Bid en werk!

Auteur Marinus Vlot n.a.v. zijn afstudeeronderzoek over factoren die in de praktijk bepalen of christenen tot missionair handelen overgaan.

Hoe krijgen we onszelf en onze broeders en zusters missionair actief? Een uitdaging die bij veel kerken en organisaties maar ook binnen gezinnen en individuen een grote rol speelt. Als duidelijk wordt welke factoren een rol spelen bij het komen tot missionair spreken en handelen zouden we deze vraag effectiever kunnen beantwoorden. Met deze onderzoeksvraag ben ik aan de slag gegaan.

Deel je hart
Stichting Agapè is continu bezig met deze uitdaging en probeert christenen op veel manieren, maar nu zeker ook online, te helpen bij een missionaire levensstijl oftewel discipelschapsvorming. Ik heb onderzoek gedaan naar wat er werkt in de praktijk. Dit omdat Agapè een nieuw online platform met tips & tools voor kleine missionaire handelingen [Deel je hart] gaat lanceren. Wat blijkt? Komen tot missionair spreken en handelen is in eerste instantie een gedragsverandering. Door menselijk naar deze vraag te kijken is er al veel te leren.

Gedrag
Wat zeggen gedragswetenschappers? Om te komen tot een handeling (dat is nieuw gedrag) is het nodig dat de persoon:

  • voldoende gemotiveerd is,
  • de capaciteit(en) bezit,
  • in de gelegenheid gesteld wordt.

Simpel gezegd. Je moet het willen, kunnen en wat hulp krijgen van de omgeving.  Vervolgens duidelijke doelen stellen en zaken – in kleine stapjes – aanleren. En het helpt als je de nieuwe handeling leuk vindt en als deze aansluiten bij je sterke punten.

TIP 1: test deze factoren bij de doelgroep, dat scheelt een hoop frustratie en onnodige energieverspilling.

Missionair gedrag
Is missionair gedrag dan gelijk aan gedrag in algemene zin? Nee, want spirituele factoren – zoals gebed en een diepe overtuiging over het waarom – zijn volgens wetenschappers specifieke factoren bij het komen tot spiritueel handelen.

Wat werkt er? Oftewel: Welke factor is het meest bepalend bij het komen tot missionair spreken en handelen? Zijn dat één of meer algemeen-menselijke factoren of toch een spirituele factor? Dat vroeg ik aan mensen die tot missionair handelen zijn gekomen. De Bijbelse opdracht tot naastenliefde en missie gevoed door gebed zijn de meest bepalende factoren. Aan de algemeen-menselijke factoren moet wel in bepaalde mate voldaan worden, maar het meest bepalend is toch God; Missio Dei!

TIP 2: Verkondig duidelijk waarom er uiting gegeven moet worden aan missie en besteed aandacht aan gebed.

Ga dan heen!
Discipel betekent leerling zijn. En bij leren hoort fouten maken. Niet (voldoende) voldoen aan de Bijbelse opdracht is vaak ook de praktijk. We geven onszelf een onvoldoende. Maar je mag leven in de voldoening van het offer van Jezus Christus. Dé leraar die vraagt om Hem na te volgen en andere tot discipelen te maken.
Dat werkt!

Weet je niet precies hoe? Agapè helpt je graag. Kijk voor meer informatie op https://agape.nl/

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Millennials en verbinding met de kerk

Auteur Wilco van Dorp heeft een blog geschreven n.a.v. zijn afstudeeronderzoek bij Baptistengemeente “De Rank” in Utrecht. In dit onderzoek staan millennials centraal en is gekeken naar de manier waarop zij zich in deze tijd nog verbinden aan een kerk zoals de Baptistengemeente De Rank Utrecht. Wilco heeft zich verdiept in de wereld van de millennial en heeft hen mogen vragen hoe ze zichzelf zien en wat het voor hen betekent om bij De Rank Utrecht te horen.

Gedreven, ongebonden en fear of missing out. Dit zijn eigenschappen die vaak worden toegeschreven aan millennials. Een generatie die geboren is tussen 1980 en 2000 en sterk lijkt beïnvloed door de tijd waarin ze opgroeiden en de manier waarop ze zijn opgevoed. 
Hoe kijken millennials naar de kerk en wat voor invloed heeft de secularisatie van de maatschappij op hen gehad? In het onderzoek ‘Millennials en De Rank Utrecht’ heb ik onderzocht in welke mate millennials actief zijn in hun gemeente en wat hen doet besluiten om zich wel of niet op een vaste basis aan een kerk te verbinden.  
 
BETROKKEN MILLENNIALS 
Je zou zeggen dat millennials er niet zo snel voor kiezen om zich op vaste basis aan een christelijke gemeenschap te committeren. Voor het overgrote deel van de millennials in Nederland is dat ook zo, vooral om dat de meesten helemaal geen link meer hebben met georganiseerde religie. Uit dit onderzoek bleek echter dat dit voor millennials die zich overtuigd christen noemen lang niet altijd zo is. Sterker nog, onder 115 ondervraagde millennials, die betrokken zijn bij de Baptistengemeente De Rank Utrecht, bleek dat zaken als lidmaatschap, vrijwilligerstaken en het bezoeken van een kring meer regel dan uitzondering is. 
 
UNIEKE GENERATIE MET EEN BEHOEFTE AAN GEMEENSCHAP 
Hoewel de deelnemers aan dit onderzoek zich goed realiseren dat ze in vergelijking met hun generatiegenoten op het gebied van geloven een uitzondering zijn, herkennen ze ook veel van de stereotypen beelden die er over millennials bestaan.  
Een zekere vorm van entitlement, keuzestress en de druk om iets van je leven te maken is hen niet onbekend. Daarnaast geven ze aan behoefte te hebben aan (religieuze) gemeenschap maar ook moeite te hebben met de traditionele en rigide vormen van kerkzijn. Voor de deelnemers is de belangrijkste reden om bij een kerk aan te sluiten het in contact te staan met medegelovigen en het samen Jezus navolgen.  
 
KANSEN GENOEG 
Het mag duidelijk zijn dat het lang niet zo slecht gesteld is met de millennial-generatie als soms wordt gedacht. Millennials zijn zeer authentieke (jong)volwassenen die heel bewust in het leven staan en oog hebben voor hun omgeving. Voor de christelijke millennials geldt dat ze zich ook graag aansluiten bij een kerk die gericht is op gemeenschap en navolging. Het is dan wel belangrijk dat het op een no-nonsense manier gebeurt en de kerk een inclusief en open karakter heeft met ruimte om vragen te stellen. Er zijn dus kansen genoeg om de millennials deel te laten zijn van de huidige kerk en op hun eigen manier mee te laten bouwen aan Gods Koninkrijk.  

Wil je meer weten over dit onderzoek? Mail dan naar wilcovandorp@gmail.com 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Het nut van regionaal christelijk jeugdwerk

Auteur Liesbeth Bos heeft een blog geschreven n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Regionaal jeugdwerk als sociale setting”.

Waarom zou u tegenwoordig nog regionaal christelijk jeugdwerk faciliteren? De jongeren kunnen toch naar de plaatselijke jeugdclub gaan? Moet er dan ook nog iets nieuws voor hen komen? In het verleden hadden jullie misschien wel open jeugdwerk, maar daar kwamen geen jongeren meer op af… 

Diverse jongerenwerkers en voorgangers uit het Land van Heusden en Altena (Noord-Brabant) wilden onderzocht hebben wat de toegevoegde waarde kan zijn van regionaal christelijk jeugdwerk. Het leek mij leuk om deze opdracht aan te nemen en daar heb ik geen spijt van gehad! Om erachter te komen wat de toegevoegde waarde is, heb ik interviews gehouden met diverse medewerkers en bezoekers van regionaal jeugdcentrum De Pomp in Almkerk. 

Uit mijn onderzoek bleek dat het wel degelijk van belang is voor jongeren om een regionaal christelijk jeugdcentrum te kennen, waar zij naartoe zouden kunnen gaan. Een informeel jeugdcentrum biedt de jongeren namelijk een hele andere setting dan de plaatselijke catechese of jeugdclub. Jongeren hebben het nodig om deel uit te maken van verschillende soorten groepen. Zij vinden het erg gezellig om elkaar ook in zo’n informele, sociale setting te ontmoeten. Bezoekers van De Pomp vinden het erg leuk dat zij zelf hun avonden kunnen bepalen. De mogelijkheden daar lopen uiteen van gamen tot het zingen van (christelijke) liederen. Welke activiteit ze ook doen, ze doen het met elkaar. Er is een positieve, onderlinge sfeer die gekenmerkt wordt door respect en vertrouwen. De jongeren hebben het erg naar hun zin en voelen zich gezien.  

De jonge christenen bezoeken nu niet alleen doordeweeks een activiteit van de kerk, maar zijn in hun weekenden ook verbonden in een christelijke setting. Zij vinden het fijn om elkaar wekelijks te ontmoeten en maken gemakkelijk nieuwe vrienden. Het is heel waardevol voor jongeren om in de adolescentie goede vriendschappen te hebben. Jongeren laten zich namelijk gemakkelijk beïnvloeden door leeftijdsgenoten, maar door het regionale jeugdcentrum leren zij leeftijdsgenoten kennen, waarmee zij zich op een positieve manier kunnen verbinden. Dat bleek nog meer positieve effecten te hebben:  

  • De jongeren beseffen dat zij niet de enige christen zijn; 
  • Eventuele schaamte voor het geloof wordt minder; 
  • Jongeren blijven vaker bij de kerk, wanneer zij op meerdere manieren verbonden zijn met het christelijke geloof.  

Toch is het niet vanzelfsprekend dat christelijke jongeren naar een regionaal jeugdcentrum gaan. Ik heb gemerkt dat zij het echt nodig hebben om persoonlijk benaderd te worden. Daarnaast is het ook niet vanzelfsprekend dat de jongeren zullen blijven komen. Het heeft alles te maken met het enthousiasme van de (jonge) kerngroep. Het is belangrijk dat zij aansluiten bij jongeren van deze tijd. De organisatie van een regionaal christelijk jeugdcentrum kost veel tijd en energie, maar van de medewerkers heb ik begrepen dat het echt de moeite waard is.  

Wil je meer weten over mijn onderzoek? Stuur dan gerust een e-mail naar liesbeth-bos@hotmail.com 
Liesbeth Bos 
‘Regionaal jeugdwerk als sociale setting’  Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van regionaal christelijk jeugdwerk 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Op een gezonde missie met Jezus

Martin Edens schreef een blog n.a.v. zijn afstudeeronderzoek: “Wat is de betekenis van de visie van De Ontmoeting (in Wageningen) voor het geleefde geloof van de deelnemers?”

Waarom je de kerk moet gaan zien als Ant-Man 

Voordat de coronacrisis uitbrak, ging ik geregeld met een vriend van mij naar de bioscoop. We bezochten dan de films waar ik mijn vrouw niet mee naar toe krijg. Een groot deel daarvan zijn superheldenfilms. Eén zo’n held is een persoonlijke favoriet van mij: ‘Ant-Man’. Ant-Man is een karakter, gespeeld door Paul Rudd, die door een speciaal pak in staat is om ontzettend klein te worden. De grap met dit karakter is, dat hoe kleiner hij wordt, hoe groter zijn impact is. Ergens krimpt hij tot microscopische proporties en helpt er mee het universum te redden.  

‘Dit is de ultieme tijd om je kerk op te delen in kleinere (missionaire/zorg) eenheden die leren wat kerk in de wijk is zonder de (vaak mooie) franje van een opgetuigde dienst.’ Dit bericht tweette Jan Wolsheimer op 9 mei 2020 naar aanleiding van de maatregelen rondom de coronacrisis. Hij pleit voor kerkzijn in het klein, juist nu die kans voor het oprapen ligt. Al tien jaar lang experimenteert De Ontmoeting in Wageningen met kerkzijn in het klein. We bestaan in totaal uit bijna 70 betrokkenen (een hele hoop kinderen) en zijn opgedeeld in kleine ‘ontmoetingsgroepen’ met een eigen missie. Kerkzijn in het klein zit dan ook diep in het DNA verankerd. De Ontmoeting wil als een familie op missie met Jezus zijn. Vorig jaar nam ik het stokje van Jaap Ketelaar over als voorganger in deze gemeente en begon ik in die periode tegelijkertijd met mijn afstudeerproject voor hbo theologie. Ik stelde de vraag wat onze visie nou eigenlijk betekent voor de gemiddelde deelnemer van De Ontmoeting. Wat zichtbaar werd in dit onderzoek, is dat onze visie inderdaad meer leefde in de kleine groepen. Daar zat het dicht op de huid. Daar in die kleinere ontmoetingsgroepen gaat het niet om missie als extra ballast aan je leven, maar ontstaat de ruimte om Jezus’ missie in het centrum van je leven te plaatsen. 

Nog te vaak sluimert ergens in ons hoofd de gedachte dat groter altijd beter is. De praktijk is alleen dat groter vaak meer druk legt bij een klein groepje, en de verlangens en talenten die God in iemand geplant heeft niet tot z’n recht komen. Dit is inderdaad het juiste moment om die omslag te maken. De kerk niet meer zien als het overeind houden van die grote boom, maar weer beginnen bij dat kleine mosterdzaadje. Niet eerst de kerk optuigen en dan weer nadenken over missie, maar nu beginnen bij de missie en dat de kerk laten vormen. En ben je, net als ik, veel te druk en denk je: hoe pak ik dat aan? Begin klein. Bel wat mensen uit je gemeente en stel de vraag: ‘wat nou als wij met een klein groepje gaan oefenen om Jezus’ missie in het centrum te plaatsen van ons leven?’ En juist daar, in dat kleine groepje volgelingen van Jezus, zou je nog je wel eens vele malen meer impact kunnen hebben dan Ant-Man. 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

EEN ONMOGELIJKE KERKDIENST!

Auteurs: Gerco van Breemen en Timo Hagendijk n.a.v. hun afstudeeronderzoek “vieren met alle generaties”.

Geen kinderen naar de kindernevendienst. Geen jongeren die onderuitgezakt met hun mobieltje de tijd uitzitten….onvermijdelijk en onmogelijk?! Het onderzoek ‘vieren met alle generaties’ laat zien op welke manier mogelijk is dat alle generaties actief betrokken zijn in de kerkdienst. In deze blog vertellen we je hoe kinderen en jongeren kunnen participeren.

NIEMAND BLIJFT ACHTER

Een kerk is een aan elkaar gegeven gemeenschap waarin Jezus en Zijn boodschap centraal staat. Juist op zondag tijdens de kerkdienst wordt dat zichtbaar. De jeugd vindt vaak maar moeilijk de aansluiting, waardoor ze dreigen achter te blijven. Een zorgelijke ontwikkeling, omdat juist kinderen en jongeren energie en kracht in de gemeenschap brengen. Als kerk kunnen we ervoor kiezen om voor deze ontwikkeling weg te lopen. We kunnen ook stappen zetten om nieuwe wegen te banen. Dat vraagt om tijd, gedrevenheid en vooral een stuk uithoudingsvermogen.

IN CONTACT

De kerkenraad kan de eerste stappen zetten. Door jongeren en jonge gezinnen in het beleid centraal te zetten ontstaat er een nieuwe realiteit. Er wordt niet meer over kinderen en jongeren gepraat, maar met hen.

Volwassenen en ouderen worden aan het werk gezet om in het tempo van de jeugd te gaan. Door in te leven in hun wereld, ontstaan er verbindingen tussen de generaties. Hierdoor ontstaat een warme gemeenschap. Een gemeenschap die leert van elkaar en zich voortdurend oefent in het omzien naar elkaar. Elkaars taal leren spreken.

KANSEN

De kerkdienst is hiervoor een geschikte leeromgeving. Iedere zondag komen we minstens één keer samen. Dat biedt veel kansen. We kunnen de jeugd verantwoordelijkheden geven door hen actief te betrekken in onderdelen van de liturgie. Een kind die het Bijbelgedeelte voorleest, een jongere die meedoet in de band, kinderen die standaard de diakenen helpen met collecteren en jongeren die een gebed uitspreken. Hierdoor wordt de kerkdienst voor hen meer relevant. Voor de predikant is het de uitdaging om in elke dienst ook na te denken hoe de jeugd de boodschap kan integreren in hun leven. Nodig kinderen en jongeren uit om hiervan in een kerkdienst een getuigenis te geven hoe het geloof voor hen betekenis krijgt.

AAN DE SLAG

Misschien vraag je je af, waarom een aantal woorden dikgedrukt zijn weergegeven. Het zijn de zes principes uit het Amerikaanse onderzoek Growing Young. Dit vormde voor ons onderzoek de basis. Aan de Proosdijkerk te Ede (NGK) hebben we drie adviezen en een stappenplan aangereikt, om vieren met alle generaties mogelijk te maken. We hopen dat ons rapport ook jou inspiratie geeft om hiermee aan de slag te gaan.

Wil je hiermee in jouw gemeente dit onderwerp verder onderzoeken of meer informatie? Lees ons onderzoeksrapport. Je kunt contact opnemen met Gerco van Breemen (gercovbr@hotmail.com) of Timo Hagendijk (timohagendijk@hotmail.com).
Wij helpen je graag verder!

Afbeelding model Growing Young: https://www.praktijkcentrum.org/blog/growing-young-aantrekkelijk-kerk-zijn-met-jongeren/

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Praktiserende christenen gezocht!

Auteur: Rianne Bos-Waagmeester n.a.v. afstudeeronderzoek ‘Zoeken naar verbinding’, een onderzoek over verbinding tussen christenen uit de Stadhartkerk en moslims van de tweede generatie in Amstelveen.  

‘Ik ken geen christenen!’ dat was het antwoord van verschillende moslima’s

toen ik hen vroeg naar hun contact met christenen.  
De afgelopen maanden heb ik in verband met mijn afstudeerproject onderzoek gedaan naar  verbinding tussen (tweede generatie)  moslima’s en christenen uit de Stadshartkerk in Amstelveen.  
Amstelveen is één van de meest seculiere steden van Nederland. Het is dus enerzijds geen verrassing dat de moslimvrouwen weinig christenen tegenkomen. Daarnaast vertellen de vrouwen dat ze zelf veel omgaan met hun eigen familie en vrienden uit hun land van herkomst. Dit zou ook wel eens voor christenen kunnen gelden. Wellicht gaan zij ook veel om met hun eigen ‘geestelijke’ familie. Ik was trouwens niet de enige die vragen stelde tijdens de interviews. De moslima’s op hun beurt stelde goede vragen aan mij: Hoe praktiseer jij je geloof? Hoe kijken jullie, christenen, aan tegen moslims? Hebben jullie kledingvoorschriften? Hoe ziet jouw dagelijks leven eruit? Hoe bid jij?. Het werden mooie geloofsgesprekken waarin we samen doorpraatten over gebed, over onze missie voor de wereld, over beproeving, geloofsopvoeding etc.  
In de gesprekken ontdekte ik dat sommige van moslimvrouwen misschien wel enkele christenen kennen, maar niet weten of niet goed door hebben dat zij christenen zijn. De moslima’s die ik interviewden zién het geloof van christenen niet. Hoe ziet het leven van een praktiserende christenen er eigenlijk uit? Een van de vrouwen zei het zo:  ‘Ik kan het nooit zien aan iemand, ik weet het nooit of iemand christen is. Ik vind het altijd prachtig om te zien als iemand christen is en dan ook echt, goed christen is. Dat ik zie dat hij/zij bezig is met bidden en in zijn woorden iets zegt als ‘Als God het mij zou willen schenken…’  Ik heb daar heel veel respect voor’ 
Wat roept dit bij jou op? Voelt je, als christen, de neiging om je te verdedigen? ‘Natuurlijk kan je wel aan mij zien dat ik geloof’ Of misschien denk je ‘Natuurlijk… in de Islam gaat het over goede werken, over wat je moet doen voor God. Bij ons gaat het over genade, ik hoef gelukkig niks te doen om Gods liefde te verdienen’.  
Toch is het goed om wat langer stil te staan bij de spiegel die deze gelovige moslimvrouwen ons voorhouden. Wanneer ik de vrouwen vroeg naar de kern van hun geloof, vertelden ze allemaal vooral over de geloofspraktijk; geloven is voor hen niet allereerst een  kwestie van geloofsovertuigingen. ‘Geloven is doen!’  Ze zijn daarom benieuwd hoe die geloofspraktijk van christenen eruit ziet. Vandaar mijn oproep in de titel: Praktiserende christenen gezocht! Is niet veel van Jezus’ onderwijs in de Bergrede juist over de geloofspraktijk: bidden, vasten, aalmoezen geven?  
Praktiserende christenen gezocht, dus! Geen wetticistische christenen, wel christenen aan wie moslims kunnen zien hoe hun geloof er in het dagelijks leven uit ziet. Christenen die vrijmoedig vertellen over de plek van gebed in hun leven. Christenen die vertellen hoe ze Jezus volgen, hoe ze vrij van angst en veroordeling, dagelijks leven in verbondenheid met God.  

Moslims praten graag over (hun) geloof. Ik droom van christenen en moslims die regelmatig uit hun eigen ‘bubbel’ stappen en delen in elkaars leven. Ik droom van veel open gesprekken over elkaars geloof.  

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | 3 reacties

Woorden en daden

Auteur: Jannamarie Goudriaan n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Woorden en daden”

Elke week zitten ze in mijn lokaal. Toen ik begon met mijn opleiding had

ik nooit verwacht dat ik ze zó ontzettend leuk zou vinden: BK-leerlingen. BK staat voor ‘Basisberoepsgericht en Kaderberoepsgericht’. Op de middelbare school waarop ik werk, de GSR te Rotterdam, zitten deze praktijkgerichte leerlingen vier jaar samen in een klas. Wat de reden is dat ik ze zo leuk vind? Ze zijn eerlijk. Als een les saai is, dan zeggen ze dat gewoon.  Ondanks hun zeer korte spanningsboog kunnen ze lessen lang met mij praten over hun leven, de wereld en God. Dit alles zorgt ervoor dat ik door de jaren heen van deze groep leerlingen ben gaan houden.

In mijn afstudeeronderzoek wilde ik mij dan ook graag verder verdiepen in de BK-leerling. De gebeurtenissen en gesprekken in mijn lessen brachten mij bij de vraag: hoe verloopt de geloofsontwikkeling bij de BK-leerling op de GSR? Je zou kunnen denken dat, door hun kortere spanningsboog en moeite met het volgen van instructie en opdrachten, deze leerlingen ook geloofszaken anders of langzamer opvatten. Ik wilde dit graag onderzoeken en beperkte mij daarbij tot mijn eigen leerlingen. Dit, omdat ik me bewust ben van het feit dat niet elke school een afdeling heeft waarbij basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerlingen vier jaar lang samen in één klas zitten.

Mijn onderzoek bestond allereerst uit het lezen van literatuur. Deze ging over wie de BK-leerling is en wat deze doelgroep kan. Dit was herkenbaar en soms ook confronterend. Daarnaast ben ik mij gaan verdiepen in het thema ‘geloofsontwikkeling’. Een belangrijke onderzoeker hiervoor is James W. Fowler. Hij heeft in zijn leven veel geschreven over geloofsontwikkeling en hier een theorie op gebaseerd. Hij stelt dat de geloofsontwikkeling in een mensenleven in te delen is in 7 verschillende stappen. Ook andere auteurs gaan mee in zijn theorie (waarbij ze deze soms wat uitbreiden en componenten toevoegen of weghalen).

Het tweede deel was een praktijkonderzoek onder mijn leerlingen. Allereerst moesten zij een enquête invullen. De vragen gingen van ‘aan wie stel jij je geloofsvragen?’ tot aan ‘praat jij weleens met andersgelovigen?’ en hadden uiteindelijk allemaal te maken met één van die zeven stappen van Fowler. Vervolgens heb ik bij een heel aantal leerlingen diepte-interviews afgenomen om verder te praten over deze vragen. Dit waren prachtige gesprekken, waarbij ik de leerlingen weer op een hele andere manier leerde kennen.

Uit mijn onderzoek blijkt het volgende: BK- leerlingen zitten over het algemeen op hetzelfde geloofsontwikkelingsniveau als hun leeftijdsgenoten. Wel hebben zij baat bij een aantal didactische tips:

  • Bied het godsdienstonderwijs in stappen aan en probeer elke stap te verbinden aan de leefwereld van deze leerlingen. Dit vinden ze zelf namelijk heel lastig om te doen;
  • Luister, verlangzaam en vraag door: zo laat je de leerling in stappen zijn eigen mening vormen;
  • Houd je instructie kort (max. 10 minuten) en ga aan de slag met actieve werkvormen.

Er was weinig bekend over BK-leerlingen en geloofsontwikkeling en dit onderzoek heeft hierin een eerste stap gezet. Ik hoop dat mijn onderzoek BK-docenten aanzet om hun aanpak te evalueren en verder te ontwikkelen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

‘Talk about pop music’

Auteur: Jolanda van den Maegdenbergh-Blauwendraat n.a.v. haar afstudeeronderzoek “Talk about pop music”.

Voor mijn onderzoek heb ik mij bezig gehouden met de vraag of muziek een bijdrage kan leveren aan de religieuze identiteitsontwikkeling van jongeren.

De leerlingen in mijn klassen op het Corlaer College in Nijkerk hebben verschillende achtergronden. En hoewel niet alle leerlingen een christelijke achtergrond hebben en ook niet alle leerlingen openstaan voor de kennismaking met het christelijke geloof, is het mijn ervaring dat wel alle leerlingen een mening hebben over het geloof. Tegelijkertijd kunnen veel leerlingen, ondanks hun mening over het geloof, nog niet goed verwoorden waar zij zelf staan qua levensbeschouwing of geloof.

In de huidige tijd is het voor veel jongeren lastig om hun identiteit en zeker ook hun levensbeschouwelijke/religieuze identiteit te vormen. Tegenwoordig worden steeds minder jongeren opgevoed in een religieuze traditie. Door de afwezigheid van een geloofsgemeenschap hebben jongeren minder woorden, symbolen en rituelen ter beschikking om hun geloof of levensbeschouwing te beschrijven en te ontwikkelen. Deze geringe ‘religieuze’ woordenschat of zelfs het ontbreken hiervan kan de ontwikkeling van de religieuze identiteit verhinderen. Leerlingen kunnen geen woorden vinden om hun levensbeschouwing of geloof te omschrijven. En dat is jammer, want dat kan de vorming van hun identiteit vertragen of hinderen. Communicatie is namelijk een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van de identiteit.

De doelstelling van het onderzoek was om te ontdekken of muziek in de godsdienstles gebruikt kan worden om leerlingen te stimuleren hun religieuze identiteit te ontwikkelen. Muziek wordt dan gebruikt als middel om met leerlingen in gesprek te gaan over hun geloof of levensbeschouwing. Doordat leerlingen in muziek woorden, beelden, rituelen en onderwerpen vinden en daarover communiceren vergroten zij hun verbale en non-verbale religieuze geletterdheid. Een uitgebreidere woordenschat verbetert de communicatie over je geloof of levensbeschouwing.

Hoewel er in de literatuur aanwijzingen zijn dat muziek wél een bijdrage kan leveren aan de identiteitsontwikkeling van jongeren, werd dit niet direct zichtbaar in mijn praktijkonderzoek. Er was geen opvallend verschil tussen de antwoorden van de leerlingen die met behulp van muziek vragen hadden beantwoord en de leerlingen die de vragen zonder muziek hadden beantwoord. Verder onderzoek maakte duidelijk dat de resultaten mogelijk anders zouden zijn als ik in plaats van schriftelijke interviews gebruik had gemaakt van mondelinge interviews.

De titel van dit blog en mijn afstudeerverslag is daarom ook: ‘Talk about pop music’. Muziek kan wat mij betreft een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de religieuze identiteit van jongeren wanneer er tijd en aandacht van de docent is voor de communicatie over muziek. De ontwikkeling van de religieuze identiteit vindt, zoals hier al eerder genoemd, plaats door communicatie. Muziek helpt daarbij om woorden te vinden, maar de begeleiding van de docent is nodig om de leerling te laten reflecteren op bijvoorbeeld de levensvragen of de waarden en normen in de muziek. In deze interactie vormt de leerling zijn religieuze identiteit. De titel ‘Talk about pop music’ is daarmee ook gelijk een aanmoediging en stimulans voor deze interactie.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vragen over herdopen

Auteur: Anoniem, hij of zij schreef deze blog n.a.v. zijn of haar afstudeeronderzoek: “vragen over herdopen”.

Wat als je als plaatselijke pioniersgemeente gewend bent dat je zowel kinderen als volwassenen doopt, en iemand komt met het verzoek om opnieuw gedoopt te worden? Hoe ga je met die vraag om? Ga je mee in dit verzoek, of merk je dat je toch wat terughoudend bent? Enerzijds wil je aan iemands wensen tegemoet komen en vind je het mooi dat iemand dit verlangen heeft. Anderzijds weet je ook dat dit thema soms een hoop stof doet opwaaien, en vraag je je af of dit wel zomaar kan. Want wat zegt de Bijbel hierover? En hoe gaan andere pioniersgemeenten om met dit onderwerp? En zijn er ook andere manieren om aan iemands wensen tegemoet te komen? Of hoe zal de achterban reageren wanneer je wél meegaat in dit verzoek?  

Zomaar een hoop vragen die kunnen spelen wanneer gemeenteleden een verzoek tot herdoop neerleggen. Voor veel kerkenraden en leiderschapsteams heeft dit thema al een hoop discussie opgeleverd en het ziet er niet naar uit dat deze discussie binnen afzienbare tijd wordt opgelost. De discussie over de doop is misschien wel zo oud als de kerk zelf. Ik heb daarom ook niet de illusie dat de discussie ten einde komt door middel van mijn afstudeeronderzoek. Wel meen ik te kunnen concluderen dat ik in ieder geval een aantal haalbare richtlijnen heb kunnen samenstellen voor het omgaan met deze vragen. En dat is hard nodig: naar alle verwachting zullen deze vragen alleen maar meer gaan spelen. Juist in een tijd als deze gaan kerkmuren steeds verder omlaag, met als resultaat dat kerken elkaar beïnvloeden en gemeenteleden soms meer worden beïnvloed door wat andere kerken leren over de doop.   
 
Binnen het onderzoek heb ik eerst een aantal vragen vanuit de literatuur beantwoord. Omdat de opdrachtgever gereformeerde wortels heeft, heb ik hoofdzakelijk vanuit deze invalshoek geschreven. In de literatuurstudie wordt er op de volgende vragen ingegaan: Wat zijn de bezwaren omtrent herdopen? Waar dient een geldige doop aan te voldoen? Wat zegt de Bijbel over dopen? Zijn er alternatieven voor een herdoop? Hoe gaan kerkenraden om met een herdoop van een gemeentelid en wat zijn de voordelen en nadelen van een duale praktijk van dopen? De informatie vanuit de literatuur bood een opstap om binnen interviews in gesprek te gaan met de mensen in het werkveld. Juist in pioniersgemeenten worden de vragen rondom dit onderwerp nog wat complexer door de gemixte achtergronden, visies en ervaringen van de gemeenteleden. In een zevental interviews is informatie verzameld over de werkwijze en de ervaringen van voorgangers die met hun voeten in de modder staan en die – soms met regelmaat – met dit soort vragen te maken krijgen. Op basis daarvan zijn een aantal argumenten, handvatten en praktische tips beschreven voor de opdrachtgever.  

Geïnteresseerd geraakt? Stuur een bericht naar theologiestudent@hotmail.com voor meer informatie.  

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Porno, de schuld en schaamte voorbij?!

Auteurs: Hans Dijkhuizen en Janneke Janssen n.a.v. hun afstudeeronderzoek ‘De schuld en schaamte voorbij?! – Porno onder christelijke studenten’


Porno. Een vies woord voor veel christenen. En toch wordt er porno gekeken. Tegelijkertijd is het een taboe onderwerp waar christenen weinig over spreken. Dat maakte ons nieuwsgierig naar dit thema om te ontdekken wat er gaande is op dit terrein. Wij kozen voor ons praktijkonderzoek de christelijke studenten als doelgroep. Zij zijn geboren rond 2000 en daardoor opgegroeid met internet. Porno is voor hen, via hun telefoon, letterlijk binnen handbereik. Maar, kijken ze dan ook naar porno?
Daar kunnen we eenvoudig over zijn: Ja, christelijke studenten kijken naar porno. Een waarheid die logisch lijkt, maar soms zo ongemakkelijk voelt. Uit ons praktijkonderzoek blijkt dat 44% van de ondervraagde studenten aangeeft porno te kijken. Zijn het vooral de mannen die kijken? Ja, maar ook door een aanzienlijk deel van de vrouwelijke studenten wordt er porno gekeken. 66% van de mannen tegenover 29% van de ondervraagde vrouwen kijkt naar porno. Verschil moet er zijn.
In onze samenleving krijgen we de boodschap mee dat porno geen probleem is. Beïnvloedt deze boodschap ook de christelijke studenten? Kijken zij porno, omdat het voor hen geen issue (meer) is? Het antwoord daarop is: Nee, voor de meesten vormt het wel degelijk een probleem. 72% van de christelijke studenten die porno kijkt geeft aan last te hebben van schuld en schaamte. Zij ervaren in sterke mate schuld en schaamte tegenover God en in mindere mate tegenover hun ouders en vrienden. Wellicht omdat God alles ziet en voor ouders en vrienden veel verborgen kan blijven?
Wat opviel in ons onderzoek is het grote contrast tussen de overtuigingen van de christelijke studenten en hun gedrag. Volgens de overtuigingen van deze studenten is porno verslavend en destructief voor je partnerrelatie. Daarnaast is de overtuiging dat je meewerkt aan een industrie waar vrouwen worden uitgebuit. Ook wordt het kijken naar porno afgekeurd, omdat het als zondig en duister wordt gezien. Wie naar porno kijkt komt in conflict met deze overtuigingen. Dit verklaart waarom er zoveel schuld en schaamte wordt ervaren. Schuld en schaamte gaat immers over tekort schieten. Wanneer je gedrag niet in overeenstemming is met je overtuigingen geeft dit wrijving. Je schiet tekort tegenover jezelf, maar ook tegenover God waarvan je denkt dat Hij jouw gedrag graag anders ziet.
Wat hebben de christelijke studenten nodig die worstelen met schuld en schaamte vanwege het kijken naar porno? Brené Brown zegt dat schaamte ontstaat tussen mensen en ook verdwijnt tussen mensen. Ons onderzoek laat echter zien dat er weinig over het kijken naar porno wordt gesproken. Zo worden de gevoelens in stand gehouden. Met elkaar het gesprek aangaan is dan ook enorm helpend en bevrijdend. Met dit onderzoek doen wij een aanzet tot dit gesprek. We hopen dat andere christenen samen met ons de uitdaging aangaan om openheid te creëren over een thema waar velen van ons zich mee bezig houden. Neem jij het stokje van ons over?
Hans Dijkhuizen, maatschappelijk werker en hbo-theoloog Janneke Janssen, psycholoog en hbo-theoloog
Wil je meer weten over ons onderzoek? Neem dan contact op via LinkedIn: www.linkedin.com/in/janneke-janssen-0872b798

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen