? . . . Zou iemand die altijd de waarheid gesproken heeft, een volledig verzonnen schrikbeeld tonen om zo de mensen op andere gedachten te brengen?” (Pawson, 2012, p.192)

Wat als de hel wel bestaat? Als de hel daadwerkelijk een (eeuwige) plek is waar zielen naar toe gaan wanneer ze sterven, hoe belangrijk is het dan wel niet om als theoloog, herder, evangelist en als christelijke leider kennis te hebben van zaken? Francin Chan, een voorganger uit de Verenigde Staten zei hierover het volgende: “ When it comes to hell, we can’t afford to be wrong. This is not one of those doctrines where you can toss in your two cents, shrug your shoulders, and move on.  Too much is at stake. Too many people are at stake. And the Bible has too much to say” (Chan & Sprinkle, 2011, p. 11). Hoe moeten we nu omgaan met dit beladen thema? Hoe moeten leiders met dit onderwerp omgaan? Zwijgen? Dreigen? Liegen?

Mijn vraag aan een ieder is: wil je echt de waarheid weten over de hel, de bestraffing van onrecht, het oordeel? Wil je dit echt? Of wil je geloven, belijden, wat jij wil, goed dunkt, prettig vindt, wat de maatschappij van anno 2018 gedoogt of beaamt? Mijn afstudeeronderzoek gaat over deze vragen; wat zegt het Nieuwe Testament over Gods bestraffing van onrecht in het leven na de dood? Wat zei Christus? En de apostelen? Een afstudeeronderzoek naar een controversieel thema uit het christelijk geloof.

Gods rijke zegen! shalom, Frans Martin Bakker

Afstudeeropdracht 2018 Titel: Wat zegt het Nieuwe Testament over Gods bestraffing van onrecht in het leven na de dood? Wil je het document ontvangen: mail dan naar fransfiles@hotmail.com http://forerunner.info/nieuws/2017/7/27/korinthe-ministries

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Wat doe ik hier?

Auteur: Kees de Bruijn n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Wat doe ik hier”. KdB

Je loopt op de markt, dwaalt tussen allerlei kraampjes, komt allemaal gezellige mensen tegen en opeens valt die vraag op je. Wat doe ik hier? Waarom ben ik hier eigenlijk? En wat wil ik verder met mijn leven? Je voelt je meteen ‘gevangen’, je kijkt om je heen, maar je ziet niemand die je wilt aanspreken. Je loopt langs de soldaat van het Leger des Heils, langs die zwerver met zijn straatkrantjes en je gaat weg. Opeens laat die levensvraag je niet meer los; ook niet als je thuis bent.

Dezelfde vragen leven bij mensen in justitiële inrichtingen; gevangenissen, klinieken. Misschien nog wel meer en vaker! Zij komen van de ene in de andere crisissituatie en hoe gaan ze daar mee om? Ze leven opeens in een totaal andere wereld, hebben vaak specifieke problemen en hun relaties zijn weggevallen. Bewakers beslissen of je deur wel of niet open gaat en waar je vroeger in bedreven was, kun je voorlopig even niet meer doen. Meestal weten ze goed wat ze gedaan hebben en kunnen nu hun straf uitzitten. Ze moeten aan het werk, niet alleen bezigheidstherapie, maar ook met herstel; op zoek naar een nieuwe verbinding met zichzelf, God en hun omgeving. Dus ja, ook bij hen staat die vraag centraal: Wat doe ik hier?

Detentie blijkt alleen maar meer vragen op te roepen. Je gaat nadenken over ‘Hoe is het zover gekomen?’ en ‘Hoe moet het verder als ik straks weer buiten kom?’ Gelukkig zijn er in een gevangenis mensen die weten wat je door moet maken. Geestelijk verzorgers willen je helpen om je levensverhaal te overzien en te herschrijven. Trouwens, voor geloofs- en levensvragen ben je ook van harte welkom bij de cursus Alpha – Prisons. Verwend met koek door gemotiveerde vrijwilligers.

Alpha – Prisons laat gedetineerden kennis maken met de christelijke ‘community’. Zit daarin dan het antwoord op je levensvragen? Misschien niet, maar als goede christenen wijzen ze hen wel in een bepaalde richting. Cursusleiders dagen gedetineerden uit om na te denken en ze proberen hun hart te raken. Wellicht komen die 5 grote levensvragen vanzelf:

  1. waar komen we vandaan?
  2. wie zijn we?
  3. waarom zijn we hier?
  4. hoe moeten we leven?
  5. waar gaan we naartoe?

Een verkenning in de gevangenissen van Dordrecht en Krimpen aan de IJssel leert dat de vrijwilligers van Alpha – Prisons zich ten dienste stellen van levensvragen en dat doen ze goed. Maar het kan ook een tandje beter. De geestelijk verzorger weet dat als geen ander.

Lees daarom mijn complete verkenning op de HBO Kennisbank. Vergeet vooral niet de bijlagen. Daarin zie je hoe complex vaak het levensverhaal van de deelnemers is. Mensen die nu rondlopen op de overdekte en beveiligde markt van een gevangenis. Die bij het kraampje van de geestelijke verzorging of Alpha – Prisons langs gaan en langzaam maar zeker antwoorden ontdekken op de grote vragen van het leven, als er Iemand met ze meegaat. Ja, die kraampjes kunnen bevrijdend werken!

Aarzel niet om voor meer informatie contact met mij op te nemen via: cjdebruijn@kliksafe.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Doe ik het goed genoeg?

Auteur: Jacolien Cazant n.a.v. haar afstudeeronderzoek: “Doe ik het goed”.  Jacolien Cazant

Doe ik het goed? Doe ik het goed genoeg als godsdienstdocent? Wat is eigenlijk: goed? Die vragen kunnen je zomaar ineens bekruipen als je van school naar huis rijdt.  Onderweg zie ik je gaan: dikke rugtas achterop en oordoppen in je oren. ‘Wat heb je eigenlijk nodig om in het geloof je weg te vinden?’ peins ik. Heb je eigenlijk wel iets aan die kennis over Abram en Gideon? Het is zolang geleden. Wat moet jij ermee? Straks ben je thuis, misschien nog even huiswerk en dan hup naar sport en vakken vullen bij Albert Heijn. 

Is een krachtige leeromgeving goed genoeg?

Ja, ik weet hoe ik volgens alle theorieën een goede, krachtige leeromgeving moet maken. Ik doe mijn best. Natuurlijk houd ik mij aan het curriculum. Is het dan goed genoeg? Moet ik dan gewoon vertrouwen hebben dat God de rest doet en het uitwerkt in jouw hart en voor jouw leven? Ik twijfel!

Zoektocht naar identiteit
Het lijkt mij een hele zoektocht voor je, om in deze cultuur, met zo ontelbaar veel keuzemogelijkheden, jouw identiteit te vinden. Het lijkt me een hele klus om uit te zoeken wie je nu eigenlijk bent, waar je voor staat en waar je je aan wilt binden om voor te gaan. En geloof? Wil je je daaraan binden? Wil je gaan voor God? Wat een vraag! Gaan voor God? Waarom zou je dat doen? Inderdaad, goede vraag. Daarom twijfel ik of ik het goed doe als godsdienstdocent. ‘Zijn er in mijn lessen over Abram en Gideon, wel genoeg aanknopingspunten voor je om die vraag te kunnen beantwoorden?

Gaan voor God
‘Gaan voor God’, dat betekent in onze maatschappij een eenling zijn. Dat betekent dat je over ethische vragen vaak een heel ander standpunt hebt dan je collega’s en dat ze je standpunt lang niet altijd respecteren, laat staan begrijpen. Dat betekent dat je soms niet met alles mee kunt doen, wat je soms best graag zou willen.

Het is mijn verlangen, dat jij gaat voor God, dat jij met je jonge enthousiasme in vuur en vlam gezet bent voor Christus Jezus. Daarin heb ik, als jouw docent, een taak! Een taak om de je in de geschiedenissen onze God te tonen: Wie Hij is en wat Hij doet! Toen maar nu nog steeds want Hij is Dezelfde. Zie je Hem, jouw God? Zie je Hem met je eigen ogen?

‘Gaan voor God’ en God Zelf zal je leiden door Zijn Geest, daar ben ik heilig van overtuigd. Toch moet ik je uitdagen zodat jij over allerlei  thema’s jouw standpunten leert vinden en verwoorden. Ik weet niet voor welke vragen je allemaal zal komen te staan in het leven. Ik kan er een heel aantal bedenken, maar het zal toch maar een klein deel zijn. Daarom moet ik je helpen zodat je zelf richting kan vinden voor allerlei vragen in de Bijbel.

Ik ben er niet als ik me houd aan het curriculum. Ik ben aan jou verplicht om je uit te dagen aan de hand van oude geschiedenissen, om je na te laten denken over jouw persoonlijke verhouding tot God. Je te oefenen in Bijbelse principes te vertalen in het leven van alle dag, voor mensen die heel anders denken dan jij. Als dit enigszins lukt dan ben ik blij, maar ik zal me altijd afvragen of ik het goed genoeg voor jou heb gedaan!

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Een school met twee gezichten

Auteur Theun van der Velde n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: “Een school met twee gezichten”

Herkenning. Wij herkennen mensen aan hun gezicht, en dan voornamelijk aan de ogen. Theun van der Velde Bijzonder hoe deze twee kleine organen zo bepalend zijn voor de mens. Met deze twee organen worden wij herkend en tegelijkertijd kijken wij ook naar de wereld om ons heen en interpreteren wij het beeld van wat wij zien. Onze ogen zijn ook niet te vervangen en wij hebben er maar een paar van. Daarnaast zijn ze ook nog eens uniek voor ieder mens. Zo is het bedacht, zo zijn wij geschapen.

Vergelijkbaar. Veel van deze dingen gelden ook voor de vakken godsdienst en levensbeschouwing. Bij deze vakken heb je je ogen nodig om de dingen van het leven te zien en te interpreteren. Daarnaast zijn deze twee vakken bepalend voor het gezicht van de school. Hieraan herkent men het christelijk en openbaar onderwijs onder een dak. Deze twee vakken onderscheiden de beide identiteiten en moeten dus ook kunnen worden onderscheiden. Vaak is het zo dat er op een school slechts een van de twee vakken wordt gegeven. Echter in de situatie van VO-Surhuisterveen is het nodig dat beide gezichten zichtbaar en herkenbaar zijn. Maar hoe kun je iets onderscheiden wat veel op elkaar lijkt?twee gezichten

Uniek. Vanuit de historie was er een vak, het vak godsdienst. Maar de tijd vraag om verandering en om herkenning en zichtbaarheid van de pluriformiteit van de samenleving. Mensen zijn de wereld anders gaan zien en interpreteren. Bij het samengaan van de scholen was het van belang om beide identiteiten te behouden. Uniek voor de school, uniek voor de omgeving. Sindsdien bestaat het vak levensbeschouwing naast het vak godsdienst. Elk zijn eigen invulling, elk zijn eigen kijk op de wereld. Twee gezichten die dezelfde kant op kijken maar de wereld anders interpreteren. De een vanuit de christelijke optiek, de ander vanuit de pluriformiteit.

Samen. Samen zijn de vakken de uiterlijke vorm van de dubbele identiteit en samen helpen wij de leerlingen om zich te kunnen ontwikkelen. Samen zorgen wij ervoor dat de leerlingen hun eigen kijk op de wereld creëren. En samen zorgen wij dat de leerlingen zichtbaar zijn met hun unieke blik.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

‘Ik geloof niet in God ……’ – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling

Auteur Roel Kuipers n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: ‘”Ik geloof niet in God…..” – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling.’

Het is een normale dinsdagochtend. De havo 5 leerlingen zoeken een plekje in de klas, een Roel Kuipers les godsdienst op het 3e uur. Erik gaat achterin zitten. Ik kondig het onderwerp voor deze les aan. We zijn bezig met een serie lessen over Apologetiek. Vandaag wil ik met de leerlingen nadenken over de vraag: God en het lijden?!

Ik voer een kort klassikaal gesprek. ‘Erik, waarom haken veel mensen af van geloof en kerk vanwege het lijden in de wereld?’ Erik: ‘Weet ik niet meneer, ik geloof niet in God’. ‘Oke’, reageer ik kort, ‘dat is een eerlijke reactie Erik’. Het gesprek gaat verder en even later zijn de leerlingen met een groepsopdracht bezig. Ik loop bij Erik langs en kom nog even terug op zijn antwoord. Hij geeft aan grote moeite te hebben met de lessen Godsdienst maar ook met andere onderdelen van het programma op de Passie.

Het gesprek met Erik zet mij aan het denken. Ik wil beter begrijpen hoe de leerling de schoolactiviteiten volgen waarin de christelijke identiteit van de school expliciet aan de orde wordt gesteld. Ik besluit daarom een onderzoek te doen naar de Sing in op de Passie.

Even kort. De Sing in is een twee wekelijkse weekopening van 45 minuten (een lesuur) waarin met een band liederen worden gezongen en een spreker wordt uitgenodigd voor een toespraak. De Sing in is gericht op de geloofsvorming van onze leerlingen. Maar, zo luidt mijn vraag: op welke wijze beïnvloed de geloofsontwikkeling van de leerling de manier waarop hij de Sing in beleeft en waardeert?

Ik maak in mijn onderzoek gebruik van het gedachtegoed van Erikson en Marcia. Zij hebben aandacht gevraagd voor de identiteitsontwikkeling van jongeren. De vier posities die door Marcia geschetst worden (foreclosure, diffusion, moratorium en achievement) zijn ook toepasbaar op de geloofsontwikkeling. Ik heb de leerling gevraagd zijn of haar geloofspositie te kiezen om op deze manier inzicht te verkrijgen op welke manier de fase van geloofsontwikkeling de beleving van de leerling bepaalt.

Mijn onderzoek toont aan dat leerlingen die een bewuste keus hebben gemaakt voor Jezus de Sing in hoger waarderen. Zij kunnen met de vorm en inhoud dus beter uit de voeten dan leerlingen die twijfelen of met het geloof helemaal niet bezig zijn. Erik spreekt zijn afkeuring uit over de Sing in. En dat is vanuit zijn ‘geloofspositie’ niet verbazingwekkend.

Wat leer ik voor mezelf uit dit onderzoek? We moeten als docenten op een christelijke school meer gevoeligheid ontwikkelen voor de geloofsontwikkeling die de leerling doormaakt. In mijn lessen ga ik vaak uit van een ‘gemiddelde’ leerling, ook als het gaat om zijn geloofsgroei. Ik voel me enerzijds uitgedaagd om me beter te verdiepen in de Eriks op mijn school en anderzijds met mijn collega’s het gesprek te voeren over de inhoud van onze schoolactiviteiten. Op welke manier kunnen de recht doen aan de diversiteit van geloofsontwikkeling onder de leerlingen? Deze vraag is het meer dan waard om onderwerp van gesprek te worden binnen de school.

Roel Kuipers
Docent godsdienst op de Passie

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen