“Ik geloof wel in een burn-out”

Auteurs: Danny van Woudenberg en Ruurd Folmer n.a.v. hun afstudeeronderzoek naar Blog - Pasfoto Danny Blog - Pasfoto RuurdDe invloed van het christelijk geloof op de draaglast en draagkracht van HBO-studenten met burn-out klachten

“Huh?! Heb jij een burn-out gehad?!” Ik ben tijdens de lunch in gesprek met een vriendin van de studentenvereniging. Ze vertelt over haar tijd dat ze in Groningen studeerde, voordat ze naar Ede kwam om GPW te gaan studeren, en de burn-out klachten waar ze last van had, waardoor ze uiteindelijk heeft besloten om met haar universitaire studie te stoppen, en een HBO opleiding te gaan doen. Ik had nooit verwacht dat zij, zo’n pientere en vriendelijke vrouw, maar bovenal ook serieuze christen, ‘opgebrand’ thuis zou komen te zitten. Hoe fout kun je zitten?

Schone schijn En zo is het met veel meer studenten op de CHE; slimme jongvolwassenen van wie het vanaf de buitenkant lijkt alsof ze alles op orde hebben, lekker aan het studeren zijn, en tegelijkertijd enthousiast in hun geloof staan. Maar achter gesloten deuren kan een heel ander verhaal spelen.

Eén op de vier studenten Onderzoek[1] door het Windesheim college concludeert dat 25% van de studenten last heeft van burn-outklachten; een beangstigend percentage. Het lijkt wel alsof dat aantal niet van toepassing is op de studenten van de Christelijke Hogeschool Ede. Zeker nu de collegedagen worden verlicht met een vrolijke zomerzon. En je zou zeggen dat het praktiseren van het geloof, waar alle ruimte voor is op de CHE, ook een positieve invloed moet zijn op de gemoedstoestand van de studenten, toch?

Dichterbij dan je denkt Helaas zijn de cijfers van het Windesheim niet een ver-van-ons-bed-show. Ook een degelijk aantal studenten op de CHE zijn bekend met burn-out klachten, dat blijkt in het hogeschool-pastoraat. Daarom zijn wij aan de slag gegaan met een onderzoek onder studenten van de CHE om te zien welke rol het geloof speelt in die burn-out klachten; want je zou zeggen dat het mooie en bemoedigende wat het geloof aan ons heeft te vertellen zou beschermen voor dergelijke klachten? Wat gaat er dan mis?

Als het geloof je lastig valt Het is te kort door de bocht om er meteen vanuit te gaan dat het geloof alleen maar een positieve invloed kan zijn op iemands leven. Door allerlei omstandigheden, waarvan Godsbeeld en sociale steun de belangrijksten zijn, kan het geloof als positief of negatief worden ervaren. Een geloof dat van alles van je lijkt te eisen is niet helpend als je ‘opgebrand’ uitvalt. Anderzijds zien we ook dat geloof ook een bijzonder opbouwende werking kan hebben op iemand wanneer het geloof als positief wordt ervaren.

Wat moet ik daar nu mee? Aan de hand van de conclusies van ons onderzoek zijn we tot 9 aanbevelingen gekomen voor het hogeschool-pastoraat van de CHE (Deze zijn uitgebreid te lezen in ons onderzoeksverslag). In deze aanbevelingen komt aandacht voor het proces en de situatie van de student als belangrijk onderdeel van een pastoraaltraject naar voren. Het hierop doorvragen toont zich als cruciaal aan! Ook kan het Godsbeeld dat iemand heeft boekdelen spreken over de geloofsbeleving, en of het geloof een positieve of negatieve invloed heeft. Tot slot is het ook belangrijk om als pastor, maar wellicht ook als begeleider van studenten, oog te hebben voor de verschillende fase die worden doorleefd door iemand met burn-outklachten. In bijna ieder geval is een student in de eerste fase meer bezig met ‘overleven’ en het hoofd boven water houden, dan met het zoeken van betekenis en het waarom achter de klachten. Deze grotere vragen kunnen wachten tot een latere fase, wanneer de student weer wat meer op eigen benen kan staan.

En het gaat nog verder… Met het complexe samenspel dat burn-out is, is het behoorlijk lastig om in het kort een genuanceerd beeld neer te zetten van het fenomeen dat we hebben onderzocht. Echter is dit genuanceerde beeld nodig. En als het onderzoek van Windesheim blijkt te kloppen, dat 1 op de 4 studenten last heeft van burn-out klachten, dan is er een hoop werk aan de winkel! In ons onderzoekverslag is zo’n genuanceerde uiteenzetting te vinden, en ook doen we 10 aanbevelingen om stappen te zetten in deze situatie.

Bent u hier benieuwd naar? Dan nodigen wij u van harte uit om ons via één van de onderstaande sociale kanalen te benaderen:
Danny van Woudenberg: https://www.linkedin.com/in/danny-van-woudenberg-7a1291183/
Ruurd Folmer: https://www.linkedin.com/in/ruurd-folmer-a47905170/

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/07/kwart-van-de-studenten-heeft-burn-outklachten-a1598568

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Wat moet je met jongeren die twijfelen aan hun geloof?

Auteur: Jochem Schermers n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Wat moet je met jongeren die Jochem Schermerstwijfelen aan hun geloof? Welke behoeften hebben jongeren met geloofsvragen en hoe kan de Hervormde Gemeente van Almkerk hierbij aansluiten?

Hoe moet je de Bijbel in de praktijk toepassen? Is alles wel echt gebeurd wat er in de Bijbel staat? Doe ik wel genoeg aan mijn geloof? Waarom is er zoveel lijden in de wereld en waarom treft het ook gelovigen? En hoe moet je omgaan met ongelovigen?

Zomaar een greep uit de vragen die ik tegen ben gekomen in mijn afstudeerstage. Ik heb onderzoek gedaan onder jongeren van 14-20 jaar in de Hervormde kerk van Almkerk.
Ze twijfelen niet aan het bestaan van God. Ze zitten meer met de vraag hoe dat er dan in de praktijk uitziet. Hoe pas ik de Bijbel toe? Waarom is er lijden? Waarom geloven? Hoe ga ik met mijn ongelovige vrienden om?
Dat zijn geen vage intellectuele vragen. Maar praktische vragen die over het leven hier en nu gaan. Daarin hebben jongeren voorbeelden nodig. Mensen die hun geloof leven. Laat ik dat genoeg zien?
Jongeren hebben behoefte aan een luisterend oor. Ze willen graag praten over hun twijfels, maar vinden daarvoor geen ruimte in de kerk. Geen vaste antwoorden, maar echte open gesprekken. Het liefst met mensen die weten wat het is om te twijfelen aan je geloof.

Als tip kreeg ik zelf bijvoorbeeld mee om meer open vragen te stellen. Op ja-nee-vragen krijg je een kort sociaal gewenst antwoord. Daar zit niemand op te wachten.

Ook zitten ze niet te wachten op nog een extra programma of een soort catechisatie 2.0 waarbij ze weer stil moeten zitten en moeten luisteren naar een verhaal.
Waar wel behoefte aan is, is het uitwisselen van gedachten met andere jongeren. Een plaats waar je al je vragen kunt stellen en waar open gesprekken en discussies mogelijk zijn. Thema’s liggen niet vast, maar komen dan van de jongeren zelf.

Tips die ik iedere kerk mee zou willen geven:

  1. Heb meer zicht op de noodzaak van identificatiefiguren voor jongeren. Jongeren kiezen niet zelf waarden en visies, maar omgekeerd: via significante anderen hebben de waarden, visies en zelfbeelden hen uitgekozen. (Fowler, James).
  2. Zorg voor meer ruimte voor jongeren om zich op een gezonde manier af te kunnen zetten tegen het geloof en de traditie.
  3. Besef dat twijfel (tot op zekere hoogte) natuurlijk is in de geloofsontwikkeling van jongeren. Sta dan ook niet versteld als ze aangeven dat ze twijfelen of het niet meer weten.
  4. Er moet meer overleg komen tussen de verschillende jeugdleiding over het thema geloofstwijfel. Het kan zo zijn dat de leiding vragen krijgen waar ze niet uitkomen. Overleg en afstemming op elkaar kan daarbij helpen.
  5. Organiseer ook daadwerkelijk bijeenkomsten over specifieke vragen die uit de groep komen. Geef de jongeren zelf daarin de vrijheid en de leiding.
  6. Let op het verschil in geloofsontwikkeling tussen jongens en meisjes. Het blijkt dat jongens meer met rationele vragen zitten dan meisjes. Meisjes zitten meer met vragen die relationeel zijn.

Als je het hele onderzoek wilt lezen, mag je mij gerust mailen (jochemschermers@hotmail.com)

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Een vorm van doelgroepenpastoraat dat past bij een protestantse gemeente

Auteur: Marije Kooistra n.a.v. haar afstudeeronderzoek Marije Kooistra

Doelgroepenpastoraat is een populaire term binnen de Protestantse kerken in Nederland. Gemeenten zijn zoekende in hoe zij pastoraat aan hun leden kunnen (blijven) geven op een manier die aansluit bij de veranderingen in geloofsbeleving, kerkelijke betrokkenheid en veranderingen in de samenleving. Doelgroepenpastoraat lijkt een populaire greep te zijn om een antwoord te geven op die veranderingen en aan de oplopende tekorten aan vrijwilligers. Ook de Protestantse Gemeente Borne stelt zich deze vragen en vroeg om dit te onderzoeken.

Helaas voor al die gemeenten; doelgroepenpastoraat is niet het kant en klare antwoord op al die ontwikkelingen! Maar wat is doelgroepenpastoraat dan wel? En welke vorm van doelgroepenpastoraat past bij deze gemeente? Daar heb ik onderzoek naar gedaan.

Doelgroepenpastoraat = kringpastoraat
Hoe populair het onderwerp ook is, in de theologische literatuur is weinig te vinden over doelgroepenpastoraat. Mijn zoektocht wijst uit dat doelgroepenpastoraat een vorm van kringpastoraat is en beoogt hetzelfde. Het verschil is dat, zoals de naam als zegt, doelgroepenpastoraat gericht is op een bepaalde doelgroep. Kringpastoraat wordt vaak genoemd als een vorm van het priesterschap aller gelovigen waarbij elk lid wordt geroepen om naar de ander om te zien. Deze taak komt dus voort uit het feit dat je als gelovige deel uitmaakt van de gemeenschap.

Ik heb een inventarisatieonderzoek gedaan naar vormen van kringpastoraat. Wat opvalt is dat al die gemeenten hun kringpastoraat vormgeven die past bij die specifieke gemeente. Dus aansluit bij de geloofsbeleving, leeftijdsopbouw, pastorale behoeften en wensen voor de toekomst. Er bestaat dus niet zoiets als een blauwdruk voor kringpastoraat.

Identiteit en behoeften van de Protestantse Gemeente te Borne
Ik heb vervolgens gekeken naar de identiteit van PGB. Ook heb ik gekeken naar die specifieke behoeften wensen en verlangens waarmee men naar elkaar wil. Een van de wensen is het bieden van pastoraal maatwerk aan gemeenteleden.

Ecclessiologische verschuiving! |
Dit resulteerde in een voor de PGB nieuwe vorm van pastoraat, namelijk het onderling omzien naar elkaar in buurtkringen. Je kunt zeggen dat dit een verschuiving is van een aanbod gerichte kerk naar een vraaggerichte. Dit is een spannende keuze, omdat het in ecclessiologische opzicht als een verschuiving naar congregationalistische kerkvorm opgevat kan worden. Toch blijft de PGB, ook in haar keuzes voor buurtkringen een kerk naar gereformeerd model. Omzien naar elkaar in buurtkringen legt de nadruk op een structuur van onderaf, in je eigen buurt. Dit omzien betreft het meeleven met elkaar. In deze vorm is de mogelijkheid dat er pastoraal maatwerk geboden kan worden vanuit een team.

Pastoraat in buurtkringen is pastoraal maatwerk voor de PGB!
Het omzien naar elkaar in buurtkringen is geen direct antwoord op het tekort aan vrijwilligers. Het kan wel toe leiden dat er een andere wind gaat waaien, die leden met enthousiasme aansteekt en mensen in beweging zet om als lid van dat Ene Lichaam je steentje bij te dragen. Meer weten? Lees het onderzoeksverslag: Onderzoek naar een vorm van doelgroepenpastoraat in de Protestantse Gemeente te Borne.

Marije Kooistra

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw

Auteur: Nienke Mulder n.a.v. haar afstudeeronderzoek “De invloed van storytelling op het geheugen van leerlingen in de onderbouw.  Nienke Mulder

Als docent Godsdienst vertel ik veel verhalen. Religieuze verhalen, anekdotes, alles om een koppeling tussen de leerstof en ‘het leven’ te maken.
Omdat ik merkte dat mijn leerlingen, soms jaren later als ik ze al geen les meer gaf, naar mij toe kwamen en mijn verhaal nog in perfecte volgorde konden navertellen en het ze dus echt was bijgebleven, viel het kwartje: hier moeten we iets mee. Niet omdat verhalen vertellen zo ongelooflijk leuk is, maar vooral omdat het ons geheugen bevordert!
Leerlingen van 12 t/m 18 jaar zitten volgens Piaget in de ‘formeel operationele fase’. In eigen woorden: in deze fase komt het denken los van het concrete. De leerling leert om abstract, ruimtelijk en creatief te denken. Daarnaast is de leerling in staat om verbanden te leggen.
Abstract, ruimtelijk en creatief denken. Dat spreekt ze aan. Het zorgt ervoor dat ze bepaalde informatie in een kader kunnen plaatsen: ze kunnen er beelden bij denken, ze zien het voor zich. Verhalen spreken tot de verbeelding, en de verbeelding zorgt ervoor dat de informatie blijft hangen!

1 en 1 is 2, zou je denken. Maar als alle docenten zo gemakkelijk verhalen konden vertellen, was dit onderzoek niet nodig geweest. We maken er dus te weinig gebruik van!
Hoe zorg je er als docent voor dat jouw leerling geboeid blijft bij jouw verhaal? Hoe kan je het beste feitelijke (religieuze) informatie in je verhaal stoppen waardoor het de leerling bijblijft?

  1. Je opbouw is het allerbelangrijkst. Begin met een statement, een ijsbreker, iets waardoor ze meteen de volledige aandacht voor jou en je verhaal hebben. Geef niet te veel weg!
  2. Het middenstuk (de feitelijke religieuze informatie) moet kort maar krachtig zijn. Niet teveel informatie, maar ook niet te weinig. Alleen relevante informatie wordt hier vertelt.
  3. Scheid de hoofd- en de bijzaken en laat de bijzaken liggen, of verwerk ze in grapjes.
  4. Laat aan het eind een vraag hangen, iets met een open einde, zodat leerlingen zelf nog ergens over na kunnen denken of nabespreken met elkaar.
  5. Vergeet niet duidelijk aan te geven aan de leerlingen dat je voor het verhaal in je rol stapt, en stap ook duidelijk weer uit je rol als je klaar bent. Daardoor is het voor leerlingen makkelijker de realiteit van jouw verhaal te scheiden. Helemaal als het een persoonlijk verhaal is, kunnen leerlingen denken dat het jouw verhaal is als ze niet duidelijk zien dat je een rol aanneemt.
  6. Heb plezier! Laat je schaamte los, experimenteer, geloof in de kracht van verbeelding. Voor je het weet, hangen de leerlingen aan je lippen en zitten ze met open mond (of met een duim in de mond, geloof mij), naar je te luisteren.
Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Geen psychiaters meer nodig? Door de kerk? Niet te geloven!

Auteur: Willem Hagen  Willem Hagen
N.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Inzet van herstel”, praktijkonderzoek naar de betekenis van de inzet van de kerk bij ggz-cliënten.

Wist je dat…

Mensen met een psychiatrische beperking graag mee willen doen met de samenleving? Dat ze nog veel hobbels hebben te nemen hebben om deze participatie te bereiken.
Dat ze te maken hebben met:
Genoeg vooroordelen
Financiële problemen
Eenzaamheid
– Gezondheidsproblemen
Vragen over zingeving; wat kan ik nog met deze ziekte?
Moeite met een dagelijks ritme van zinvolle activiteiten
Overbelaste mantelzorgers; de partner en kinderen die de zorg en samenleven niet meer aankunnen

Dat de kerk
Het lastig vindt om met mensen met psychische aandoeningen om te gaan….,  ze het zwaar & complex vinden, zich onvoldoende toegerust voelen en er hierdoor niet aan beginnen of snel afhaken.

En toch is er hoop
Uit interviews met ggz-cliënten, ggz-behandelaren en kerkelijke betrokkenen blijkt dat de kerk veel kan betekenen voor deze groep mensen. En niet alleen op:
Pastoraat zoals geloofsgesprek en bevrijdingsgebed,
maar ook bij
Praktische ondersteuning, zoals boodschappen doen en bewegen
Sociale activiteit zoals koffiedrinken na de dienst
Persoonlijke activering zoals het schilderen van de kerk
– Wat levert dat dan op voor een gemeentelid met een psychische aandoening?

Tja, eigenlijk best wel veel:
Bij herstelbenadering richt men zich niet primair op genezing, maar eveneens op het omgaan met de aandoening en wie men is ondanks zijn ziekte. Het herstel richt zich dan niet alleen op zichzelf, maar ook op de relatie met (1) God, op de relatie met de (2) ander en met de (3) omgeving. De kerkelijk betrokkene blijkt dan toch een interessante bijdrage te leveren aan dat relationele herstel van zo’n persoon. Dit was zo bijzonder dat mijn conclusie bijna was: we hebben geen behandelaren meer nodig, maar dat was natuurlijk te kort door de bocht…

Maar toch, wat is de betekenis dan van die kerkelijke betrokkene?
Uit het onderzoek blijkt dat de persoon
meer verbondenheid ervaart met God en minder binding met demonen.
een positief effect heeft op zijn eigenwaarde en een vermindering van
zijn lichamelijke en psychische klachten.
meer verbondenheid krijgt met de ander en
een groei ontwikkelt met zijn omgeving in zowel van betekenis zijn als in wederkerigheid. Dat laatste betekent dat de persoon niet alleen hulp en zorg ontvangt, maar ook zijn eigen talenten inzet voor die ander.

Dus welke aanbevelingen heeft de ggz-instelling, die mijn opdrachtgever was, gekregen? Heel simpel: betrek de kerkelijk betrokkene bij het behandelplan, door de kerk te betrekken bij het sociale steunsysteem van de ggz-cliënt. Dit is ondersteunend aan het werk van de de ggz-behandelaar.

Dit samenspel geeft een positieve impuls aan de ggz-cliënt om te participeren, kan de behandelaar doelmatiger werken, wordt de zorg ook nog goedkoper èn de kerk brengt haar Boodschap in praktijk!

Nieuwsgierig naar de andere aanbevelingen? Vanwege het vertrouwelijk karakter van het rapport, kun je voor informatie of vragen bij mij terecht: willemhagen@hetnet.nl.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Word een kerk, deel je leven

Auteur Ewout van Oosten n.a.v. zijn afstudeeronderzoek  Ewout van Oosten

Word een kerk, deel je leven
“Hoe lang doet God erover om te antwoorden?”, vraagt Zihar in een gesprekgroepje tijdens een samenkomst van onze lokale leefgemeenschap en kerkplant Taste!. Ik vraag waar ze op doelt. “Ik ben alleen, ik heb niemand die me opzoekt, ik vraag God om iemand in mijn leven.” Er wordt instemmend geknikt. “Als Taste! er niet was geweest, had ik niemand anders ontmoet,” geeft een gespreksgenoot aan. Ik word er stil van. Een antwoord heb ik niet, maar ik zie hoe onze lokale, missionaire leefgemeenschap hun leven meer waarde geeft.  

Ik voel me thuis
Het gesprek doet me denken aan wat Jezus zei: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Joh. 13: 35). Iets van die liefde heeft Zihar geproefd toen ze op een ochtend de tuin van onze leefgemeenschap in kwam lopen. Iets van die liefde kwam ze tegen in ons buurtcafé, en iets van die liefde voelt ze tijdens onze geloofsbijeenkomsten. “Veel van wat jullie over God zeggen snap ik niet,” zegt ze, “Maar ik voel me hier welkom en gehoord.” 

Kracht
Dat is de kracht van een lokale leefgemeenschap: een plek waar een kerk een groep mensen is die samen het leven deelt. Waar het lichaam van Christus meer is dan het bezoeken van bijeenkomsten. Want de kerk in de Nederlandse steden kent dat amper meer; die is heel regionaal. Mensen komen van heinde en ver naar een kerk die past bij hun smaak, en vertrekken ook weer naar heinde en ver om individueel christen te zijn in hun eigen omgeving. Dat kan prima zijn; God gebruikt die kerken ook. Maar er kleeft een groot nadeel aan. 

Parkeerproblemen en klokgelui
Wat zien mensen in de buurt van zo’n kerk van Jezus – als de kerk al niet op een industrieterrein staat? Naast parkeerproblemen, klokgelui en toestromende mensen, kunnen op z’n best een individuele christen tegen het lijf lopen. Of naar een hippe, doelgroepgerichte activiteit gaan. Maar waar zien ze de onderlinge liefde van christenen in actie? Waar zien ze hoe het lichaam van Jezus functioneert? Juist aan die eenheid en onderlinge liefde zullen anderen zien dat Jezus de Zoon van God is, zegt Jezus. Daarin wordt hij zichtbaar. 

Voor het gros van de Nederlanders is de kerk een gebouw. Dat kan een heel aantrekkelijk gebouw zijn, maar het is geen levend gebouw met Jezus als hoeksteen. Voor een groot aantal is het een instituut. Dat kan een prettig instituut zijn met een positieve inbreng in de samenleving, maar het is geen lichaam met Jezus als hoofd. Voor een klein groepje Nederlanders is de kerk een activiteit. Dat kan een hele aantrekkelijke, hippe activiteit zijn die best aanspreekt, maar het is geen familie van broers en zussen met God als vader.  

Lokaal centraal
Ik geloof dat lokale missionaire leefgemeenschappen het antwoord zijn om Jezus terug te brengen in de verstedelijkte gebieden. Dat hoeven zeker geen woongemeenschappen te zijn, maar wel christenen die binnen dezelfde wijk gaan wonen, samen een gemeenschap vormen en hun leven en geloof delen met de mensen om hun heen.  

Daar zijn nog maar weinig voorbeelden van in Nederland, ook al is het al wel wat meer in opkomst. Iemand als Zihar kan makkelijk aansluiten bij zo’n gemeenschap, want het is op loopafstand in de wijk, en de mensen die ze leert kennen in de geloofsgemeenschap zijn ook de mensen die ze bij de supermarkt of slager tegenkomt.  

Hoe dan?
In mijn afstudeeronderzoek zijn vijf van dit soort lokale missionaire gemeenschappen geïnterviewd om van hun te leren hoe zo’n leefgemeenschap succesvol kan zijn en blijven.  Mijn hoop is dat de uitkomst van het onderzoek Christenen inspireert om in gemeenschap de mensen in hun directe omgeving bekend te maken met Jezus.  

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Op zoek naar samenwerking in het proces van gemeentewording

Auteur: Marcel van der Bolt n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Op zoek naar samenwerking: Marcel van der BoltEen casestudy naar het nut van aansluiting bij een kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme”

Een nieuwe plek van christelijke gemeenschapsvorming. Wat mooi als dat ontstaat. Maar wat nu als deze gemeenschap op een gegeven moment op een volwaardige gemeente begint te lijken?

Uitdagingen
Door mijn eigen ervaring met gemeentestichting, de inzichten die ik heb opgedaan door middel van de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk aan de Academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede en verschillende literatuur, heb ik een beeld gekregen van de uitdagingen in het proces van gemeentewording. Vragen rondom kerkorde zijn daarbij onvermijdelijk. Kan een plaatselijke gemeente zelf voorzien in een gezonde orde in de kerk? Of is daar samenwerking met andere gemeenten voor nodig?

Samenwerking
Lokale kerken hebben in de gehele kerkgeschiedenis gezocht naar wegen en structuren om samen te werken. Maar hoe ver moet die samenwerking gaan? Moeten gemeenten onderling verantwoording aan elkaar afleggen? Of is die samenwerking vrijblijvend? Op welke manier zou een bovenlokale organisatie zoals een kerkverband bij kunnen dragen aan de bevordering van het gemeentezijn op lokaal niveau?

Aansluiting bij een kerkverband
Christelijke Gemeente Bunde/Meerssen is in 2014 als zendingsgemeente geïnstitueerd binnen het kerkverband van de landelijke Christelijk Gereformeerde Kerken (CGK). Aan deze aansluiting is een langdurig proces voorafgegaan waarin de gemeente zorgvuldig heeft gezocht naar een kerkverband. Binnen deze gemeente deed ik onderzoek naar het nut van aansluiting bij een landelijk kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme.

Wat levert het op?
Kun je dat meten dan? Er moest een toetsmiddel gevonden worden. De gemeente in Zuid Limburg stelde in hun zoektocht naar kerkelijk onderdak belangrijke doelen en randvoorwaarden op. Ik heb onderzocht in hoeverre deze na vier jaar gerealiseerd zijn en wat de bijdrage van de aansluiting bij de CGK daarin geweest is.

Een voorproefje
“Aansluiting bij de CGK heeft niets afgedaan aan de missionaire toewijding van de gemeente”

Het onderzoeksrapport: ‘Op zoek naar samenwerking: Een casestudy naar het nut van aansluiting bij een kerkverband binnen het gereformeerd protestantisme’, vindt je online op HBO kennisbank.

Voor meer informatie mail naar: mvdbolt77@gmail.com
Marcel van der Bolt

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Kleurrijk KenHem

Auteur: Adaja Kraal n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Kleurrijk KenHem”, de KenHem Community.

KenHem Community is een gemeenschap in de wijk Kernhem, Ede. Deze wijk laat zich het best omschrijven als een ‘yuppenwijk’. KenHem Community gelooft in ‘het nieuwe kerk zijn’, een nieuwe manier om het zijn van een kerk vorm te geven. KenHem ziet hoe de brug tussen samenleving en kerk soms moeilijk te maken is, en besluit dus om zelf in dit gat te springen: een community die zeer actief is op sociaal en maatschappelijk vlak, vanuit haar verlangen om God te volgen. KenHem gelooft in een integrale levensstijl: het betrekken van God op alle vlakken van het leven. Dit uit zich op een zeer innovatieve, pakkende en relevante manier voor de mens anno 2019: van zonnepanelen tot deelauto, van deelauto tot Lectio Divina, en van Lectio Divina tot het uitlaten van de hond van de buurvrouw.

Etnische diversiteit
In de wijk Kernhem (de woordspeling al gespot?) wonen mensen met een diverse etnische afkomst. KenHem heeft het verlangen om voor deze mensen ook de community te kunnen zijn die zij zijn voor de westerlingen die in Kernhem wonen. Dit is tot op heden nog niet succesvol gelukt; door verschillende factoren. De werkelijkheid wijst uit dat er blijkbaar een gat is tussen etnische diversiteit en KenHem Community.

Door dit onderzoek te doen, sprong ik in dit gat.

Vondsten
Tijdens mijn tijd in dit gat heb ik veel vondsten gedaan. Deze vondsten zijn verwoord in dit onderzoeksverslag. Enkele van deze vondsten op een rijtje:

  • KenHem community is product van haar tijd: innovatief, progressief en verfrissend. Daarmee is zij een uitdaging voor christenen; KenHem vergt de capaciteit om te kunnen omdenken en vastgezette kaders los te kunnen laten.
  • In het onderzoeksverslag is een woordstudie gedaan naar het begrip ‘cultuur’, en op deze wijze zijn er kaders gesteld voor dit o zo brede begrip.
  • Vanuit deze basis zijn er vele interviews gehouden vanuit verschillende perspectieven: deze verschillende perspectieven hebben concrete, vernieuwende en praktische adviezen opgeleverd die KenHem op weg helpen.

Enkele adviezen die uit dit onderzoek gekomen zijn:

  • Onderschat het belang van tweezijdige integratie niet;
  • Stimuleer dat integratie een natuurlijk proces is, en geen projectmatig proces;
  • Creëer een gemeenschappelijke grond;
  • Zoek sleutelfiguren
  • Wanneer KenHem binnen het perspectief van verschillende etniciteiten zichzelf presenteert als ‘community, roept dit een culturele paradox op. Een georganiseerde, gestructureerde gemeenschap is voor veel culturen namelijk een onbekend iets.
  • De wijze hoe KenHem zich profileert heeft veel invloed op het succesvol kunnen bouwen van een brug naar diverse etniciteiten binnen Kernhem.
  • Een etnisch diverse weerspiegeling binnen het kernteam van KenHem zal een positieve uitwerking hebben op het bouwen van een brug naar diverse etniciteiten binnen KenHem.

Het gat is niet gedicht, maar het begin van de brug is gebouwd. Op een succesvol bouwproject!

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

Hoe nu verder?!

Auteur: Ad Berkhout n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “Hoe nu verder?! Een zoektocht om foto Ad Berkhout de Godslamp brandende te houden zodat Zijn Licht, door ons, kan blijven schijnen.”

Wat is er aan de hand?
Onze kerkelijke gemeente wordt ouder en vergrijsd. Jongeren zijn weggetrokken uit de wijk. De gemeente wordt kleiner en is steeds moeilijker ter been. Taken kunnen steeds minder goed worden uitgevoerd omdat de bemensing af neemt.

Wij willen gemeente zijn en blijven!
Het is geen zondag als we niet naar de kerk zijn geweest. Gelukkig is de kerk wel op loopafstand en kunnen we die nog ( met onze rollator) bereiken. De kerk is niet alleen de plaats op zondag waar we als gemeente bijeenkomen maar door de week is het ook onze ontmoetingsplaats. Veranderingen in de kerk zijn voor ons als ouderen steeds moelijker te volgen.

We moeten toch verder in de toekomst?
Zou de kerk moeten sluiten omdat het niet meer gaat hoe gaan we dan verder?
Kiezen we voor:

  • naar de kerk gaan in een andere wijk……lastig want dat is niet op loop afstand.
  • naar de pioniersgemeente in de wijk…….lastig want die zijn zo anders.
  • sluiten we aan bij een tehuis in de wijk…lastig want past niet goed in de structuur.
  • stichten van een huisgemeente…………….lastig, dat is kerkordelijk niet te doen.

Hoe dan echt verder??
We moeten als gemeente en als kerkenraad beseffen dat kerk zijn niet afhangt van de grootte van de gemeente, maar dat gemeente-zijn afhangt van verbondenheid in Christus met elkaar. Dat we als gemeente die plek in de wijk moeten zijn waar Zijn Licht schijnt.

We moeten als gemeente en als kerkenraad een beslissing nemen en het er niet op aan laten komen dat het Licht niet meer te zien is voor anderen.
Kies……en is die keuze voor aansluiting in de andere wijk zorg er dan voor dat, door jouw aanwezigheid, daar Zijn Licht ook daar mag schijnen.
Is die keuze om aan te sluiten bij de pioniersgemeente probeer dan samen te groeien en te zorgen voor elkaar en voor de gemeenschap in de wijk, zodat Zijn Licht ook daar mag schijnen.

Nadere info: apberkhout@live.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen

De godsdienstles heeft, anno 2019, nog steeds bestaansrecht

Ateur: Matthias van der Meer schreef n.a.v. zijn afstudeeronderzoek “De godsdienstles foto Matthiasheeft, anno 2019, nog steeds bestaansrecht”.

Vanuit verschillende hoeken van de samenleving komen opmerkingen en kritiekpunten richting het traditionele godsdienstonderwijs. Godsdienstonderwijs wat gericht is op, en uitgaat van de identiteit van de school. Heeft deze exclusivistische vorm van levensbeschouwelijk onderwijs nog wel bestaansrecht? Wordt op deze scholen en in deze lessen wel een eerlijk beeld van de pluriforme samenleving weerspiegeld? De kritiek op deze scholen en de godsdienstlessen komt vanuit de seculiere hoek, vanuit de overheid, maar ook ik deelde deze mening. En dat terwijl ik zelf op zo’n school heb gezeten.

Met name de laatste vraag heeft mij in de zoektocht naar een afstudeeronderwerp flink bezig gehouden. Hoe kan een school waarop alleen maar christenen zitten, en waarbij de godsdienstles met name over diezelfde religie gaat, haar leerlingen voorbereiden op een multiculturele, multireligieuze en pluriforme samenleving?

Het afstudeeronderzoek
In mijn afstudeeronderzoek heb ik onderzocht of het godsdienstpedagogische leermodel interreligieus leren verenigbaar is met godsdienstonderwijs zoals hierboven staat beschreven. Interreligieus leren is een leermodel waarvan het doel als volgt is samen te vatten: De (mening van) de ander leren waarderen en het ontwikkelen van een eigen levensbeschouwelijke identiteit. Een doel wat in mijn ogen precies laat zien waar de godsdienstles om zou moeten draaien. Omdat het interreligieuze leermodel uitgaat van een dialoog tussen leerlingen met verschillende religieuze achtergronden, past dit model niet vanzelf in de context van reformatorische of gereformeerde scholen. Dit wilde ik niet zondermeer accepteren en dat vormde het belangrijkste uitgangspunt van mijn onderzoek.

De belangrijkste ontdekking
Perspectief verandering. Dat is de belangrijkste ontdekking die ik heb gedaan. Niet bij leerlingen of docenten, maar bij mezelf. Alle docenten die ik heb geïnterviewd waren zich ontzettend bewust van de uitdaging die een christelijke school in een pluriforme samenleving met zich meebrengt. ‘De godsdienstles kun je niet geven zonder de krant erbij te pakken’, zei een van de respondenten. Het geeft het belang van kennis van je omgeving aan. Ook al is de godsdienstles gericht op een eigen identiteit en religie, leerlingen moeten leren hoe ze zich moeten verhouden ten opzichte van hun omgeving.

Het beeld wat ik had van het christelijke godsdienstonderwijs was verouderd. Ik kreeg respect voor de docenten die ik interviewde. Omgaan met de pluriforme samenleving is voor iedereen een uitdaging. Ook op een school in Friesland zijn genoeg homogene klassen, alleen zijn deze leerlingen misschien wel allemaal atheïst. Niet religie is de oorzaak van homogene groepen, maar algemene segregatie veroorzaakt dit. Er zijn weinig scholen die de daadwerkelijke diversiteit in de samenleving kunnen weerspiegelen. De docenten op christelijke scholen zijn hier in elk geval heel bewust van en gaan de uitdaging aan. Ze gaan de uitdaging aan om diversiteit te ontdekken, te onderstrepen en te gebruiken.

De uitkomst van het afstudeeronderzoek is dat interreligieus leren in theorie kan plaatsvinden op deze christelijke scholen. Sterker nog, docenten passen dit leermodel onbewust al met regelmaat toe. Waar leerlingen kunnen oefenen met de interreligieuze dialoog, worden ze voorbereid op de multiculturele samenleving. Ze ontwikkelen namelijk een houding waar bij ze open staan voor (de mening van) de ander en leren hier mee om te gaan.

Godsdienstonderwijs waar deze interreligieuze dialoog plaats kan krijgen heeft in mijn ogen absoluut bestaansrecht, minstens zoveel als een les levensbeschouwing in een klas met alleen maar atheïsten.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged | Een reactie plaatsen