Wat doe je met culturele diversiteit in het kerkelijk jeugdwerk?

Auteur: Daniël Verbeeke n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: “Wat doe je met culturele Danieldiversiteit in het kerkelijk jeugdwerk”.

In Nederland groeit de culturele diversiteit in kerken razendsnel, de toegenomen komst van migranten en vluchtelingen stimuleert dit enorm. Ook in het jeugdwerk van deze kerken groeit deze interculturaliteit en diversiteit. Dit levert nieuwe vragen op bij jeugdleiders: vraagt dit om een andere aanpak in het jeugdwerk? En hoe moeten we op een goede manier jeugdwerk leiden?

Mijn overtuiging, op basis van dit onderzoek, is dat interculturaliteit veel rijkdom brengt in het jeugdwerk. De rijkdom zit hem in de veelkleurigheid en diversiteit in de ontmoeting van culturen. Zowel op geestelijk als sociaal vlak worden de werelden van jongeren verbreed. Voor migrantenjongeren betekent het jeugdwerk een omgeving waar ze zich veilig kunnen voelen en een plaats waar ze kunnen ontdekken hoe het leven in Nederland werkt. Voor Nederlandse jongeren betekent het intercultureel jeugdwerk een bredere en frisse blik op wat voor hen normaal leek. Bovenal kunnen alle jongeren samen, dwars door de culturen heen, ontdekken wie God is.

Toch is het niet altijd makkelijk. Vanwege de culturele diversiteit liggen onder andere miscommunicaties en onbegrip op de loer. In de afgelopen maanden heb ik onderzoek gedaan naar het jeugdwerk van ICF Veenendaal. De centrale vraag van het onderzoek ging over het vormgeven van het jeugdwerk in een cultureel diverse omgeving. Speciaal voor deze blog heb ik een aantal aanbevelingen voor intercultureel jeugdwerk samengevat:

  1. Bouw aan de relatie met de jeugd – In een groep met leden van niet-westerse culturen zijn relaties enorm belangrijk. Het persoonlijk uitnodigen van jongeren is bijvoorbeeld essentieel, het werkt niet om een rooster te maken en ervan uit te gaan dat iedereen komt.
  2. Creëer een veilige omgeving voor de jeugd – Veel migrantenjongeren zitten midden in een cultuur-clash. De cultuur thuis (of dat van het vaderland) kan botsen met de cultuur waarin ze opgroeien. Wat zou het mooi zijn als het jeugdwerk van kerken een veilige omgeving tussen deze culturen kan zijn!
  3. Werk aan cultuurgevoeligheid – Zorg ervoor dat je de belevingswereld van iemand uit een andere cultuur probeert te begrijpen, maar ook de worsteling die zij meemaken om tussen culturen in te leven.
  4. Betrek de jeugd bij het jeugdwerk – Het geven van taken aan de jongeren versterkt het gevoel dat jongeren erbij horen, maar het geeft ook een stukje eigen waarde aan de jongeren. Vooral voor jongeren die het lastig vinden om te aarden, is dit  Kijk ook eens op de website van ICP (www.icpnetwork.nl) of de website van ICF Veenendaal (www.icfveenendaal.nl)! 

     

    Wil je meer weten over het afstudeeronderzoek ‘Jeugdwerk met meer culturen’? Of heb je vragen, opmerkingen of tips naar aanleiding van deze blog? Neem contact met me op: https://www.linkedin.com/in/danielverbeeke/

    Kortom, het vormgeven van intercultureel jeugdwerk kost extra energie, tijd en inzet omdat er culturele bruggen gebouwd moeten worden. Toch is het enorm waardevol en leerzaam om in deze dynamische interculturele omgeving jeugdwerk vorm te geven. Zowel op geestelijk als sociaal vlak zorgt interculturaliteit voor een nieuwe impuls!

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hbo-theologen opleiden in de 21e eeuw

Auteur: Jacob Vis n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘Een professionele leergemeenschap ondersteund door een online community is een goede manier om hbo-theologen op te  Jacobleiden in de 21e eeuw.’

De Christelijke Hogeschool Ede bevindt zich in onrustig vaarwater. De Strategisch Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap spreekt over landelijke innovatie en ontwikkeling van het hoger beroepsonderwijs. Er wordt opgeroepen tot een samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en praktijk. Kort daarna presenteert de Protestantse Kerk Nederland haar nota Kerk 2025 die een beroep doet op kerken en organisaties om in een veranderende samenleving te blijven innoveren en verbinden.

Ook de opleiding hbo-theologie van de Christelijke Hogeschool Ede moet met deze ontwikkelingen aan de slag. Het onstuimige onderwijslandschap en de belangrijke vragen vanuit het werkveld vragen de opleiding om een herbezinning. De opleiding wil hierop inspelen door het vormen van professionele leergemeenschappen, een manier van trialogisch leren. Op deze manier kunnen studenten leren in en vanuit de praktijk.

Romkes, jarenlang docent aan de CHE, liet bij zijn vertrek een notitie achter waarin hij een aanzet gaf naar het vormen van een online ondersteunde professionele leergemeenschap. Stijf gaf opdracht om te onderzoeken of, en hoe, dit vorm kan worden gegeven op de opleiding hbo-theologie.

Op zo’n online platform kan, buiten echte ontmoetingen om, verder worden gebouwd aan gedeelde praktijken. Niet de relatie is leidend, maar de praktijk is verbindend. De potentiële deelnemers aan de professionele leergemeenschap zijn positief over een online platform waarbij de professionele leergemeenschappen worden ondersteund.

Er wordt ingezien dat de verbinding met de praktijk enorm belangrijk is. Het lijkt logisch dat het lectoraat de voortrekker en de verbinder moet zijn bij het vormen van professionele leergemeenschappen, eventueel ondersteund door een webmaster en makelaar. Het vraagt om veranderingen om een systeem in te richten waarbij het onderwijs aansluit op deze manier van leren, omdat het iets anders is dan de huidige digitale leeromgeving. Het advies is dan ook aan de opleiding om te kijken hoe bijvoorbeeld de huidige LinkedIn groep gebruikt kan worden als ondersteuning voor een professionele leergemeenschap.

Meer weten? Dan nodig ik u van harte uit om contact met mij op te nemen: 

LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/jacobvis/ E-mail:  jacob@jesus.net

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zingeving in de GGZ

Auteur Jené Reints n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Zingeving in de GGZ”5 bruggetje - kopie - Jene Reints

Ik sta om 6.00 uur op voor ..
De regen tikt tegen het raam, de verleiding om te blijven liggen is groot. Ik praat mezelf moed in om eruit te komen. Na 4½ jaar studeren ben ik bijna klaar. Deze blog nog schrijven en klaar is kees, theologe in de dop met veel inspiratie en ideeën om – het liefst in de GGZ – aan de slag te gaan.
Waar kom je ’s morgens je bed voor uit? Dat was één van de vragen die ik stelde aan cliënten die beschermd wonen bij RIBW GO naar aanleiding van een onderzoek over wensen die zij hebben op het gebied van zingeving. Wat betekent zingeving als je een (levenslange) psychiatrische diagnose hebt?
In het vooronderzoek bleek dit een lastig en vaag te zijn begrip en daarom soms gemeden. Zou het nog gemeden worden als je beseft dat betekenis geven aan..., want dat is wat zingeving doet, helpt om ervaringen te kunnen plaatsen?
Een hartaanval op een vroege ochtend zorgde ervoor dat een cliënt anders in het leven ging staan. Daarvoor kon het hem allemaal niets schelen en leefde er op los, maar nu is gezondheid elke dag waard om voor te leven. Of iemand die een plek gevonden heeft waar hij elke dag met plezier naartoe gaat en waar hij zich welkom voelt en mag zijn zoals hij is en de essentie van het leven ervaart.
Hoe anders was dat bij de andere cliënten die ik ook geïnterviewd heb. Waarvoor zou je uit bed komen als je overdag geen werk hebt wat zinvol is. Soms omdat de maatschappij je niet lijkt te willen hebben omdat je overal nee op je bordje krijgt, zelfs bij goede doelen. Of omdat het leven nou eenmaal te zwaar is en contact met anderen door een psychiatrische ziekte bijna onmogelijk is. Dat je wel een aantal middagen ergens naartoe gaat, maar alleen omdat het moet.
Als zingevend wordt de woonplek bij RIBW GO ervaren. Dat begrijp ik wel, want wie wil niet zijn leven op orde krijgen of zoals iemand zo mooi zei: het leven herinrichten na ingrijpende gebeurtenissen. Betekenis geven aan iets vraagt om tijd en ruimte wat cliënten als gemis ervaren. Ze missen tijd om verhalen te delen en om samen creatief te zijn.
In deze tijd staat de autonomie hoog in ‘t vaandel. Uit het onderzoek komt juist de relatie met de ander naar voren. Theoloog M. Buber (1878-1965) stelde dat de mens een dialogisch wezen is. Door contact met de ander kan een echte ontmoeting plaatsvinden. Dat is niet in de wereld van de meetbaarheid, maar vindt plaats in de ontmoeting. Dat kan ook met kunst of natuur zijn. Zoals een cliënt vertelde het leven te ervaren in een koe die na de winter de wei in mag. Zingeving betekent voor cliënten zin aan het leven geven, familie en vrienden, gezien en gehoord worden, gezondheid en iets zinvols te doen hebben waarvoor je wilt opstaan.
Ik sta op voor het belang van zingeving, ook al regent het nog zo hard.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Een ‘lenige kerk’? Wat zeg jij nou?

Auteur: Henk-Jos van Leeuwen heeft een verlangen naar een ‘lenige kerk’. Samen met zijn Henk Jos van Leeuwenopdrachtgever ging hij opzoek naar voorbeelden vanuit in het bedrijfsleven.

In mijn carrière als jonge gelovige in het kerkelijk leven, merkte ik dat er (destijds) veel vergaderd werd in de kerk. Toch was niet altijd de ruimte om in te springen op plotselinge noden, vragen en kansen. In mij groeide een verlangen om te zoeken naar manieren om met mensen samen te werken, op zo’n manier, dat we wel zouden kunnen inspringen op de veranderende wereld om ons heen.

Heb jij wel eens te maken met een van deze vragen of problemen in de kerk?

  • Wat was nu ook alweer onze visie? Hoe wordt dat concreet?
  • Plannen en overleggen dat lukt wel, maar echte actie?
  • Waar doen we het eigenlijk voor?
  • Missionair? Ja, op papier wel ☹
  • De Motivatie zakt weg, het duurt te lang!
  • Wat belangrijk is, gebeurd niet altijd als eerst
  • Er is weinig flexibiliteit bij het omgaan met veranderingen in de omgeving.

Plannen maken, de meeste kerken gaat het goed af. Papier is geduldig, en op papier klopt alles. Maar in het gemeenteleven van alle dag komt er niet veel van terecht. Wat je vandaag bedenkt, kan morgen alweer achterhaald zijn.
We leven in een tijdperk waarin veel van kerken wordt gevraagd. Dit vraagt om flexibiliteit en om lenigheid. Deze lenigheid in het aanpakken van projecten wordt ‘agile’ genoemd. Een van deze ‘agile’ werkwijzen is Scrum. Scrum een methode die de laatste jaren booming is. Deze methode zou helpen echt tot actie over te gaan.

‘Ik vond een aantal voorbeelden van kerken, die ervaring hadden met het gebruik van Scrum’.

Een methode uit het bedrijfsleven gebruiken in kerk? Ja, dat kan als er ruimte blijft voor geloven. Een methode moet altijd ten dienste staan van de kerk. Uit het onderzoek wat ik deed, bleek dat Scrum dat in zich heeft. Een rijtje met een aantal voordelen:

  • Scrum helpt bij het in het oog houden van missie en visie in de praktische zaken;
  • Scrum geeft ruimte voor de inzet van talenten van verschillende mensen;
  • Scrum geeft ruimte voor discipelschap;
  • Scrum helpt om als projectgroep in de kerk echt een team te worden;
  • Scrum benadrukt dat leiderschap niet alleen visionair is, maar ook coachend;
  • Scrum helpt bij het in het oog houden van waardecreatie voor de doelgroep;
  • Scrum stimuleert het luisteren naar de mensen in de buurt;
  • Scrum geeft ruimte om projecten bij te sturen als dat nodig is;
  • Scrum kan een te zwaar middel zijn, let er op dat Scrum dienstbaar is en blijft.
    Scrum kan ondersteunend werken aan de ‘Missie van God’. Scrum is een methode die ruimte geeft om tijdens het project te reageren vanuit het luisteren naar God, de buurt en elkaar. Scrum geeft een raamwerk voor het werken vanuit visie en missie, het luisteren naar de buurt het daarop handelen.Zo ontstaat er een ‘lenige kerk’, waar ruimte is voor experimenteren en innoveren, waarbij falen als kans wordt gezien om te leren en te groeien als gelovigen.
    Wil je een keer een bakkie doen? Dan dromen we samen: Hoe kan de kerk weer ‘lenig’ worden?Een leuke infographic over het onderzoek:  https://youtu.be/DscM_hE4fF8
    Wil je afspreken of de praktische gids ‘Scrum in de kerk’ aanvragen? Mail! hjvanleeuwen@nazarene.nl
    Meer leren over scrum en agile? Een leuke video, Scrum in 5 minuten:
    https://infograph.venngage.com/ps/UrbWXZaeLQk/scrum-in-church

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Verbondenheid in Hart voor Heerhugowaard

Auteur: Martijn Nagelhout n.a.v. zijn afstudeeronderzoek ‘Verbondenheid met elkaar in de Martijn Nagelhoutnavolging van Christus: Hoe bezoekers van Hart voor Heerhugowaard verbondenheid (willen) ervaren met elkaar’.

Behoefte naar verbinding met elkaar
In pioniersgemeente Hart voor Heerhugowaard (HHW), een gemeente die nu zo’n 8 jaar bestaat, ontstond behoefte naar verbondenheid met elkaar. De behoefte ontstond na een periode van druk bezig zijn met de opbouw van de gemeente en veel activiteiten organiseren. Zelf heb ik ook de behoefte hiernaar ervaren toen ik werkzaam was in deze gemeente.

Omdat ik deze behoefte heb gesignaleerd bij anderen en bij mezelf heb ik onderzoek gedaan naar de waarde, de betekenis en ervaring van onderlinge verbondenheid onder bezoekers. Ik heb van daaruit gekeken hoe de gemeente de verbondenheid de komende jaren het beste kan stimuleren.

Mijn bevindingen
In het Nieuwe Testament wordt gesproken van een gericht zijn op de ander en het daaruit vormen van een hechte gemeenschap. Enkele belangrijke waarden die uit de focusgroepen (groepsinterviews) naar voren kwamen sluiten hier op aan: diversiteit, laagdrempeligheid, veiligheid en jezelf kunnen zijn. Dit zijn belangrijke kenmerken die de verbondenheid met elkaar in HHW kenmerken. Maar denk ook aan belangrijke elementen als contact, ontmoeting, gemeenschappelijk geloof, openheid en het geloofsgesprek.

De theologie en psychologie laten zowel ruimte voor individualiteit als voor verbondenheid die op z’n tijd beide nodig zijn. Toch is geloof volgens de theologie geen individuele aangelegenheid. Er is vanuit (godsdienst)sociologisch perspectief echter een verandering zichtbaar in de christelijke godsdienst, een gerichtheid op het individu en het privéleven. Het individu is zichzelf meer tot leidraad geworden, maar de invloed van de groep is niet volledig afgeschreven. Verder concurreert de kerk met andere actoren op de spirituele markt. Een andere ontwikkeling is differentiatie, wat betekent dat de kerk is verdrongen tot één van de vele deelgebieden in het leven. Betrokkenheid bij de gemeenschap wordt vandaag de dag meer gekenmerkt door eigen belang dan voorheen; de kerk is een bron van sociaal kapitaal. Kerkbinding neemt af en heeft vaak als doel ontspanning en consumeren.

Mijn aanbevelingen
In navolging van het Nieuwe Testament en het spreken van de theologie zou het goed zijn als de komende jaren in Hart voor Heerhugowaard wordt ingestoken op een gericht zijn op de ander en het daaruit vormen van een hechte gemeenschap. . Deze gerichtheid en kenmerken kunnen tot uiting komen in woorden van welkom tijdens de zondagochtenddienst, in de identiteitsbeschrijving op de website van de gemeente, als onderwerp van gesprek op gemeentemiddagen, maar ook op huiskringen bijvoorbeeld.

Daarbij is het goed is om aandacht te geven aan maatschappelijke en godsdienstige ontwikkelingen die een andere richting op bewegen. Maar ook kan het zinvol zijn om de waarde die bezoekers van HHW toekennen aan verbondenheid met elkaar te bespreken en evalueren. Tot slot is het goed als HHW zich bewust is van haar identiteitskenmerken, waaronder haar diversiteit aan gelovigen, de laagdrempeligheid en veiligheid om jezelf te kunnen zijn.

Voor meer informatie, contact me op martijn_nagelhout@hotmail.com

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Schoolpastoraat vraagt om het inblazen van nieuw leven

Auteurs: Lisette Borgers-Heij en Marije van de Kamp n.a.v. hun afstudeeronderzoek Marije en Lisette‘Schoolpastoraat op De Meerwaarde.’

De Meerwaarde is één van de weinige scholen in Nederland, waar schoolpastoraat een plek heeft gehad. Misschien niet in de vorm van een pastor, maar er was wel ruimte en geld om de godsdienstdocenten de rol van pastor te laten vervullen waar dat nodig was. De onduidelijke plek van schoolpastoraat zorgde ervoor dat de vmbo-leerling geen beeld had van wat pastoraat zou betekenen. ‘Een pastor is toch een soort dominee?’, werd er geroepen. Verder hadden veel leerlingen geen idee wat een pastor is, voor ons een reden om het schoolpastoraat onder het stof vandaan te halen.
In ons onderzoek naar de behoefte aan schoolpastoraat kwam naar voren, dat de vmbo-leerling wel duidelijk aan kan geven, wat zijn behoeftes zijn rondom het delen van geloofs- of levensvragen. Als ze hier met een persoon over willen praten, moet die persoon voldoen aan de volgende eisen: betrouwbaar zijn, vriendelijk zijn en goed kunnen luisteren. Zodra wij hier een religieuze lading aan verbonden, nam de behoefte aan een pastor sterk af. Omdat er weinig behoefte bleek aan deze vorm van pastoraat, zijn wij andere opties binnen het pastoraat gaan onderzoeken. Wat opviel is dat de wensen van de leerlingen nauw aansluiten bij de taak van de mentor. Het schoolpastoraat zou dus nieuw leven ingeblazen kunnen worden binnen de huidige structuren van de school.

De Meerwaarde heeft een duidelijke christelijke identiteit. Het ‘christelijk’ zijn, zit niet alleen in de naam, maar dit wordt ook gepraktiseerd binnen de school. Schoolpastoraat zou een mooie uitwerking kunnen zijn van de christelijke identiteit. In het verleden is gebleken dat schoolpastoraat niet goed uit de verf kwam op de manier waarop het toen werd ingericht. Het is tijd om schoolpastoraat nieuw leven in te blazen. Naast de versterking van mentoraat, zou de school kunnen denken aan een pilot met een schoolpastor, om de vmbo-leerling te laten zien wat een schoolpastor zou kunnen zijn. Op deze manier kan de vmbo-leerling zijn behoefte aan schoolpastoraat bepalen. Wij hebben gemerkt dat het voor de vmbo-leerling lastig is om zijn behoefte aan te geven aan iets wat nog niet concreet is.

Schoolpastoraat kan op meer manieren plaatsvinden dan enkel in de vorm van een schoolpastor. Pastoraat is van belang voor de leerling, omdat het de leerling zijn weg met God laat zien en ontdekken. Schoolpastoraat kan de leerling nieuw leven inblazen!

Wil je meer informatie? Neem contact op met één van ons via social media.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

“Ik geloof wel in een burn-out”

Auteurs: Danny van Woudenberg en Ruurd Folmer n.a.v. hun afstudeeronderzoek naar Blog - Pasfoto Danny Blog - Pasfoto RuurdDe invloed van het christelijk geloof op de draaglast en draagkracht van HBO-studenten met burn-out klachten

“Huh?! Heb jij een burn-out gehad?!” Ik ben tijdens de lunch in gesprek met een vriendin van de studentenvereniging. Ze vertelt over haar tijd dat ze in Groningen studeerde, voordat ze naar Ede kwam om GPW te gaan studeren, en de burn-out klachten waar ze last van had, waardoor ze uiteindelijk heeft besloten om met haar universitaire studie te stoppen, en een HBO opleiding te gaan doen. Ik had nooit verwacht dat zij, zo’n pientere en vriendelijke vrouw, maar bovenal ook serieuze christen, ‘opgebrand’ thuis zou komen te zitten. Hoe fout kun je zitten?

Schone schijn En zo is het met veel meer studenten op de CHE; slimme jongvolwassenen van wie het vanaf de buitenkant lijkt alsof ze alles op orde hebben, lekker aan het studeren zijn, en tegelijkertijd enthousiast in hun geloof staan. Maar achter gesloten deuren kan een heel ander verhaal spelen.

Eén op de vier studenten Onderzoek[1] door het Windesheim college concludeert dat 25% van de studenten last heeft van burn-outklachten; een beangstigend percentage. Het lijkt wel alsof dat aantal niet van toepassing is op de studenten van de Christelijke Hogeschool Ede. Zeker nu de collegedagen worden verlicht met een vrolijke zomerzon. En je zou zeggen dat het praktiseren van het geloof, waar alle ruimte voor is op de CHE, ook een positieve invloed moet zijn op de gemoedstoestand van de studenten, toch?

Dichterbij dan je denkt Helaas zijn de cijfers van het Windesheim niet een ver-van-ons-bed-show. Ook een degelijk aantal studenten op de CHE zijn bekend met burn-out klachten, dat blijkt in het hogeschool-pastoraat. Daarom zijn wij aan de slag gegaan met een onderzoek onder studenten van de CHE om te zien welke rol het geloof speelt in die burn-out klachten; want je zou zeggen dat het mooie en bemoedigende wat het geloof aan ons heeft te vertellen zou beschermen voor dergelijke klachten? Wat gaat er dan mis?

Als het geloof je lastig valt Het is te kort door de bocht om er meteen vanuit te gaan dat het geloof alleen maar een positieve invloed kan zijn op iemands leven. Door allerlei omstandigheden, waarvan Godsbeeld en sociale steun de belangrijksten zijn, kan het geloof als positief of negatief worden ervaren. Een geloof dat van alles van je lijkt te eisen is niet helpend als je ‘opgebrand’ uitvalt. Anderzijds zien we ook dat geloof ook een bijzonder opbouwende werking kan hebben op iemand wanneer het geloof als positief wordt ervaren.

Wat moet ik daar nu mee? Aan de hand van de conclusies van ons onderzoek zijn we tot 9 aanbevelingen gekomen voor het hogeschool-pastoraat van de CHE (Deze zijn uitgebreid te lezen in ons onderzoeksverslag). In deze aanbevelingen komt aandacht voor het proces en de situatie van de student als belangrijk onderdeel van een pastoraaltraject naar voren. Het hierop doorvragen toont zich als cruciaal aan! Ook kan het Godsbeeld dat iemand heeft boekdelen spreken over de geloofsbeleving, en of het geloof een positieve of negatieve invloed heeft. Tot slot is het ook belangrijk om als pastor, maar wellicht ook als begeleider van studenten, oog te hebben voor de verschillende fase die worden doorleefd door iemand met burn-outklachten. In bijna ieder geval is een student in de eerste fase meer bezig met ‘overleven’ en het hoofd boven water houden, dan met het zoeken van betekenis en het waarom achter de klachten. Deze grotere vragen kunnen wachten tot een latere fase, wanneer de student weer wat meer op eigen benen kan staan.

En het gaat nog verder… Met het complexe samenspel dat burn-out is, is het behoorlijk lastig om in het kort een genuanceerd beeld neer te zetten van het fenomeen dat we hebben onderzocht. Echter is dit genuanceerde beeld nodig. En als het onderzoek van Windesheim blijkt te kloppen, dat 1 op de 4 studenten last heeft van burn-out klachten, dan is er een hoop werk aan de winkel! In ons onderzoekverslag is zo’n genuanceerde uiteenzetting te vinden, en ook doen we 10 aanbevelingen om stappen te zetten in deze situatie.

Bent u hier benieuwd naar? Dan nodigen wij u van harte uit om ons via één van de onderstaande sociale kanalen te benaderen:
Danny van Woudenberg: https://www.linkedin.com/in/danny-van-woudenberg-7a1291183/
Ruurd Folmer: https://www.linkedin.com/in/ruurd-folmer-a47905170/

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/07/kwart-van-de-studenten-heeft-burn-outklachten-a1598568

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Wat moet je met jongeren die twijfelen aan hun geloof?

Auteur: Jochem Schermers n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Wat moet je met jongeren die Jochem Schermerstwijfelen aan hun geloof? Welke behoeften hebben jongeren met geloofsvragen en hoe kan de Hervormde Gemeente van Almkerk hierbij aansluiten?

Hoe moet je de Bijbel in de praktijk toepassen? Is alles wel echt gebeurd wat er in de Bijbel staat? Doe ik wel genoeg aan mijn geloof? Waarom is er zoveel lijden in de wereld en waarom treft het ook gelovigen? En hoe moet je omgaan met ongelovigen?

Zomaar een greep uit de vragen die ik tegen ben gekomen in mijn afstudeerstage. Ik heb onderzoek gedaan onder jongeren van 14-20 jaar in de Hervormde kerk van Almkerk.
Ze twijfelen niet aan het bestaan van God. Ze zitten meer met de vraag hoe dat er dan in de praktijk uitziet. Hoe pas ik de Bijbel toe? Waarom is er lijden? Waarom geloven? Hoe ga ik met mijn ongelovige vrienden om?
Dat zijn geen vage intellectuele vragen. Maar praktische vragen die over het leven hier en nu gaan. Daarin hebben jongeren voorbeelden nodig. Mensen die hun geloof leven. Laat ik dat genoeg zien?
Jongeren hebben behoefte aan een luisterend oor. Ze willen graag praten over hun twijfels, maar vinden daarvoor geen ruimte in de kerk. Geen vaste antwoorden, maar echte open gesprekken. Het liefst met mensen die weten wat het is om te twijfelen aan je geloof.

Als tip kreeg ik zelf bijvoorbeeld mee om meer open vragen te stellen. Op ja-nee-vragen krijg je een kort sociaal gewenst antwoord. Daar zit niemand op te wachten.

Ook zitten ze niet te wachten op nog een extra programma of een soort catechisatie 2.0 waarbij ze weer stil moeten zitten en moeten luisteren naar een verhaal.
Waar wel behoefte aan is, is het uitwisselen van gedachten met andere jongeren. Een plaats waar je al je vragen kunt stellen en waar open gesprekken en discussies mogelijk zijn. Thema’s liggen niet vast, maar komen dan van de jongeren zelf.

Tips die ik iedere kerk mee zou willen geven:

  1. Heb meer zicht op de noodzaak van identificatiefiguren voor jongeren. Jongeren kiezen niet zelf waarden en visies, maar omgekeerd: via significante anderen hebben de waarden, visies en zelfbeelden hen uitgekozen. (Fowler, James).
  2. Zorg voor meer ruimte voor jongeren om zich op een gezonde manier af te kunnen zetten tegen het geloof en de traditie.
  3. Besef dat twijfel (tot op zekere hoogte) natuurlijk is in de geloofsontwikkeling van jongeren. Sta dan ook niet versteld als ze aangeven dat ze twijfelen of het niet meer weten.
  4. Er moet meer overleg komen tussen de verschillende jeugdleiding over het thema geloofstwijfel. Het kan zo zijn dat de leiding vragen krijgen waar ze niet uitkomen. Overleg en afstemming op elkaar kan daarbij helpen.
  5. Organiseer ook daadwerkelijk bijeenkomsten over specifieke vragen die uit de groep komen. Geef de jongeren zelf daarin de vrijheid en de leiding.
  6. Let op het verschil in geloofsontwikkeling tussen jongens en meisjes. Het blijkt dat jongens meer met rationele vragen zitten dan meisjes. Meisjes zitten meer met vragen die relationeel zijn.

Als je het hele onderzoek wilt lezen, mag je mij gerust mailen (jochemschermers@hotmail.com)

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Een vorm van doelgroepenpastoraat dat past bij een protestantse gemeente

Auteur: Marije Kooistra n.a.v. haar afstudeeronderzoek Marije Kooistra

Doelgroepenpastoraat is een populaire term binnen de Protestantse kerken in Nederland. Gemeenten zijn zoekende in hoe zij pastoraat aan hun leden kunnen (blijven) geven op een manier die aansluit bij de veranderingen in geloofsbeleving, kerkelijke betrokkenheid en veranderingen in de samenleving. Doelgroepenpastoraat lijkt een populaire greep te zijn om een antwoord te geven op die veranderingen en aan de oplopende tekorten aan vrijwilligers. Ook de Protestantse Gemeente Borne stelt zich deze vragen en vroeg om dit te onderzoeken.

Helaas voor al die gemeenten; doelgroepenpastoraat is niet het kant en klare antwoord op al die ontwikkelingen! Maar wat is doelgroepenpastoraat dan wel? En welke vorm van doelgroepenpastoraat past bij deze gemeente? Daar heb ik onderzoek naar gedaan.

Doelgroepenpastoraat = kringpastoraat
Hoe populair het onderwerp ook is, in de theologische literatuur is weinig te vinden over doelgroepenpastoraat. Mijn zoektocht wijst uit dat doelgroepenpastoraat een vorm van kringpastoraat is en beoogt hetzelfde. Het verschil is dat, zoals de naam als zegt, doelgroepenpastoraat gericht is op een bepaalde doelgroep. Kringpastoraat wordt vaak genoemd als een vorm van het priesterschap aller gelovigen waarbij elk lid wordt geroepen om naar de ander om te zien. Deze taak komt dus voort uit het feit dat je als gelovige deel uitmaakt van de gemeenschap.

Ik heb een inventarisatieonderzoek gedaan naar vormen van kringpastoraat. Wat opvalt is dat al die gemeenten hun kringpastoraat vormgeven die past bij die specifieke gemeente. Dus aansluit bij de geloofsbeleving, leeftijdsopbouw, pastorale behoeften en wensen voor de toekomst. Er bestaat dus niet zoiets als een blauwdruk voor kringpastoraat.

Identiteit en behoeften van de Protestantse Gemeente te Borne
Ik heb vervolgens gekeken naar de identiteit van PGB. Ook heb ik gekeken naar die specifieke behoeften wensen en verlangens waarmee men naar elkaar wil. Een van de wensen is het bieden van pastoraal maatwerk aan gemeenteleden.

Ecclessiologische verschuiving! |
Dit resulteerde in een voor de PGB nieuwe vorm van pastoraat, namelijk het onderling omzien naar elkaar in buurtkringen. Je kunt zeggen dat dit een verschuiving is van een aanbod gerichte kerk naar een vraaggerichte. Dit is een spannende keuze, omdat het in ecclessiologische opzicht als een verschuiving naar congregationalistische kerkvorm opgevat kan worden. Toch blijft de PGB, ook in haar keuzes voor buurtkringen een kerk naar gereformeerd model. Omzien naar elkaar in buurtkringen legt de nadruk op een structuur van onderaf, in je eigen buurt. Dit omzien betreft het meeleven met elkaar. In deze vorm is de mogelijkheid dat er pastoraal maatwerk geboden kan worden vanuit een team.

Pastoraat in buurtkringen is pastoraal maatwerk voor de PGB!
Het omzien naar elkaar in buurtkringen is geen direct antwoord op het tekort aan vrijwilligers. Het kan wel toe leiden dat er een andere wind gaat waaien, die leden met enthousiasme aansteekt en mensen in beweging zet om als lid van dat Ene Lichaam je steentje bij te dragen. Meer weten? Lees het onderzoeksverslag: Onderzoek naar een vorm van doelgroepenpastoraat in de Protestantse Gemeente te Borne.

Marije Kooistra

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw

Auteur: Nienke Mulder n.a.v. haar afstudeeronderzoek “De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw.  Nienke Mulder

Als docent Godsdienst vertel ik veel verhalen. Religieuze verhalen, anekdotes, alles om een koppeling tussen de leerstof en ‘het leven’ te maken.
Omdat ik merkte dat mijn leerlingen, soms jaren later als ik ze al geen les meer gaf, naar mij toe kwamen en mijn verhaal nog in perfecte volgorde konden navertellen en het ze dus echt was bijgebleven, viel het kwartje: hier moeten we iets mee. Niet omdat verhalen vertellen zo ongelooflijk leuk is, maar vooral omdat het ons geheugen bevordert!
Leerlingen van 12 t/m 18 jaar zitten volgens Piaget in de ‘formeel operationele fase’. In eigen woorden: in deze fase komt het denken los van het concrete. De leerling leert om abstract, ruimtelijk en creatief te denken. Daarnaast is de leerling in staat om verbanden te leggen.
Abstract, ruimtelijk en creatief denken. Dat spreekt ze aan. Het zorgt ervoor dat ze bepaalde informatie in een kader kunnen plaatsen: ze kunnen er beelden bij denken, ze zien het voor zich. Verhalen spreken tot de verbeelding, en de verbeelding zorgt ervoor dat de informatie blijft hangen!

1 en 1 is 2, zou je denken. Maar als alle docenten zo gemakkelijk verhalen konden vertellen, was dit onderzoek niet nodig geweest. We maken er dus te weinig gebruik van!
Hoe zorg je er als docent voor dat jouw leerling geboeid blijft bij jouw verhaal? Hoe kan je het beste feitelijke (religieuze) informatie in je verhaal stoppen waardoor het de leerling bijblijft?

  1. Je opbouw is het allerbelangrijkst. Begin met een statement, een ijsbreker, iets waardoor ze meteen de volledige aandacht voor jou en je verhaal hebben. Geef niet te veel weg!
  2. Het middenstuk (de feitelijke religieuze informatie) moet kort maar krachtig zijn. Niet teveel informatie, maar ook niet te weinig. Alleen relevante informatie wordt hier vertelt.
  3. Scheid de hoofd- en de bijzaken en laat de bijzaken liggen, of verwerk ze in grapjes.
  4. Laat aan het eind een vraag hangen, iets met een open einde, zodat leerlingen zelf nog ergens over na kunnen denken of nabespreken met elkaar.
  5. Vergeet niet duidelijk aan te geven aan de leerlingen dat je voor het verhaal in je rol stapt, en stap ook duidelijk weer uit je rol als je klaar bent. Daardoor is het voor leerlingen makkelijker de realiteit van jouw verhaal te scheiden. Helemaal als het een persoonlijk verhaal is, kunnen leerlingen denken dat het jouw verhaal is als ze niet duidelijk zien dat je een rol aanneemt.
  6. Heb plezier! Laat je schaamte los, experimenteer, geloof in de kracht van verbeelding. Voor je het weet, hangen de leerlingen aan je lippen en zitten ze met open mond (of met een duim in de mond, geloof mij), naar je te luisteren.
Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen