Daar sta je dan als nieuwe ambtsdrager..

Auteur: Sander Janse n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Toerusting van ambtsdragers” Sander Janse

Daar sta je dan…   Geroepen door God, en daarin bevestigd door de gemeente, treed je een, voor jou, nieuwe wereld in. Een wereld met een eigen cultuur en structuur. Een wereld met allerlei woorden en begrippen die je wellicht wel eens hebt gehoord, maar waar je niet helemaal, of helemaal niet, van weet wat ze inhouden. Wat wordt van je verwacht en hoe pak je het aan? En hoe ga je om met zaken waar je jezelf nog nooit mee bezig hebt gehouden?

Hoe?

Een aantal vragen die nieuwe ambtsdragers kunnen hebben, maar ook ambtsdragers die al langer in de gemeente werkzaam zijn. Het toont iets van de onzekerheid die er kan zijn over hoe het werk in de gemeente kan worden opgepakt en uitgevoerd.

Toerusten

Dit onderzoek richt zich op toerusting van ambtsdragers, specifieker op toerusting van wijkouderlingen. In dit onderzoek wordt toerusting gerelateerd aan de visie op het ambt. Daarbij is er een beknopte beschrijving van de geschiedenis van het ambt en de hedendaagse visie op het ambt opgenomen. Verder wordt deze verbonden aan drie taken die, naar de kerkorde van de PKN, bij het ambt van ouderling horen. Dat zijn: herderlijke zorg, dienen in vergaderingen en toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale taak en haar missionaire roeping.

Gereedschap

Aan de opdrachtgever zijn concrete aanbevelingen gedaan, zijn praktische tools aangereikt.

Voor wie?

Een boeiend, leerzaam en constructief onderzoek waarvan de aanbevelingen, naar mijn mening,   evenzo richtinggevend kunnen zijn voor andere gemeenten van welke denominatie dan ook.        Uitkomsten van het onderzoek hebben verband met takenpakketten van de andere ambten in de kerk; er sprake is van overlap van werkvelden. Resultaten van het onderzoek hebben deels ook relevantie voor de wijze van toerusting van hen. Aanbevelingen kunnen qua proces en, met wat aanpassingen, qua inhoud, ook voor hen gelden.

Een tipje van de sluier:

De kerkenraad is geen uitvoerende groep, zij faciliteert en delegeert. Zij schakelt gemeenteleden in en dirigeert de charismata die aan de gemeente geschonken zijn.

Info?

Het onderzoek is niet openbaar beschikbaar, voor meer informatie of vragen kunt u contact opnemen met: sanderjanse2@gmail.com

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘De hel’ uitwissen…terecht?

Auteur: Frans Bakker n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: Wat zegt het Nieuwe Testament over Frans BakkerGods bestraffing van onrecht in het leven na de dood?

Wie gelooft nog dat er een hel is? Jij? U? Dat is toch een middeleeuws gedachtegoed? Wie predikt er nog over? Is de hel wel een daadwerkelijke eeuwige plek in het hiernamaals?

Een conclusie die onder andere is getrokken door een vooraanstaand leider in de Verenigde Staten is de volgende: Gods liefde en Zijn wil zullen alles overwinnen, want God is soeverein en heeft alle macht. Als het Gods wil is dat iedereen behouden blijft en Gods wil zal overwinnen, dan zal iedereen dus behouden worden. (Bell, 2011). Klinkt mooi. En een ieder die net die zinnen heeft gelezen, hoopt denk ik dat het ook waar is. Alle mensen in de hemel…al je vrienden, familie……misdadigers…..je buren…iedereen!

Maar wat zei Jezus? Wat zeggen de apostelen?  Jezus sprak meer dan wie dan ook over dit thema…. “Zou Jezus gebruik gemaakt hebben van algemeen levende waandenkbeelden om een waarheid duidelijk te maken? . . . Zou iemand die altijd de waarheid gesproken heeft, een volledig verzonnen schrikbeeld tonen om zo de mensen op andere gedachten te brengen?” (Pawson, 2012, p.192)

Wat als de hel wel bestaat? Als de hel daadwerkelijk een (eeuwige) plek is waar zielen naar toe gaan wanneer ze sterven, hoe belangrijk is het dan wel niet om als theoloog, herder, evangelist en als christelijke leider kennis te hebben van zaken? Francin Chan, een voorganger uit de Verenigde Staten zei hierover het volgende: “ When it comes to hell, we can’t afford to be wrong. This is not one of those doctrines where you can toss in your two cents, shrug your shoulders, and move on.  Too much is at stake. Too many people are at stake. And the Bible has too much to say” (Chan & Sprinkle, 2011, p. 11). Hoe moeten we nu omgaan met dit beladen thema? Hoe moeten leiders met dit onderwerp omgaan? Zwijgen? Dreigen? Liegen?

Mijn vraag aan een ieder is: wil je echt de waarheid weten over de hel, de bestraffing van onrecht, het oordeel? Wil je dit echt? Of wil je geloven, belijden, wat jij wil, goed dunkt, prettig vindt, wat de maatschappij van anno 2018 gedoogt of beaamt? Mijn afstudeeronderzoek gaat over deze vragen; wat zegt het Nieuwe Testament over Gods bestraffing van onrecht in het leven na de dood? Wat zei Christus? En de apostelen? Een afstudeeronderzoek naar een controversieel thema uit het christelijk geloof.

Gods rijke zegen! shalom, Frans Martin Bakker

Afstudeeropdracht 2018 Titel: Wat zegt het Nieuwe Testament over Gods bestraffing van onrecht in het leven na de dood? Wil je het document ontvangen: mail dan naar fransfiles@hotmail.com http://forerunner.info/nieuws/2017/7/27/korinthe-ministries

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Wat doe ik hier?

Auteur: Kees de Bruijn n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Wat doe ik hier”. KdB

Je loopt op de markt, dwaalt tussen allerlei kraampjes, komt allemaal gezellige mensen tegen en opeens valt die vraag op je. Wat doe ik hier? Waarom ben ik hier eigenlijk? En wat wil ik verder met mijn leven? Je voelt je meteen ‘gevangen’, je kijkt om je heen, maar je ziet niemand die je wilt aanspreken. Je loopt langs de soldaat van het Leger des Heils, langs die zwerver met zijn straatkrantjes en je gaat weg. Opeens laat die levensvraag je niet meer los; ook niet als je thuis bent.

Dezelfde vragen leven bij mensen in justitiële inrichtingen; gevangenissen, klinieken. Misschien nog wel meer en vaker! Zij komen van de ene in de andere crisissituatie en hoe gaan ze daar mee om? Ze leven opeens in een totaal andere wereld, hebben vaak specifieke problemen en hun relaties zijn weggevallen. Bewakers beslissen of je deur wel of niet open gaat en waar je vroeger in bedreven was, kun je voorlopig even niet meer doen. Meestal weten ze goed wat ze gedaan hebben en kunnen nu hun straf uitzitten. Ze moeten aan het werk, niet alleen bezigheidstherapie, maar ook met herstel; op zoek naar een nieuwe verbinding met zichzelf, God en hun omgeving. Dus ja, ook bij hen staat die vraag centraal: Wat doe ik hier?

Detentie blijkt alleen maar meer vragen op te roepen. Je gaat nadenken over ‘Hoe is het zover gekomen?’ en ‘Hoe moet het verder als ik straks weer buiten kom?’ Gelukkig zijn er in een gevangenis mensen die weten wat je door moet maken. Geestelijk verzorgers willen je helpen om je levensverhaal te overzien en te herschrijven. Trouwens, voor geloofs- en levensvragen ben je ook van harte welkom bij de cursus Alpha – Prisons. Verwend met koek door gemotiveerde vrijwilligers.

Alpha – Prisons laat gedetineerden kennis maken met de christelijke ‘community’. Zit daarin dan het antwoord op je levensvragen? Misschien niet, maar als goede christenen wijzen ze hen wel in een bepaalde richting. Cursusleiders dagen gedetineerden uit om na te denken en ze proberen hun hart te raken. Wellicht komen die 5 grote levensvragen vanzelf:

  1. waar komen we vandaan?
  2. wie zijn we?
  3. waarom zijn we hier?
  4. hoe moeten we leven?
  5. waar gaan we naartoe?

Een verkenning in de gevangenissen van Dordrecht en Krimpen aan de IJssel leert dat de vrijwilligers van Alpha – Prisons zich ten dienste stellen van levensvragen en dat doen ze goed. Maar het kan ook een tandje beter. De geestelijk verzorger weet dat als geen ander.

Lees daarom mijn complete verkenning op de HBO Kennisbank. Vergeet vooral niet de bijlagen. Daarin zie je hoe complex vaak het levensverhaal van de deelnemers is. Mensen die nu rondlopen op de overdekte en beveiligde markt van een gevangenis. Die bij het kraampje van de geestelijke verzorging of Alpha – Prisons langs gaan en langzaam maar zeker antwoorden ontdekken op de grote vragen van het leven, als er Iemand met ze meegaat. Ja, die kraampjes kunnen bevrijdend werken!

Aarzel niet om voor meer informatie contact met mij op te nemen via: cjdebruijn@kliksafe.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Doe ik het goed genoeg?

Auteur: Jacolien Cazant n.a.v. haar afstudeeronderzoek: “Doe ik het goed”.  Jacolien Cazant

Doe ik het goed? Doe ik het goed genoeg als godsdienstdocent? Wat is eigenlijk: goed? Die vragen kunnen je zomaar ineens bekruipen als je van school naar huis rijdt.  Onderweg zie ik je gaan: dikke rugtas achterop en oordoppen in je oren. ‘Wat heb je eigenlijk nodig om in het geloof je weg te vinden?’ peins ik. Heb je eigenlijk wel iets aan die kennis over Abram en Gideon? Het is zolang geleden. Wat moet jij ermee? Straks ben je thuis, misschien nog even huiswerk en dan hup naar sport en vakken vullen bij Albert Heijn. 

Is een krachtige leeromgeving goed genoeg?

Ja, ik weet hoe ik volgens alle theorieën een goede, krachtige leeromgeving moet maken. Ik doe mijn best. Natuurlijk houd ik mij aan het curriculum. Is het dan goed genoeg? Moet ik dan gewoon vertrouwen hebben dat God de rest doet en het uitwerkt in jouw hart en voor jouw leven? Ik twijfel!

Zoektocht naar identiteit
Het lijkt mij een hele zoektocht voor je, om in deze cultuur, met zo ontelbaar veel keuzemogelijkheden, jouw identiteit te vinden. Het lijkt me een hele klus om uit te zoeken wie je nu eigenlijk bent, waar je voor staat en waar je je aan wilt binden om voor te gaan. En geloof? Wil je je daaraan binden? Wil je gaan voor God? Wat een vraag! Gaan voor God? Waarom zou je dat doen? Inderdaad, goede vraag. Daarom twijfel ik of ik het goed doe als godsdienstdocent. ‘Zijn er in mijn lessen over Abram en Gideon, wel genoeg aanknopingspunten voor je om die vraag te kunnen beantwoorden?

Gaan voor God
‘Gaan voor God’, dat betekent in onze maatschappij een eenling zijn. Dat betekent dat je over ethische vragen vaak een heel ander standpunt hebt dan je collega’s en dat ze je standpunt lang niet altijd respecteren, laat staan begrijpen. Dat betekent dat je soms niet met alles mee kunt doen, wat je soms best graag zou willen.

Het is mijn verlangen, dat jij gaat voor God, dat jij met je jonge enthousiasme in vuur en vlam gezet bent voor Christus Jezus. Daarin heb ik, als jouw docent, een taak! Een taak om de je in de geschiedenissen onze God te tonen: Wie Hij is en wat Hij doet! Toen maar nu nog steeds want Hij is Dezelfde. Zie je Hem, jouw God? Zie je Hem met je eigen ogen?

‘Gaan voor God’ en God Zelf zal je leiden door Zijn Geest, daar ben ik heilig van overtuigd. Toch moet ik je uitdagen zodat jij over allerlei  thema’s jouw standpunten leert vinden en verwoorden. Ik weet niet voor welke vragen je allemaal zal komen te staan in het leven. Ik kan er een heel aantal bedenken, maar het zal toch maar een klein deel zijn. Daarom moet ik je helpen zodat je zelf richting kan vinden voor allerlei vragen in de Bijbel.

Ik ben er niet als ik me houd aan het curriculum. Ik ben aan jou verplicht om je uit te dagen aan de hand van oude geschiedenissen, om je na te laten denken over jouw persoonlijke verhouding tot God. Je te oefenen in Bijbelse principes te vertalen in het leven van alle dag, voor mensen die heel anders denken dan jij. Als dit enigszins lukt dan ben ik blij, maar ik zal me altijd afvragen of ik het goed genoeg voor jou heb gedaan!

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Een school met twee gezichten

Auteur Theun van der Velde n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: “Een school met twee gezichten”

Herkenning. Wij herkennen mensen aan hun gezicht, en dan voornamelijk aan de ogen. Theun van der Velde Bijzonder hoe deze twee kleine organen zo bepalend zijn voor de mens. Met deze twee organen worden wij herkend en tegelijkertijd kijken wij ook naar de wereld om ons heen en interpreteren wij het beeld van wat wij zien. Onze ogen zijn ook niet te vervangen en wij hebben er maar een paar van. Daarnaast zijn ze ook nog eens uniek voor ieder mens. Zo is het bedacht, zo zijn wij geschapen.

Vergelijkbaar. Veel van deze dingen gelden ook voor de vakken godsdienst en levensbeschouwing. Bij deze vakken heb je je ogen nodig om de dingen van het leven te zien en te interpreteren. Daarnaast zijn deze twee vakken bepalend voor het gezicht van de school. Hieraan herkent men het christelijk en openbaar onderwijs onder een dak. Deze twee vakken onderscheiden de beide identiteiten en moeten dus ook kunnen worden onderscheiden. Vaak is het zo dat er op een school slechts een van de twee vakken wordt gegeven. Echter in de situatie van VO-Surhuisterveen is het nodig dat beide gezichten zichtbaar en herkenbaar zijn. Maar hoe kun je iets onderscheiden wat veel op elkaar lijkt?twee gezichten

Uniek. Vanuit de historie was er een vak, het vak godsdienst. Maar de tijd vraag om verandering en om herkenning en zichtbaarheid van de pluriformiteit van de samenleving. Mensen zijn de wereld anders gaan zien en interpreteren. Bij het samengaan van de scholen was het van belang om beide identiteiten te behouden. Uniek voor de school, uniek voor de omgeving. Sindsdien bestaat het vak levensbeschouwing naast het vak godsdienst. Elk zijn eigen invulling, elk zijn eigen kijk op de wereld. Twee gezichten die dezelfde kant op kijken maar de wereld anders interpreteren. De een vanuit de christelijke optiek, de ander vanuit de pluriformiteit.

Samen. Samen zijn de vakken de uiterlijke vorm van de dubbele identiteit en samen helpen wij de leerlingen om zich te kunnen ontwikkelen. Samen zorgen wij ervoor dat de leerlingen hun eigen kijk op de wereld creëren. En samen zorgen wij dat de leerlingen zichtbaar zijn met hun unieke blik.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

‘Ik geloof niet in God ……’ – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling

Auteur Roel Kuipers n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: ‘”Ik geloof niet in God…..” – aandacht voor de geloofsontwikkeling van de leerling.’

Het is een normale dinsdagochtend. De havo 5 leerlingen zoeken een plekje in de klas, een Roel Kuipers les godsdienst op het 3e uur. Erik gaat achterin zitten. Ik kondig het onderwerp voor deze les aan. We zijn bezig met een serie lessen over Apologetiek. Vandaag wil ik met de leerlingen nadenken over de vraag: God en het lijden?!

Ik voer een kort klassikaal gesprek. ‘Erik, waarom haken veel mensen af van geloof en kerk vanwege het lijden in de wereld?’ Erik: ‘Weet ik niet meneer, ik geloof niet in God’. ‘Oke’, reageer ik kort, ‘dat is een eerlijke reactie Erik’. Het gesprek gaat verder en even later zijn de leerlingen met een groepsopdracht bezig. Ik loop bij Erik langs en kom nog even terug op zijn antwoord. Hij geeft aan grote moeite te hebben met de lessen Godsdienst maar ook met andere onderdelen van het programma op de Passie.

Het gesprek met Erik zet mij aan het denken. Ik wil beter begrijpen hoe de leerling de schoolactiviteiten volgen waarin de christelijke identiteit van de school expliciet aan de orde wordt gesteld. Ik besluit daarom een onderzoek te doen naar de Sing in op de Passie.

Even kort. De Sing in is een twee wekelijkse weekopening van 45 minuten (een lesuur) waarin met een band liederen worden gezongen en een spreker wordt uitgenodigd voor een toespraak. De Sing in is gericht op de geloofsvorming van onze leerlingen. Maar, zo luidt mijn vraag: op welke wijze beïnvloed de geloofsontwikkeling van de leerling de manier waarop hij de Sing in beleeft en waardeert?

Ik maak in mijn onderzoek gebruik van het gedachtegoed van Erikson en Marcia. Zij hebben aandacht gevraagd voor de identiteitsontwikkeling van jongeren. De vier posities die door Marcia geschetst worden (foreclosure, diffusion, moratorium en achievement) zijn ook toepasbaar op de geloofsontwikkeling. Ik heb de leerling gevraagd zijn of haar geloofspositie te kiezen om op deze manier inzicht te verkrijgen op welke manier de fase van geloofsontwikkeling de beleving van de leerling bepaalt.

Mijn onderzoek toont aan dat leerlingen die een bewuste keus hebben gemaakt voor Jezus de Sing in hoger waarderen. Zij kunnen met de vorm en inhoud dus beter uit de voeten dan leerlingen die twijfelen of met het geloof helemaal niet bezig zijn. Erik spreekt zijn afkeuring uit over de Sing in. En dat is vanuit zijn ‘geloofspositie’ niet verbazingwekkend.

Wat leer ik voor mezelf uit dit onderzoek? We moeten als docenten op een christelijke school meer gevoeligheid ontwikkelen voor de geloofsontwikkeling die de leerling doormaakt. In mijn lessen ga ik vaak uit van een ‘gemiddelde’ leerling, ook als het gaat om zijn geloofsgroei. Ik voel me enerzijds uitgedaagd om me beter te verdiepen in de Eriks op mijn school en anderzijds met mijn collega’s het gesprek te voeren over de inhoud van onze schoolactiviteiten. Op welke manier kunnen de recht doen aan de diversiteit van geloofsontwikkeling onder de leerlingen? Deze vraag is het meer dan waard om onderwerp van gesprek te worden binnen de school.

Roel Kuipers
Docent godsdienst op de Passie

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Storyrooms brengen de Bijbel dichtbij

Auteur: Jorn den Hertog n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Storyrooms brengen de Bijbel  Jorn den Hertogdichtbij”

Een innovatief product van jeugdwerkersorganisatie Young&Holy richt zicht op jongeren vanaf 14 jaar. Door middel van de nieuwste Virtual Reality-technologie staat de deelnemer middenin een Bijbelverhaal. Hoe reageert een jongere op de levensvragen die op hem/haar af komen? Vanaf oktober 2018 zijn de Storyrooms ‘live’ en open voor het grote publiek!

Het onderzoek dat ik heb uitgevoerd om de GL-kopopleiding af te sluiten gaat over de rol die de Storyrooms kunnen spelen in de zoektocht van middelbare scholen naar relevant Bijbelonderwijs. De initiatiefnemers hebben vanuit de literatuur en een praktijkonderzoek een aantal adviezen gekregen om goed aan te sluiten bij de context van een school.

Vanuit de literatuurstudie en het praktijkonderzoek zijn er vijf criteria voor relevant Bijbelonderwijs geformuleerd. Het gebruik van de Bijbel is op een middelbare school Relevant Bijbelonderwijs als…: 1. het hand in hand gaat met de christelijke visie van de school. 2. het zorgvuldig en gepast wordt geïntroduceerd bij de leerlingen. 3. de Bijbel(verhalen) dichtbij de leefwereld van de jongere wordt gebracht. 4.er rekening wordt gehouden met (culturele en godsdienstige) diversiteit en 5. de Bijbel op respectvolle wijze in verbinding wordt gebracht met de traditie.

Om te zien of de Storyrooms een bijdrage kunnen leveren aan de zoektocht naar relevant Bijbelonderwijs, zijn de opgestelde criteria tegenover de Storyrooms gezet. Hieruit is geconcludeerd dat de Storyrooms in grote lijnen voldoet aan deze criteria.

De hoofdvraag van het afstudeeronderzoek was: Op welke wijze kan het concept Story Rooms het best aansluiten bij de verlangens en behoeften van middelbare scholen naar relevant Bijbelonderwijs?, dus om ‘het best’ aan te sluiten, waren er nog een aantal adviezen opgesteld voor de initiatiefnemers.
Deze adviezen zijn: 1. Neem tijd om aansluiting te vinden bij de school. 2. Maak de Storyrooms zo duidelijk mogelijk. 3. Denk na over een vervolgtraject. 4. Bied de Storyrooms aan op een goedbereikbare plek. En: 5. Wees duidelijk en op tijd over prijsafspraken en randvoorwaarden. De behind the scenes-experience voor docenten (die live mee kunnen kijken in de Storyrooms waar de leerlingen zitten) is erg positief ontvangen en alle geïnterviewde docenten zien de meerwaarde hiervan in.

De Storyrooms kunnen goed aansluiten bij de zoektocht van middelbare scholen naar relevant Bijbelonderwijs. Het vak Godsdienst/Levensbeschouwing kan een mooie, vernieuwende rol krijgen op school, met hulp van de Storyrooms. Er liggen prachtige kansen klaar om de Storyrooms ook op school een succes te laten zijn!

Voor meer informatie over dit onderzoek of Storyrooms, mail: jorndenhertog@gmail.com

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Godsdienst en formatief toetsen: wat, waartoe, hoe vaak en hoe toets je?

Auteurs: Dick Brandhorst en Ruben Baan n.a.v. hun afstudeeronderzoek “Godsdienst en   Ruben Baan Dick Brandhorstformatief toetsen: wat, waartoe, hoe vaak en hoe toets je?”

Cijfers geven werkt niet; volg de leerling.

Op de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap (JSFG) wordt aan onderwijsvernieuwing gedaan: de school wil af van 50 minuten met één docent in één ruimte. Maar hoe? Een van de speerpunten is: formatief toetsen. Toetsen, niet (alleen) om een label te plakken op het eindresultaat van een leerling, maar om elke individuele leerling te volgen en hem/haar te bieden wat nog ontbreekt in zijn/haar leerproces.

Formatief toetsen: wat het is en praktijkvoorbeelden.

Formatief toetsen is, zoals ook bleek tijdens ons onderzoek, een begrip waar verschillende betekenissen aan gekoppeld worden. Wij gebruiken deze oude (1998) maar bruikbare definitie:
‘Alle activiteiten die ondernomen worden door onderwijzers en/of hun leerlingen die informatie verschaffen die gebruikt kan worden als feedback om de onderwijs- en leeractiviteiten waar ze mee bezig zijn aan te passen.’
Dit kan een vraag tijdens de les aan een leerling zijn. Of een Kahoot! quiz waarna de hoogst scorende groep zelfstandig aan de slag mag. Of, zoals een wiskunde docent op de JSFG al een tijdje doet, de leerlingen het antwoord van een som laten opschrijven op mini-whiteboards, waarna de groep die de stof snapt verder mag en de rest verlengde instructie krijgt.

En godsdienst dan?

Leuk, die wiskundige sommen, maar hoe zit dat met godsdienst? Op de reformatorische JFSG ligt de nadruk op Jezus volgen en Bijbelkennis. Ook Bijbelkennis zou met mini-whiteboards of Kahoot! nog wel formatief te toetsen zijn. Maar Jezus volgen? Relatie met God? Meningen vormen over moeilijke onderwerpen? Aan ons de opdracht om uit te zoeken hoe dit gestalte zou kunnen krijgen, zodat ook het vak godsdienst meegroeit met de vernieuwde onderwijs-trend van de JFSG.

Hoe pak je dat aan?

Naast literatuuronderzoek hebben we interviews afgenomen. We hebben de betrokken docenten (godsdienstdocenten van de drie vestigingen van de JFSG) geïnterviewd, en gevraagd naar hun visie op toetsen, formatief toetsen, en het doel van het vak godsdienst. Ook beleidsmakers en een externe docent (die onderzoek deed naar formatief toetsen binnen het vak levensbeschouwing) zijn geïnterviewd. Naar aanleiding van die gegevens hebben we zelf een eerste poging gedaan tot formatief toetsen bij het vak godsdienst op de JFSG.

Resultaten en conclusie.

Het blijkt uitzonderlijk moeilijk te zijn om vorming te toetsen, formatief of summatief. Onze eerste poging tot het toetsen van vorming heeft duidelijke gebreken; meer dan bij kennis komt het aan op het begrijpen van de grenzen van wat je leerling kan en wil laten zien. We gebruikten een korte procestoets aan het begin van elke les en een afbeelding met verschillenden ‘plaatsen’ (kerk, veld, stad) aan de hand waarvan de leerling zijn positie en uiteindelijke groei binnen de leerdoelen kon aangeven met een kruisje en dat kruisje vervolgens kon onderbouwen.  Dit resulteerde in een aanvankelijke stijging in de score op de procestoets, die in de tweede helft van het experiment weer iets daalden. De plattegrond met plaatsen bleek vrij ingewikkeld te zijn voor deze klas, en de leerlingen wisten niet zo goed hoe ze er mee om moesten gaan. Leerlingen zijn en blijven erg cijfer-gericht, wat bleek uit sommige opmerkingen over deze formatieve toetsen. Onze conclusie is dat formatieve toetsing ingewikkeld is. Het moet aan veel criteria voldoen (feedback opleveren, leiden tot differentiatie, maatwerk leveren), die ook allemaal moeten passen in de doelstellingen en het karakter van het vak godsdienst. Dit blijkt een ingewikkelde opgave te zijn waar we met ons onderzoek, de interviews en de eerste formatieve toetsing nog geen bevredigende oplossing voor gevonden hebben.

Aanraders?

Wij raden aan dat er verder onderzoek gedaan wordt naar de plaats van formatieve toetsing binnen het vak godsdienst, omdat het een uitzonderlijk complex vraagstuk is met veel variabelen en vraagtekens.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Op onze gezondheid: een alcoholvrije gemeenschap

Auteur Dianne van Dam-Nolen n.a.v. haar  afstudeeronderzoek: “Op onze gezondheid: een alcoholvrije gemeenschap”

Per glas wijn leef je een half uur korter. Zo kwam het dit voorjaar in het Van Dam-Nolen Diannenieuws dat alcohol écht schadelijk is voor je gezondheid. Hoewel dit bericht te kort door de bocht bleek, was de boodschap duidelijk: voor je gezondheid kun je beter dat ene glas bier of glaasje wijn laten staan.

Natuurlijk weten we allemaal dat je met té veel alcohol schade aan je hersenen toebrengt. Maar wist jij ook dat één op de tien gevallen van borstkanker te wijten is aan alcohol? Het is niet gek als je hier even van opschrikt. Ik wist het tot voor kort ook niet. Ik wist zelfs niet dat de Gezondheidsraad adviseert om helemaal niets te drinken. Niets. Geen druppel. Ook als je ouder dan 18 jaar bent.

Een onbekend advies
Uit mijn onderzoek blijkt dat ruim een kwart van de christelijke volwassenen niet van dit advies van de Gezondheidsraad op de hoogte is.[1] Weliswaar liggen de cijfers van alcoholgebruik onder christelijke volwassenen nét iets onder het landelijk gemiddelde, maar dat betekent niet dat christenen zich daarmee beter aan het Gezondheidsraadadvies houden: slechts 14% drinkt nooit. Wanneer we het advies van de Gezondheidsraad breder opvatten, dan drinkt iets meer van de helft geen alcohol of maximaal één glas per dag.

Een stapje verder
Laten we een stapje verder gaan. Hoe zit het nu eigenlijk met alcoholgebruik in de kerk? Dit is niet zomaar een interessante vraag, maar ook een actuele. Enkele jaren geleden heeft een Anglicaanse kerk in Engeland besloten om geen wijn meer aan te bieden tijdens het Heilig Avondmaal. De predikant wilde namelijk niet dat iemand van de gemeenschap zich buitengesloten zou voelen. Ook Nederlandse christenen vinden dit belangrijk: regelmatig lees ik in mijn onderzoek terug dat christenen graag álleen druivensap tijdens het avondmaal zouden willen drinken, om zo tegemoet te komen aan mensen die (liever) geen alcohol (mogen) drinken.

Theologisch doordacht
Druivensap in plaats van wijn: dat kan goed worden onderbouwd vanuit de theologie. In de ecclesiologie wordt onder andere benadrukt dat de kerk geroepen is om zich – in navolging van Christus – uit te reiken naar de marge van de samenleving. In de gemeente van Christus zijn allerlei soorten mensen vertegenwoordigd. Omdat zij allen volwaardige leden zijn, telt ieders mening en ervaring mee. En dan komt een stukje ‘gastvrijheidstheorie’ om de hoek kijken: gastvrijheid houdt niet op bij een hartelijk welkom bij de deur, maar houdt ook in dat we bewust barrières vermijden die gasten belemmeren om te participeren in de dienst en de omgang met God.[2] Uit mijn onderzoek blijkt dat dit wel eens de wijn tijdens het Heilig Avondmaal zou kunnen betreffen.

Een pijnlijk onderscheid
Misschien wel de belangrijkste reden om ons te bezinnen op ons alcoholgebruik in de kerk is dat de kerk geroepen is om een gemeenschap te vormen, een eenheid. Tijdens het Heilig Avondmaal is dit bij uitstek zichtbaar en voelbaar. Het aanbieden van én wijn én druivensap brengt een onderscheid aan onder de avondmaalvierders. Dit kan pijnlijk en confronterend zijn voor gemeenteleden.

Een alcoholvrije gemeenschap

Om deze redenen stel ik dat het aan de essentie en taak van de kerk beantwoordt om te streven naar een alcoholvrije gemeenschap, zeker tijdens het Heilig Avondmaal. Omdat dit wellicht wat abstract in de oren klinkt, tot slot vier concrete tips voor jezelf en voor kerken- en oudstenraden:

Maak dit onderwerp bespreekbaar (tip: gebruik de factsheet hieronder)

  1. Schenk alleen druivensap tijdens het Heilig Avondmaal
  2. Schenk geen alcohol tijdens kerkelijke activiteiten
  3. Lees het hele onderzoeksrapport voor meer onderbouwing en inspiratie

[1] Mijn afstudeeronderzoek bestond uit een deel veldonderzoek middels een vragenlijst, waarop ruime 700 christelijke volwassenen gereageerd hebben, en uit een deel literatuuronderzoek.

[2] Dit beschrijft ook Jan Hendriks in zijn boek ‘Op weg naar de Herberg’ (2002).

Factsheet ‘Alcoholgebruik onder christelijke volwassenen en in kerken’

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

‘Geloofstwijfel in de godsdienstles’

Auteur: Joan den Besten n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Geloofstwijfel in de    Joan den Besten godsdienstles”.

‘Verzoend met God, maar bestaat Hij eigenlijk wel?’, zo luidde eens de titel van een lezing. Dat leverde mij de vraag op welke rol geloofstwijfel speelt binnen het vak godsdienst op de GSR in Rotterdam. Door middel van een enquête bleek al snel dat een meerderheid van de havo-4- en vwo-5 leerlingen geloofstwijfels heeft. Opvallend daarbij was dat de leerlingen niet veel ruimte ervaren om die geloofstwijfels op school en in de godsdienstles te delen, terwijl ze dat wel graag zouden willen. Het gaf in ieder geval genoeg aanleiding om er verder onderzoek naar te doen.

Wat is geloofstwijfel, eigenlijk? Vanuit de theologische literatuur heb ik daarom eerst uitgewerkt wat kan worden verstaan onder geloofstwijfel en wat mogelijke oorzaken zijn. Daarbij werd duidelijk dat het kan worden onderscheiden in verstands-, wils- en gevoelstwijfel. Ook biedt het onderscheidt in objectieve en subjectieve geloofstwijfel inzicht of het zich richt op de geloofsinhoud en opbaring van God óf de geloofsdaden en de gelovige zelf. Daarbij was het ook interessant om te zien dat geloofstwijfel aan de ene kant uitsluitend als zondig wordt geduid en aan de andere kant als onmisbaar voor het geloof.

Best wel lastig in de godsdienstles… Door diepte-interviews met de godsdienstdocenten te houden werd duidelijk dat het sterk van de godsdienstdocent afhangt op welke manier geloofstwijfel een rol speelt in de godsdienstles. Ook werd duidelijk dat het lastig kan zijn om recht te doen aan de geloofstwijfels en -vragen van de leerling aan de ene kant en het christelijk geloof met de Bijbel aan de andere kant.

Moet ik wel ruimte bieden aan geloofstwijfel? Vanuit de godsdienstpedagogiek stond in het onderzoek dan ook de vraag centraal op welke manier het ruimte bieden aan geloofstwijfel door de godsdienstdocenten kan bijdragen aan hun godsdienstige vorming. In ieder geval is het belangrijk een weg te vinden tussen het idealiseren en veroordelen van geloofstwijfel. Als leerlingen ruimte ontvangen om hun geloofstwijfels te uiten, kan dat schijnheiligheid en innerlijke verwijdering tot het christelijk geloof voorkomen. Hierbij is het belangrijk om samen met de leerlingen te reflecteren op de vraag waar hun geloofstwijfels vandaan komen en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Bijbelverhalen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Erken geloofstwijfels van je leerlingen! De godsdienstdocenten kunnen identificatiefiguur zijn voor de leerlingen als ze niet alleen getuigen van hun hoop in Christus, maar juist ook open zijn over de eigen geloofstwijfel en hoe ze daarmee omgaan. Een open en veilige relatie tussen de leerling en de docenten en tussen de leerlingen onderling is hierbij van wezenlijk belang. Geloofstwijfel is voor leerlingen vaak een onderdeel van een zoektocht en kan een weg zijn om te groeien naar een eigen of volwassen geloof. Het levert hen dan ook inzicht op over zichzelf, wie en hoe ze zijn, maar ook hoe ze zich verhouden ten opzichte van God en de ander. Door geloofstwijfel te erkennen in de godsdienstles gaat men de vragen die vanuit onze postchristelijke cultuur op ons afkomen ook niet uit de weg. In dit alles kunnen we belijden dat onze drie-enige God in de diepste zin van het woord raad weet met geloofstwijfel.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen